Economie

Opstand?

Ik weet niet of u het heeft meegekregen, maar de VS zijn uit de crisis. Huizenprijzen stijgen. De werkgelegenheid groeit. Het consumentenvertrouwen neemt toe. Het aantal verkochte Porsches is met 71 procent (!) gestegen. En voor 2012 wordt een groei van 2,2 procent verwacht.

Kom daar in de eurozone eens om. Hier wordt een krimp van 0,4 verwacht – het grootste groeiverschil sinds 1993. En dat wordt de komende jaren alleen maar groter. Terwijl de gemiddelde Amerikaan in 2017 tien procent rijker is dan voor de crisis is de gemiddelde Europeaan dan vier procent armer. Een verloren decennium. Een goudmijn voor fascisten!

Ik wil niet suggereren dat in de VS alles pais en vree is. Stuitende armoede en inkomensongelijkheid van roofbaroneske properties teisteren het land. Maar hoewel ook daar burgers zuchten onder een afromende elite, is die er tenminste in geslaagd de pijn van financieel ontslakken te verdelen en verzachten. Inderdaad, zoals van democratisch gekozen volksvertegenwoordigers mag worden verwacht. Burgers zijn er niet voor de staat; de staat is er voor de burger.

In een recent rapport, Debt of Nations, betoogt Willem Buiter dat de macro-economische kater recht evenredig is aan de omvang van de zeepbel: hoe groter de vastgoedroes, hoe pijnlijker de kater. Om de schade te beperken, pleit Buiter voor een ‘gecoördineerd’ ontschuldingsbeleid. Het komt erop neer dat verschillende sectoren vooral na elkaar hun schulden moeten terugdringen en niet tegelijk.

De Amerikaanse ervaring suggereert eerst banken, dan huishoudens en tot slot de staat. Zo is het daar gegaan: meteen na het failliet van Lehman Brothers in september 2008 hebben de grootbanken openheid van zaken moeten geven, activa realistisch moeten waarderen en staatssteun moeten accepteren waar tekorten dreigden. Daarna waren huishoudens aan de beurt. Doordat de antifeodale VS crediteuren minder beschermen dan het neofeodale Europa hebben veel overgekrediteerde huishoudens hun huissleutels simpelweg naar de bank kunnen sturen (‘jingle post’). Het is niet leuk en de overheid had uiteraard meer moeten doen om burgers hun huis te laten behouden, maar de uitkomst was een schone lei en banken die tenminste hebben moeten meedelen in de ontslakkingspijn.

Volgens Buiter zijn Amerikaanse huishoudens koploper ontschulding. Sinds de piek van 2007 zijn hun schulden met vijftien procent geslonken. Het gevolg is dat de kredietkranen weer open zijn gegaan, huishoudens zijn gaan consumeren en ondernemingen zijn gaan investeren. Daardoor is de economie gaan groeien en is het voor de overheid – als laatste in het rijtje – makkelijker geworden om begrotingstekort en schuldenlast tot houdbare proporties terug te brengen.

Zet dat eens af tegen de eurozone. Europese banken zijn saaie, goedmoedige reuzen, misdachten we in 2008. En dus worstelen we vijf jaar na dato nog altijd met zombiebanken die ieder douceurtje van de ECB aan huishoudens en bedrijven gebruiken om hun balansen te repareren. En sinds Papandreou in november 2009 internationale beleggers op de risicoverschillen tussen noord en zuid wees, hebben vrijwel alle Europese politici – afhankelijk als ze zijn van de monetaristische paardenfluisteraars die de ministeries van Financiën bezetten – van de ene op de andere dag hun keynesiaanse zelfbeheersing afgeworpen en zich overgegeven aan een ongekende bezuinigingsorgie. Met alle perverse consequenties van dien: krimp, werkloosheid, huisuitzettingen, stijgende begrotingstekorten en staatsschulden, politieke radicalisering, sociale frictie, geopolitieke marginalisering.

Volgens Buiter is Nederland uitzonderlijk kwetsbaar. Sinds midden jaren negentig zijn onze private schulden van 264 naar 341 procent van het bbp gestegen. Dat komt vooral door de hypotheken. Natuurlijk staan daar bezittingen tegenover. Maar aan onze pensioenen mogen we niet komen en onze huizen kunnen we alleen te gelde maken als de huizenmarkt functioneert. Dat betekent dat wij op dit moment voor onze financiële ontslakking zijn aangewezen op ons netto inkomen – en precies daar zit de pijn!

Door decennia van loonmatiging zijn wij sinds midden jaren negentig met schulden ter waarde van 250 procent van ons netto jaarinkomen uitgegroeid tot wereldkampioen schuldenaar. De minste of geringste schok kan ons over de kling van het bankroet jagen, zoals steeds meer hoogopgeleide veertigers met kinderen die op de top van de huizenmarkt een woning hebben gekocht aan den lijve ervaren. Met dank aan de lastenverzwaringen – 23 miljard euro – van Rutte 1, de Kunduz-coalitie en Rutte 2.

In het licht van de Amerikaanse les is het een regelrechte schande dat de politieke kaste kwetsbare huishoudens offert op het bijgelovige altaar van staatsschuldreductie. Zeker als je bedenkt dat de overheid voor één procent kan lenen terwijl huishoudens tegen rentestanden van vijf à zes procent aanhikken. Waar blijft de opstandige middenklasse?