Deutsches Schauspielhaus Hamburg

Opschudden en laten doortochten

Karin Beier is sinds een paar jaar artistiek chef van het grootste toneelhuis in Duitsland. Haar ensemble is nu voor enkele weken in Amsterdam neergestreken.

Medium schiff 20der 20traume 20karin 20beier 20foto 20matthias 20horn 202

Ruim twintig jaar geleden is het, ergens in het voorjaar van 1994. In een Berlijnse toneelzaal, tijdens het jaarlijkse theaterfestival, zie ik voor het eerst een voorstelling in de regie van Karin Beier, Romeo und Julia. Ik voel nog de huivering in de zaal tijdens de slotscène. Julia probeert de dode Romeo van het podium weg te slepen. Ze zegt broodnuchter: ‘Kom, we gaan schommelen.’ In de beroemde balkonscène, een paar uur eerder, hebben de twee jonge gelieven zichzelf op trapezeschommels naar elkaar toe gezwiept. Caroline Ebner speelt Julia. Ze is een oude ziel in het lichaam van een jonge meid. Door haar regisseur is ze vers van de toneelopleiding aan de Folkwang Hochschule in Essen geplukt.

Een groot en ontroerend talent dat ons met dat sterke, wilde spelen en die merkwaardig lage stem door elkaar schudt en naar de strot vliegt. Zij wint op het festival, waarin het merendeel van de gekozen ensceneringen door aanstormende talenten is geregisseerd, ongeveer alle prijzen voor jonge toneelspelers die er te vergeven zijn. Matthias Leja speelt Romeo, Bernd Grawert, die later vaak met Luk Perceval zal werken, speelt Mercutio. Een intrigerend trio, jeunesse dorée, Veronese rijkeluispubers die zich in extreme situaties storten om de nabijheid van de dood op te zoeken. Mercutio wordt in Karin Beiers enscenering niet door een dom misverstand gedood, hij loopt weloverwogen in het mes van zijn tegenstander, omdat hij zich door Romeo verraden voelt. Vader Capulet is hier niet de huistiran die zijn dochter harteloos aan de man brengt, maar een vader die oprecht lijdt, omdat de familieverhoudingen niet toelaten dat ‘zijn’ Julia de keuze van haar hart volgt.

Er is in deze enscenering sprake van een frisse en radicale herlezing van de oorspronkelijke tekst. En er is dus navenant veel gegrom onder critici, over de vrije manier waarop het team van het producerende Schauspielhaus Düsseldorf met het materiaal omgaat. Maar veel harten springen ook weer open door de ontwapenende wijze waarop Beier en haar team tijdens het Publikumsgespräch hun werk met verve verdedigen. Het is overigens nog maar Beiers tweede professionele toneelregie. Ze heeft voor Romeo und Julia bij de Düsseldorfer Intendant Volker Canaris (1942-2012) een vol jaar voorbereidingstijd bedongen én gekregen. Ook haar volgende Shakespeare, Sommernachtstraum (1995), wordt een feest. Een fysieke, circusachtige voorstelling op een kaal, ruwhouten podium. En bovendien een Europese Shakespeare, gemaakt met jonge toneelspelers uit Italië, Frankrijk, Polen, Hongarije, Israël, Bulgarije, Rusland, Engeland en Duitsland, die allemaal in hun eigen taal spelen. De basis voor de productie wordt gelegd in workshops voor jonge spelers in Avignon en tijdens een workshop voor jonge regisseurs in Stockholm, waar Beier in de leer gaat bij onder anderen Ingmar Bergman en Andrzej Wajda. Ze zet het complete toneelhuis van Düsseldorf op z’n kop, het starre theaterapparaat kraakt in zijn voegen. En de voorstelling wordt opnieuw naar Berlijn uitgenodigd.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het Duitse toneel wat regisseren aangaat voor een groot deel het speelterrein van ‘boze oude mannen’, de generatie Achtundsechziger als Peter Stein en Claus Peymann, politiek bevlogen correct, altijd originele interpretaties van klassiekers bij de hand, tekstgetrouw, tikje humorloos, vleugje anarchie. Beier leerde in haar puberjaren het toneel kennen via het werk van een van die grumpy old men, Jürgen Flimm (1941), vanaf 1979 Intendant bij Schauspiel Köln in haar geboortestad. Hij was een bevlogen toneeldirecteur, die Beier en haar vriendinnen met genoegen vlak voor het begin van de voorstellingen de zaal in smokkelde, naar de goeie, dure en laatste nog beschikbare plaatsen in de permanent uitverkochte producties. Ze genoot van de vormentaal en de humor in het werk van Flimm en van zijn gastregisseurs als Jürgen Gosch en Luc Bondy.

