Oproer om moslim-tv abdus sattar: ‘duister geld? was het maar waar!

Het lukt de moslims maar niet de krachten te bundelen. Vorige week dreigden twee vrouwenorganisaties uit de Nederlandse Moslim Raad te stappen. Het Commissariaat voor de Media, dat de Raad een zendmachtiging verleent, is verontrust. En de moslims kijven door
HET GEDUVEL MET de vrouwenorganisaties is niet het eerste incident waarmee de Nederlandse Moslim Raad het vertrouwen van het Commissariaat voor de Media op de proef stelt. Al in november vorig jaar, toen omroepdirecteur Abdulwahid van Bommel werd afgedankt, zegde het Commissariaat de NMR de wacht aan. Want de Hollandse muzelman stond als een ruimdenker bekend en toen dat in interviews ook nog eens met zijn ontslag in verband werd gebracht, sloeg het Commissariaat op tilt.

Helemaal toen Van Bommels opvolger de heer A. Kokshoorn bleek te zijn, van wie werd gefluisterd dat hij er Milli Gürüs-sympathieën op na hield. In het voorjaar van 1997 ging er opnieuw olie op het vuur toen de moslimraad het waagde het altijd zo onberispelijke Koninklijk Instituut voor de Tropen een rechtszaak aan te doen omdat een boek uit hun fonds anti-islamitisch zou zijn. En zeer recent, nog geen drie weken geleden, verdween op raadselachtige wijze een videoband met een nog uit te zenden programma waarin een homoseksuele islamiet zijn hart lucht.
Van democratische besluitvorming in de moslimraad is ook allang geen sprake meer. Sinds een half jaar wordt er niet meer voltallig vergaderd.
En vorige week, ten slotte, dreigden de twee vrouwenorganisaties Al Nisa en Promotie de moslimraad te verlaten omdat daar het gerucht werd verspreid dat een rancuneuze Van Bommel wel eens de videodief zou kunnen zijn.
FATIMA ELATIK van de Nederlandse Moslim Omroep (NMO), onderdeel van de NMR, is boos op haar afvallige geloofsgenotes: ‘Ik hou niet van dreigen. Als ze zonodig weg willen, laat ze dan alsjeblieft gaan. Maar geen gezeik. We hebben hen niet nodig. Er zijn zat andere vrouwen. Die aandachttrekkerij! Met argusogen houdt het Commissariaat voor de Media ons nu in de gaten, en straks zijn wij onze zendtijd kwijt. Want dankzij Al Nisa is de indruk ontstaan dat de raad en de omroep orthodox zouden zijn, een Urker mannengroep of zo. Onzin. Ik ben toch ook een vrouw, midden in dat zogenaamde wespennest? Geen enkele andere moslimkoepel zou zoals wij met mensen van de Gay Krant rond de tafel gaan zitten.’
Woordvoerster S. Abdus Sattar van de Nederlandse Moslim Raad valt haar bij: 'Het is jammer dat Al Nisa en Promotie zich niet thuis voelen bij ons. Ze reageren wel erg fel. Zien niet in hoe moeilijk het is om overeenstemming te bereiken met al die nationaliteiten. Ze zijn gefrustreerd. Ik heb nog niet eens een bericht van ze gehad. Via de pers heb ik moeten vernemen dat ze willen opstappen. Fraai is dat. Officieel weet ik nog van niks.’
Voorzitster M. Bogaers van het verguisde Al Nisa: 'Die brief is onderweg, hoor. En ja, natuurlijk hadden we liever op een meer fatsoenlijke manier ons ongenoegen duidelijk gemaakt. Maar dat hebben we al te vaak geprobeerd. Tevergeefs. De reactie van het Commissariaat hadden we ingecalculeerd. We hebben bewust het draagvlak van de raad in gevaar willen brengen. Dit is de enige manier om gehoord te worden.
Het moest maar eens worden gezegd: de moslimraad grossiert in persoonlijke verdachtmakingen. Zoals toen met Van Bommel. Walgelijk was dat. Voor mij staat als een paal boven water dat hij het slachtoffer is van intern gekonkel. Maar toen die videoband met de omstreden uitzending werd gestolen uit het gebouw van de moslimomroep gonsde het binnen de raad meteen van de geruchten. Het zou een wraakactie zijn van Van Bommel: zie je wel dat zijn ontslag terecht was.’
S. Abdus Sattar: 'Van die geruchten heb ik nog nooit iets vernomen. Maar dat zou betekenen dat Van Bommel wilde aantonen dat de NMO afwijzend zou staan tegenover homoseksualiteit. Het feit dat we nog kopieën van het programma hadden, zodat het alsnog uitgezonden kon worden, bewijst dat we dat in ieder geval niet zijn. Wel ben ik van mening dat Van Bommel terecht is ontslagen. Dat zei de rechter vorige week ook.’
