Opstand tegen de Oekraïense regering én de oppositie

Kiev – Ze gooit de twee flessen water en de plastic zakken neer en stort zich in de armen van haar zoon. Dan omhelst ze zijn maat. Ook de jongen daarnaast wordt hartstochtelijk begroet. En die dáár weer naast.

Ze haalt zeep uit d’r tas. Een handdoek. Boent de zwartgeblakerde gezichten schoon. Dan het eten. De thee. Even ontspannen bij de stapel brandende autobanden. ‘Nee, geen foto!’ roept de vrouw over het vuur heen. Het geluk straalt van haar gezicht. En van dat van haar jongens. Pure moederliefde. Tenminste, als het hun moeder was.

‘Hier hete thee! Bouillon! Sigaretten!’ schreeuwen twee kerels een paar meter verderop in de zone bij de verschroeide stadionpoort. Boven op de metershoge sneeuwbarricade knoeien ze wat met hun kogelvrije vesten, als je de scheef hangende constructie van gefiguurzaagd hout zo mag noemen. Ondertussen houden ze de situatie bij de uitgebrande politievoertuigen scherp in de gaten. ‘Bestorming over vijftien minuten!’ klinkt het van die kant. Maar ook nu houdt de gewapende vrede stand.

Het volk brult deze dagen in Oekraïne. In het westen heeft het zo’n beetje alle regiobesturen overgenomen. Hier, bij het voetbalstadion in Kiev, hebben woedende betogers een hindernisbaan van barricades opgeworpen en ballen ze de vuist naar de gehate ordediensten. Onvrede met de als zwak beschouwde oppositieleiders van Majdan speelt een rol. ‘Twee maanden hebben we braaf onder de kerstboom staan dansen en met welk resultaat?’ foetert een man terwijl hij brokstukken ijs in een zak schept. Of, zoals een studente de beelden van de naar woorden zoekende oppositieleider Vitali Klitsjko op haar laptop becommentarieert: ‘Hij is niet radicaal genoeg. De macht en de oppositie in Oekraïne zijn twee handen op één buik.’ Het is de taal van de straat. De taal van een volksfront tegenover de dreigende politiestaat.

Aan het front zelf, de chaotische en verraderlijke ijsvlakte achter de rij uitgebrande politievoertuigen, gaan de waaghalzen, vechtjassen en nationalisten van divers pluimage hun eigen gang. Ze dragen helmen, gasmaskers, mondkappen. Halen slaap in tussen de autobanden. ‘Met jouw lengte gooi je deze steen zeker tweehonderd meter ver.’ Joera, bouwvakker uit Poltava, heeft een wapen gemaakt om stenen te slingeren. ’s Ochtends klust hij ergens bij in een appartement. ‘De zege? Niet alleen het aftreden van president en regering. We willen hun berechting en de vernietiging van hun systeem.’