Toen Beier bekendmaakte dat ze naar Hamburg ging verkassen, verklaarde iedereen haar voor gek

Op haar twintigste, in 1985, richtte ze bij de universitaire studies theaterwetenschap en anglistiek (samen met haar studiegenoot Elmar Goerden) een Freie Theatergruppe op, om Shakespeare-teksten uit te voeren, in het Engels. De naam van de groep: Countercheck Quarrelsome (‘Twistzieke Tegenspraak’), een van de zeven gradaties van liegen bedriegen volgens de nar Touchstone in As You Like It. Ze deden met de groep negen Shakespeares in vijf jaar tijd. De al eerder genoemde Düsseldorfer Intendant Volker Canaris zag The Merchant of Venice en wist meteen: daar is een nieuw regietalent opgestaan. Regisseren is dan in Duitsland (en waar trouwens niet?) nog vooral een mannenberoep. Volgens de simpele ‘wetmatigheid’ dat de regisserende jongens meestal jongens als regieassistent vragen. Nu zul je Beier nauwelijks horen over glazen plafonds en de vrouwelijke zienswijze in toneelmaken, maar zij is met enkele leeftijdgenoten wel een sterk voorbeeld en een rolmodel geweest voor veel vrouwelijke regisseurs in het Duitse toneel.

Vrij snel werd ze overal gevraagd, tot aan het prestigieuze Weense Burgtheater toe, waar ze vanaf 1999 vaste huisregisseur werd. In 2006 koos ze voor haar geboortestad Keulen. Ze werd er chef van het Schauspielhaus. De eerste intendant met in de directiekamer een speelhoek voor haar kind, dochter Momina, en de eerste die iedere dag stipt om half vijf naar huis ging om voor haar kind te zorgen, tot de oppas het voor de avond kon overnemen. Ze haalde Rita Thiele uit Düsseldorf als dramaturg en Mitstreiterin, voor de vorming van een internationaal en multi-etnisch ensemble, en de samenstelling van een breed repertoire, met gastregisseurs als Alvis Hermanis en Katie Mitchell. Het ingeslapen en door heftige subsidiekortingen bedreigde Schauspielhaus Keulen werd voor toneelliefhebbers weer a place to be. Er werd zelfs half spottend over Beiermania gesproken, zo populair werd ze bij haar stadsgenoten.

Medium portret 20karin 20beier 20foto 20klaus 20lefebrve

En toen kwamen de Keulse politici met het megalomane en onbetaalbare plan voor nieuwbouw van opera en Schauspiel, vergelijkbaar met het prestige-object Spuiforum in Den Haag. Beier zette zich in voor een goedkoper alternatief: verbouw van de bestaande voorzieningen. En ze won. Op alle fronten. Ook middels haar voorstellingen. Met op haar hoogtepunt Die Schmutzigen, die Hässlichen und die Gemeinen, vrij naar het filmscenario Brutti, sporchi e cattivi van Ettore Scola uit 1976, hier een geluidloos griezelwerk achter glas, brutale reality tv met het geluid uit, doodeng en overweldigend. En in hetzelfde seizoen Das Werk/Im Bus/Ein Stürz van Elfriede Jelinek, een drieluik over natuurrampen als gevolg van ingrepen van de mens in de natuur. En, in de regie van Nicolas Stehmann, de eerste en de beste versie van Elfriede Jelineks antwoord op de bankencrisis, Die Kontrakte des Kaufmanns. Brutaal politiek theater, beeldend en rauw, met een hoog amusementsgehalte. Wie er alles over wil weten en het Duits machtig is – lees toch vooral het prachtboek over Beier, Den Aufstand proben (‘repeteren voor de opstand’) van toneelverslaggever Wolfgang Höbel, dat precies die succesvolle Keulse jaren beschrijft. Tijdens deze jaren werd haar toneelhuis door Duitse critici overigens twee keer achtereen uitgeroepen tot ‘ensemble van het jaar’.

