Menno Hurenkamp

Oppositie tegen de pretentie

Thans volgt Haags geneuzel over kleine linkse partijen. Daar hebben we er drie van, en samen mogen ze in de peilingen zestig zetels verdelen, dus helemaal betekenisloos is dit onderwerp niet. Het zijn de PvdA, de SP en GroenLinks. De PvdA denkt dat ze de enige linkse partij is, de SP denkt dat ze de laatste linkse partij is, en GroenLinks denkt dat je het genuanceerd moet bekijken. Three is a crowd. De vraag is wie er over blijft.

De PvdA heeft lang en succesvol de rollen van bestuurs- en protestpartij weten te combineren. Bij het verdwalen van de sociaal-democratie vochten de drie partijen om de erfenis. Nu verdelen PvdA en GroenLinks de bestuurlijke ambitie en heeft de SP de protestrol op zich genomen. Pech voor GroenLinks, want de SP is in de peilingen twee keer zo groot. Als je het wilt begrijpen, kijk je naar Marijke Vos. Ze deed als voorzitter van de enquêtecommissie naar de bouwfraude zelfverzekerd en degelijk haar werk en voegde zich daarmee in het gestaag groeiende rijtje van GroenLinkse bestuurders van niveau. De SP legt de nadruk in haar werk op direct contact met mensen. GroenLinks verzet vooral werk in Den Haag. Waar GroenLinks zich langzaam maar vastberaden opmaakte om mee te gaan regeren, koos de SP steevast voor actie en verzet. GroenLinks zag zich op 11 september 2001 plotsklaps genoodzaakt van rol te veranderen. Het ging niet meer om oppositie tegen Paars, maar tegen kapsones. De suggesties dat grenzen dicht konden en etnische problemen in één klap konden opgelost, moesten bestreden worden. Oppositie tegen de pretentie was niet het weerwerk waar de bestuurders in spe van GroenLinks op waren voorbereid. Hun natuurlijke positie was dat zíj pretentieus waren, en de regering hen temperde. De SP op haar beurt voelde zich als een vis in het water in een omgeving waar grote verhalen plotseling weer mochten. Dat betekent tien zetels voor GroenLinks en twintig voor de SP.

GroenLinks heeft ondertussen het twijfelachtige geluk dat verkiezingsuitslagen in Nederland vaak niets van doen hebben met wie er in de regering komt. Zo er ooit een kans was dat de partij aan de macht raakt, dan lijkt die nu groter dan ooit. Het is immers denkbaar dat het CDA er niet in slaagt een rechtse regering te vormen, als de VVD net te klein blijft en de LPF net te dom. Het ligt in dat geval voor de hand dat Balkenende zal bouwen op PvdA en GroenLinks. Beide hebben substan tiële bestuurservaring, zijn kwetsbaar en dus inschikkelijk. De SP, met onberekenbaar profiel en bovendien in een overwinningsroes, is een risicofactor voor de man die al een blunderend kabinet op zijn naam heeft gebracht. Jan Marijnissen als oppositieleider, GroenLinks op het pluche en de PvdA weer aan de macht. Het zou een mooie bevestiging zijn van de taakverdeling van besturen en protesteren. Dat een van de drie in zo’n linkse exercitie door het ijs zal zakken, lijkt onvermijdelijk. Grootste kanshebber daarvoor is GroenLinks, dat zich voor de onmogelijke taak gesteld ziet het beter te doen dan de andere twee, die zich wijden aan het routinematig vuile handen maken (PvdA) en idem roepen vanuit de oppositiebanken (SP).