TIJDENS DIE ZITTING bleek dat directeur Van Bommel iemand was die het geld niet liet verschimmelen. Voor een half miljoen bestelde hij bij produktiebureau Fatush documentaires over islamitische kunst, terwijl er nauwelijks nog een cent te besteden was. De ontsteltenis was groot toen bekend werd dat Van Bommels vrouw bij datzelfde Fatush in dienst was. Zelfverrijking, oordeelde de rechter. Van Bommel had zijn budgettaire bevoegdheid royaal overschreden. Het ontslag werd gegrond verklaard. Maar de advocaat en de moslima’s van Al Nisa bleven volhouden dat door de raad gedirigeerde achterklap Van Bommel ten val had gebracht. Gevolg was dat de rechter 'wegens onverenigbaarheid van karakters’ het uiteindelijk wel zo fatsoenlijk achtte dat de moslimomroep Van Bommel voor 45.000 gulden laat afvloeien. Inmiddels is Van Bommel opgevolgd door A. Kokshoorn, die helemaal geen moslim zegt te zijn en van Milli Gürüs geen benul heeft. Voor tweeduizend gulden per dag trekt hij de kar. Waar moet een platzakke organisatie dat allemaal van betalen?
M. Bogaers: 'Ik weet het ook niet. Al maanden wordt er van alles bekokstoofd zonder dat er ook maar de minste controle is. Vanaf 6 januari is er geen vergadering meer geweest. Er worden extreem hoge kosten gemaakt met advocaten en dat interim-management. De moslimraad wordt geregeerd door drie mensen: secretaris A. Manouzi, voorzitter A. Maddoe en woordvoerster S. Abdus Sattar. Zij gaan ongehinderd hun gang. Niemand weet wat er gebeurt in de moslimraad. Dat is niet pluis. Al maanden hebben we geen zicht gehad op de administratie. Vandaar dat ik heb gezegd dat het heel goed mogelijk is dat de raad duister geld aanneemt van buitenlandse regeringen.’
S. Abdus Sattar: 'Duister geld? Was het maar waar dat we iets kregen aangeboden. Ja, er gaan wel eens geruchten dat er in de wandelgangen door Saoedische en Lybische industriëlen geld is aangeboden, maar ik weet zeker dat wij dat nooit hebben geaccepteerd. Wij hebben namelijk geen rooie cent. Subsidie? Die gaat rechtstreeks naar de programma’s. Die subsidiebesteding is trouwens een wijdverbreid misverstand, wat ook gelijk verklaart waarom we niet meer vergaderen. Er kwam helemaal niemand opdagen totdat het over de omroep ging, dan waren ze er allemaal; onze organisaties denken dat er bij de televisie geld zit en dat dat voor de eigen club is aan te wenden. Nogmaals: wij hebben niets. Ik vind het een schandalige beschuldiging van Bogaers. Want hoe komt het dat wij geen geld hebben? Omdat organisaties als Al Nisa jarenlang geen contributie betalen.’
M. Bogaers: 'Hoezo? Wij hebben altijd contributie betaald. Zelfs meer dan dat. Mevrouw Abdus Sattar hebben we nog eens een dure printer cadeau gedaan. Pas het laatste half jaar weigeren wij te betalen. Omdat er niet geluisterd wordt. En wat die subsidie betreft, rechtstreeks heeft de NMR daar inderdaad niets over te zeggen. Maar mensen uit de raad hebben wel zitting in het bestuur van de omroep.’
S. Abdus Sattar: 'Het is best te begrijpen dat bepaalde organisaties geen contributie betalen. Het weinige dat ze hebben, besteden ze liever aan de moskee of aan het salaris van de imam of aan de lotgenoten in Bosnië. Oké. Maar ga dan alsjeblieft niet zeuren, zeg. De communicatie tussen al die etnische groepen binnen de raad is moeilijk. Vergeet niet, we werken met vrijwilligers. Het is misschien niet het juiste moment om daar over te praten, maar eigenlijk zouden we extra subsidie moeten hebben om de mensen een beetje te kunnen aanvuren. Want natuurlijk loopt het hier niet op rolletjes. Het schort aan vlot verloop. Maar hoe kun je vrijwilligers achter hun broek zitten? Vandaar ook dat er van die vergadering steeds niets terechtkomt.
Ik denk niet dat een wedijver tussen progressief en fundamentalistisch aan dit conflict ten grondslag ligt. Zo progressief vind ik de vrouwenorganisaties niet. En als de Raad zo conservatief is, zoals vaak wordt gesuggereerd, dan zou ik hier nooit zitten.’
M. Bogaers: 'Het bestuur van de NMR heeft zich schuldig gemaakt aan manipulatie. Mensen met te liberale denkbeelden worden eruit gewerkt’.
