Le camp des saints, Jean Raspail

Opstand van de Ganges-mens

Vóór Houellebecq was er Jean Raspail, een schandaalauteur die de ondergang van de westerse mens beschreef. Volgens critici was Raspail een racist, nu wordt hij door een nieuwe schare fans als een profeet bestempeld.

Medium hh 5328383

Fijnzinnig is Jean Raspails Le camps des saints niet. ‘En zo voer naar het Westen een vloot stront en ontaarde zinnelijkheid, maar ook vol verwachting: de armada van de laatste hoop.’

Honderd roestige schepen, volgepakt met een miljoen zielen die vanuit de delta van de Ganges naar de Franse Rivièra varen, als voorbode van nog grotere grote stromen migranten uit arme landen die een plekje willen opeisen in het rijke Westen. Wat die uittocht betekent is vanaf de eerste pagina’s niet mis te verstaan. De vloot die in dit verhaal koers zet richting de Mediterrané wordt consequent aangeduid als ‘Het Beest’, en de Fransen die de migranten verwelkomen als zijn dienaren. Het is een verwijzing naar de bijbelse Apocalyps (in de Openbaringen van Johannes) waarbij een duizendjarig rijk Gods wordt vernietigd door volkeren uit de hoeken der aarde die ‘het legerkamp der heiligen’ overrompelen.

Ondergang en Apocalyps. De schrijver en reiziger Jean Raspail verpakte die aloude vrees in een dystopische migratieroman. De auteur liet zich naar eigen zeggen inspireren door de val van Constantinopel. Al wordt de teloorgang van het Avondland hier niet teweeggebracht door vuur en zwaard, maar door passief verzet. Puur het feit dat duizenden Gandhi’s stoïcijns in de richting van de Europese kust dobberen, maakt dat hun doelwit vanzelf in verwarring raakt, struikelt over de eigen voeten en vervolgens kan worden overlopen.

Want nog vóór dat de bootmensen voet aan wal hebben gezet, blijkt Frankrijk niet in staat tot wir schaffen das. Het land stort zich in totale anarchie. De bevolking van het zuiden slaat op de vlucht, ambtenaren leggen het werk neer en het leger muit. Arbeiders, studenten en ontsnapte gevangenen vormen gewelddadige milities die zich solidair verklaren met de vluchtelingen. De elite probeert te ontsnappen naar Zwitserland, gastarbeiders en illegalen verlaten hun ‘rattenholen’ en komen in opstand. De multiculturele samenleving als opstap naar een halve burgeroorlog. Ook Michel Houellebecq, de huidige ster in het kleine pantheon van Franse schandaalauteurs, bediende zich in zijn meest recente roman Onderwerping van een dergelijk scenario.

Raspail, inmiddels 91, is de auteur van vele bekroonde reisboeken, maar schreef één werk dat beroemd werd omdat het verontwaardiging uitlokte. Toen Le camp des saints verscheen in 1973 ging die roman recht tegen de publieke moraal van Frankrijk in. De generatie van ’68 geloofde in wereldburgerschap en hulp aan de inwoners van wat toen nog de Derde Wereld werd genoemd, de slachtoffers van eeuwen koloniale uitbuiting. Raspail presenteerde ze als een groteske horde die Frankrijk binnendrong en daarmee het einde inluidde van het ‘blanke ras’. Hij werd erom verguisd, vooral door linkse media. Het dagblad Libération, door Sartre opgericht, noemt Raspail nog altijd een ‘fascistoïde’ schrijver.

Raspail koos voor een fictieve migrantenstroom uit Zuid-Azië om de aantijging van racisme te vermijden. Een verhaal over massamigratie vanuit het Indiase subcontinent raakte destijds niet aan de actualiteit van Frankrijk, dat vooral met immigratie uit voormalige koloniën in Noord-Afrika worstelde. Er is in Le camps des saints sprake van een botsing der beschavingen (Samuel Huntington, auteur van The Clash of Civilisations, liet zich inspireren door Raspail) maar niet zoals die nu in sommige rechtse kringen wordt ervaren, tussen de islam en het Westen.

Tegelijk was deze keuze destijds voor de hand liggend. Begin jaren zeventig was hulp aan Bangladesh na een bloedige onafhankelijkheidsoorlog hard nodig. Moeder Theresa was na twintig jaar zwoegen in de sloppen van Calcutta uitgegroeid tot een internationaal icoon van naastenliefde. Maar juist die christelijke moraal doet in Le camp des saints het Westen de das om. Er klinkt een echo van Nietzsche door in Raspails mystieke zinsneden over de dood van de ‘kleine God van de christenen’ en zijn aanklacht dat het christendom heeft gekozen voor onderwerping, schuld en boete. Dat maakt dat het Westen zich niet kan verdedigen tegen indringers. Dat Raspail ook nog een Zuid-Amerikaanse paus opvoert die de wereld maant zich open te stellen voor de armada van de laatste hoop draagt er verder aan bij dat zijn boek nu door instemmende lezers als een profetie wordt gezien.

