Oprecht

De participatiesamenleving is gedoemd te mislukken – tenzij de politiek begrijpt hoe ze mensen bereid krijgt om oprecht te participeren. Die waarschuwing komt van D66.

d66 is haar kroonjuwelen bij de tijd aan het brengen. Bij kroonjuweel in combinatie met d66 denk je aan de gekozen burgemeester of het referendum. Die hadden tegenmacht van burgers mogelijk moeten maken.

Maar die ‘oude’ kroonjuwelen zouden afgelopen zaterdag waarschijnlijk niet hebben geleid tot de feestelijke heropening van een drukke laan in Den Haag, een opening die werd opgeluisterd door een als groothertogin verklede dame mét kroonjuwelen die in een oude auto door de vernieuwde laan trok.

De burgers van een hele stad laat je immers niet naar de stembus gaan om in een referendum ja of nee te zeggen tegen het versmallen van één enkele laan in ruil voor de aanleg van een vrij liggend fietspad. En wie zegt dat een gekozen burgemeester zich hiervoor zou hebben ingezet?

Dat de Haagse Groothertoginnelaan een nieuw aanzien heeft gekregen is vooral te danken aan het initiatief én de vasthoudendheid van een aantal bewoners van die straat. Als je radicaal tegenmacht wilt organiseren, zoals d66 vanaf haar oprichting beoogt, waardoor mensen echt invloed hebben, dan heb je aan die ‘oude’ kroonjuwelen dus niet zo veel.

Dat de opening van de laan op dezelfde dag was als de presentatie van het boek Van opgelegde naar oprechte participatie, geschreven onder auspiciën van het wetenschappelijk bureau van d66 – de Mr. Hans van Mierlo Stichting – was toeval. Zoals het ook toeval was dat een d66-wethouder de opening van de nieuwe laan mocht verrichten. Het was zijn vvd-voorganger die open had gestaan voor het burgerinitiatief. Wat d66 probeert te doen met het boek, het vernieuwen van haar kroonjuwelen, sluit aan bij een beweging die al gaande is. Sinds de koning het woord in zijn troonrede in 2013 in de mond nam, heet het dat we op weg zijn naar de participatiesamenleving.

De titel van het boek, Van opgelegde naar oprechte participatie, verwijst direct naar het probleem waar d66 tegenaan loopt bij de manier waarop het huidige kabinet de participatiesamenleving vorm wil geven. Die participatie is te veel van bovenaf opgelegd. De burger wordt te veel als beleidsinstrument gebruikt en in de richting van een door de overheid gewenste uitkomst geduwd. Het chagrijn in de samenleving over meer zelf moeten doen voor familie, vrienden, buren of buurt, zo constateren de schrijvers, komt doordat het toch vooral om een bezuinigingsoperatie lijkt te gaan.

Ook D66 vindt de verzorgingsstaat ‘oude stijl’ te duur

Dat d66’ers bij de boekpresentatie het kabinet dat verwijt ook maken, is op z’n minst grappig. Ook d66 vindt namelijk dat de verzorgingsstaat ‘oude stijl’ te duur is. Je kunt dan wel mooi verkondigen meer ruimte te willen inruimen voor wat mensen onderling al voor elkaar doen of in hun buurt voor elkaar willen krijgen, maar als diezelfde mensen er dan later achter komen dat ook bij jou de uit de pan rijzende kosten een belangrijke rol spelen, loop je het risico voor onoprecht te worden uitgemaakt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de menselijke maat pas weer echt de aandacht van de politiek krijgt nu het verwaarlozen daarvan zoveel geld blijkt te kosten.

Om het tot oprechte participatie van mensen te laten komen, moet volgens de schrijvers van het boek de overheid, en dus de politiek, een aantal zaken onder ogen zien. Zo niet, dan is de participatiesamenleving gedoemd te mislukken.

Als mensen meer ruimte krijgen, dan wel opeisen, voor eigen plannen en projecten, dan is het zinnig eens opnieuw te definiëren voor welke taken de overheid verantwoordelijk is. Bij de boekpresentatie vroeg iemand in het publiek zich bijvoorbeeld af of het wel de overheid moet zijn die wettelijk regelt dat mensen bij werkloosheid verzekerd zijn van een uitkering.

Waar de politiek ook rekening mee moet houden, en waar al vaker in de afgelopen tijd vanuit allerlei gremia voor is gewaarschuwd, zijn de verschillen die kunnen ontstaan tussen mensen, wijken en steden. Rechtvaardigheid waren we in Nederland inderdaad gaan zien als gelijkheid. Ook deze studie wijst erop dat als mensen zelf de verantwoordelijkheid gaan nemen voor bijvoorbeeld het schoonhouden van een straat, de aanleg van een kinderspeelplaats of een wijkvoorziening voor ouderen, je moet accepteren dat er verschillen zullen ontstaan.

Vanaf januari, als de gemeenten verantwoordelijk worden voor veel taken en daarbij meer beleidsvrijheid krijgen, kan dat accepteren van verschillen een van de grootste valkuilen op het Haagse Binnenhof worden. De natuurlijke neiging om elk verschil toch weer glad te willen strijken, zal onderdrukt moeten worden, als ruimte maken voor mensen het oprechte doel is.

Waar het boek de politiek ook op wijst is dat een overheid niet alleen zaken moet doen met brave mensen, maar ook zal moeten accepteren dat er stoute mensen zijn. Burgers die een asielzoekerscentrum willen tegenhouden, of die – zoals in Den Haag – tegen het kappen van bomen zijn dan wel geen tractieonderstation voor het hoogspanningsnet van Randstadrail pal achter hun woonhuis willen, en die succes hebben met hun verzet.

Met het oog daarop een tip voor het Haagse gemeentebestuur. d66 is sinds dit voorjaar immers de grootste partij in de hofstad. Binnenkort is het nieuwe tractieonderstation aan de Conradkade helemaal klaar. Laat eens zien dat je de buurt niet alleen trakteert als die met positieve plannen komt, maar ook als ze zich verzet en er daarna ook iets mooiers voor in de plaats komt. Voor de buurt een kroonjuweel, in dubbel opzicht.