Woordvoerster Manon Minks zegt dat er ten burele van het Commissariaat eenzelfde verontrusting heerst als in 1993. In die tijd bestond de NMR nog niet en was de zendvergunning in handen van een andere moslimkoepel, de Islamitische Raad Nederland (IRN), die negentig procent van alle Nederlandse moslims vertegenwoordigde en daarmee de grootste was. Om een strijd om de macht te doen ontbranden wekten splintergroepjes binnen de IRN indertijd, net als nu bij de NMR, de indruk dat bepaalde liga’s hen de mond snoerden of gewoon negeerden. Zo kwam het minister Dales ter ore dat Al Nisa en Promotie bij de IRN niet welkom waren. Daarop hielp Dales die organisaties aan boord van de nieuw opgerichte NMR, die nog niet eens de helft van alle moslims in Nederland vertegenwoordigt. De IRN was verbijsterd toen het Commissariaat op een dag liet weten dat ze niet representatief was bevonden, en dat daarom besloten was de NMR met de licentie en de fel begeerde subsidie van vijf miljoen te verblijden.
Doordat Al Nisa en Promotie onder de pannen waren, dacht de overheid gelijk de emancipatie van de islamitische vrouw te bevorderen. Een miskleun, want de tot symbool verheven Al Nisa en Promotie bestaan vrijwel uitsluitend uit Nederlandse bekeerlingen, wat voor de IRN ook de reden was om ze te weigeren. Binnen de eigen gelederen was immers al genoeg onrust. De authentieke moslima’s, tegenwoordig verenigd in de Landelijke Islamitische Vrouwenorganisatie (LIVO), die veel meer gebaat waren geweest bij die emancipatorische handreiking, lieten zich juist vertegenwoordigen in de IRN die plotsklaps opzij was geschoven. Nog steeds heeft haast niemand notie van hen genomen.
MET DE NMR-begunstiging dacht de overheid eindelijk van alle ellende verlost te zijn. De NMR werd met tolerantie geassocieerd, en minstens zo belangrijk was dat die koepel wél beschikte over Nederlandse woordvoerders, zoals S. Abdus Sattar, en de in Holland getogen vrouwen van Al Nisa en Promotie. Dat in tegenstelling tot de uitheemse islamieten van de IRN, die slechts gebrekkig Nederlands spraken.
De IRN, die met de negentig procent dekking toch als het meest representatieve aanspreekpunt gold, stortte dankzij dat vrouwonvriendelijke predikaat en de communicatieve tekortkomingen ineen. Vijf personeelsleden probeerden nog bij de nieuwe omroep aan de bak te komen, maar daar wilde imam Van Bommel niets van weten. De teloorgang van de IRN was met name voor de Turkse gemeenschap dramatisch. De TICF, de grootste Turkse organisatie in het land, was niet welkom in de NMR, en had daardoor van de ene dag op de andere niets meer te vertellen. De achterban nam daar geen genoegen mee: die was er woedend over dat een organisatie waarin Turken nauwelijks vertegenwoordigd zijn, voortaan de scepter zou zwaaien. Tevergeefs werden rechtszaken aangespannen, en in een wanhoopspoging stelde leidsman E. Ates dit jaar met restantjes TICF een nieuwe koepel samen, de Raad van Moskeeën. Maar er gloorde hoop toen de NMR de afgelopen maanden plotseling begon te stuiptrekken en het wantrouwen bij het Commissariaat voor de Media groeide. De Raad van Moskeeën staat nu te trappelen om de zendmachtiging over te nemen van de NMR. Ook oud-IRN-voorzitter en Ates-sympathisant Karagul heeft er het volste vertrouwen in: 'De Raad van Moskeeën is de enige representatieve moslimorganisatie. Ik hoop dat zij de zendtijd kan overnemen’.
De NMR ziet de bui al hangen. Over E. Ates merkt S. Abdus Sattar op: 'Hij heeft binnen de TICF iedereen die een bedreiging voor hem vormde uit de weg geruimd.’ Ze vergeet echter dat Ates zich in 1993 onsterfelijk heeft gemaakt door de ongure UMMON onderuit te halen. De UMMON was de lange arm van het potentatenbewind van Koning Hassan in Marokko. Ates werd in zijn onthullingen bijgestaan door GroenLinks-lijsttrekker Mohammed Rabbae, omdat die in zijn boek Eerst de Amicales ongeveer hetzelfde had beweerd. Ondanks zijn openlijke steun aan Ates, van wie onlangs in Trouw werd beweerd dat hij heulde met de Grijze Wolven, zegt Rabbae teleurgesteld te zijn over de chaos bij de NMR: 'Ik had gehoopt dat er met de NMR een stabiele organisatie zou ontstaan. Jammer dat het weer niet lukt. Voor een deel zal het met ondeskundig bestuur te maken hebben. Maar eveneens geldt dat als we de scheiding tussen staat en kerk willen garanderen, het Commissariaat voor de Media niet steeds voorwaarden moet gaan stellen’.
En dat is nou juist wat er constant aan de gang is. De moslimgemeenschap is de afgelopen jaren alleen maar meer verdeeld geraakt in plaats van het front te vormen dat de Nederlandse overheid zo graag zou zien. Niet zozeer wedijver tussen orthodox en progressief ligt daaraan ten grondslag, maar eerder het Commissariaat voor de Media, dat de omroeplicentie als een wisselbeker laat rondgaan.