Toen Beier in 2011 bekendmaakte dat ze met ingang van het seizoen 2013-2014 naar Hamburg ging verkassen om de leiding van het Deutsches Schauspielhaus over te nemen, verklaarde ongeveer iedereen haar voor gek. Dat toneelhuis, gelegen recht tegenover Hauptbahnhof Hamburg, is het grootste, zwaarste en lastigst te besturen Sprechtheater in Duitsland, een log toneelbedrijf. De grote zaal werd in 1900 gebouwd voor bijna 1900 toeschouwers, na diverse verbouwingen passen er nog altijd 1250 in. Het huis ademt Duitse toneelhistorie. Gustav Gründgens, de omstreden Berlijnse toneeldirecteur en sterspeler uit de Hitler-tijd, leidde het ensemble van 1955 tot zijn dood in 1963. Hij maakte hier zijn beroemde, verfilmde en veel Duitse scholieren tot lesmateriaal dienende Faust.

In de jaren zeventig werd het Schauspielhaus geleid door de vriendelijke en doortastende ‘toneelprofessor’ Ivan Nagel, die hier een van de grootste toneelschandalen en een van de meest invloedrijke en mooiste Shakespeare-voorstellingen in het naoorlogse Duitsland realiseerde, Othello (1976) in de regie van Bürgerschreck Peter Zadek (1926-2009). Zadek zelf leidde het Schauspielhaus van 1985 tot 1989, niet zijn gelukkigste jaren – het huis zou hem naar eigen zeggen doodziek hebben gemaakt – overigens afgesloten met een grandioze, voor het eerst ongecensureerd gespeelde versie van Wedekinds Lulu.

De tot nu toe meest succesvolle intendant was Frank Baumbauer (1945), die het Hamburgse toneelhuis tussen 1993 en 2000 beroemd maakte. Onder meer door de regisseurs Christoph Marthaler en Frank Castorf aan het Hamburgse publiek te presenteren, tot groot wederzijds plezier en prettig oplopende irritatie. Hij stelde de Vlaamse toneelmaker Luk Perceval vervolgens in de gelegenheid om zijn (en Tom Lanoye’s) Shakespeare-marathon Ten oorlog! met Duitse acteurs opnieuw te ensceneren – dat werd in 2000 Schlachten, een ongekend publieksucces. En een van Baumbauers vaste krachten was… Beier. Die nu hier zelf Cheffin is. Ze zal zich zeker de voornaamste les van haar grote voorbeeld en mentor hebben herinnerd. Als je een theater overneemt, zorg er dan voor dat je eerst de zaak flink opschudt en laat doortochten. Pas als je van de rommel, de spoken en de klamme stank van het oude huis en je voorgangers af bent, kun je aan de kunstenaars die jij wilt je ruimtes aanbieden.

Beier werd door het toeval, door wat oude kwalen van het gebouw en misschien door een paar spoken die waren achtergebleven uit het tijdvak Baumbauer meteen na haar aantreden een handje geholpen. Nog voor ze goed en wel begonnen was, lazerde het loodzware brandscherm van de grote zaal naar beneden, waardoor de toneelopening zwaar werd beschadigd. Gevolg: uitstel van de seizoensstart. Nu, anderhalf seizoen verder, staat haar spel wel zo ongeveer op de wagen. Voorbeelden daarvan zijn deze weken te zien in Amsterdam, waaronder opnieuw een bewerking van een Italiaans filmscenario, E la nave va, als schilderachtige vluchtelingenrevue. En Houellebecqs roman Soumission als de door Beier inventief geregisseerde toneelmonoloog Unterwerfung. Hamburg gaat nog veel plezier beleven aan de vechtlustige vakvrouw Karin Beier. Wij genieten in Amsterdam deze dagen eventjes met volle teugen mee.


Brandhaarden, Deutsches Schauspielhaus Hamburg, 17 februari t/m 3 maart; ssba.nl/brandhaarden. Zie voor een bespreking van Unterwerfung de kroniekpagina’s in dit nummer

Beeld: (1) Scène uit Schi der Träume, een vrije toneelbewerking van Fellini’s E la nave va (Matthias Horn); (2) Karin Beier (Klaus Lefebrve)