Na verschijning begon Le camp des saints aan een bestaan als rechtse cultroman. Een Engelse vertaling werd gemaakt door de American Immigration Control Foundation, een actiegroep voor restrictief immigratiebeleid. Ronald Reagan las het, en liet weten onder de indruk te zijn. Zelf riep de auteur zijn omstreden werk af en toe in herinnering. In 1985 schreef Raspail een artikel voor Le Figaro Magazine waarin hij betoogde dat een groeiende migrantenpopulatie een bedreiging vormde voor de Franse cultuur, waarden en identiteit. Raspail stuurde een exemplaar naar Jacques Chirac toen die presidentskandidaat werd. Dat Chirac later in een toespraak zei dat Europa ‘zowel islamitische als christelijke wortels’ heeft, deed Raspail concluderen dat monsieur le président zijn boek niet gelezen had.

In 2011 kwam er een herdruk en scoorde Le camp des saints hoog in de verkooplijsten. Inmiddels is er meer markt voor de migratiedystopie, al zou het boek nooit door de anti-racismewetgeving zijn gekomen als het nu voor het eerst verscheen, schreef Raspail in een uitgebreide nieuwe inleiding. Daarin sprak hij over migranten als ‘the big other’ die, net als Big Brother in Orwells 1984, een totalitaire macht over de toekomstige samenleving zou uitoefenen. Hij bleef bij zijn verhaal, dat hij ooit een ‘emotionele uitbarsting’ had genoemd. ‘Ik neem niets terug, nog geen jota’, aldus Raspail in 2011 tegen Le Figaro.

Ook nu gaat de discussie over de vraag in hoeverre het boek racistisch is, en in hoeverre dat label van toepassing is op de auteur. Zelf heeft Raspail, die de afgelopen tijd weer regelmatig door interviewers wordt opgezocht, er dit over te zeggen: ‘Het is onmogelijk om een leven lang de wereld over te reizen, lid te zijn van de Société des Explorateurs Français, talloze bedreigde volkeren te ontmoeten en dan een racist te zijn.’

Miljoenen mensen schepen zich in omdat ze ondervoed en arm zijn, terwijl in Europa iedereen leeft als een vorst

Evenwel schetst Raspail in Le camp des saints een reductionistisch beeld van ‘de Ganges-mens’. Dat die afkomstig is uit een cultuur van duizenden jaren oud die stoelt op een epos dat verder teruggaat dan de Illias en de bijbel doet niet ter zake. Raspail voert slechts gezichtsloze massawezens op, aangevoerd door een Indiër uit de laagste kaste die wordt aangeduid als ‘de coprofaag’, oftewel iemand die uitwerpselen eet. Is dit de blik van de auteur of weet Raspail haarfijn de vinger te leggen op wat een westerling nog wel eens geneigd kan zijn te voelen bij de aanblik van een straatarme miljoenenbevolking in een hete, vervuilde Zuid-Aziatische stad?

Opvallend is dat ‘het Westen’, de entiteit waar het voor Raspail allemaal om draait, ook weinig profiel krijgt. In Le camp des saints regent het vooral aantijgingen van het type dat tegenwoordig op de deur van de linkse kerk wordt gespijkerd. Het Westen is slap, in verwarring en zelfloochenend. Dat het ooit beter was moet blijken uit referenties aan Charles Martel en de Kruistochten, toen het Westen de muzelman nog een lesje leerde. Voor de rest kan de lezer het stellen met eenvoudige symboliek: oude gebouwen, klassieke muziek en luchtgedroogde ham, die mijmerend aan de vork wordt geprikt, in tegenstelling tot de ‘kerrie’ die het volk van de Ganges verdorie met zijn handen eet.

Het is moeilijk voor te stellen dat dit is wat er op het spel staat in de botsing der beschavingen, maar buiten het blank zijn van de blanke mens biedt Raspails roman weinig verdere invulling. Het doet de vraag rijzen of ‘het Westen’ wordt gedefinieerd door nog iets anders dan de vrees voor het eigen einde en het gemopper op de krachten die het verval zouden veroorzaken.

Dit alles staat een nieuwe golf van belangstelling niet in de weg. Voor het Nederlandse taalgebied verscheen onlangs een nieuwe uitgave van Le camp des saints (vertaald als De ontscheping) verzorgd door De Blauwe Tijger, een kleine uitgeverij uit Groningen met een conservatieve signatuur. Die bestempelde het boek als ‘minder futuristisch als (sic) 1984 of Brave New World, maar wel een getrouwere weergave van de wereldwijd verschuivende biomassa’s zoals we die nu kennen’. Jort Kelder schreef een aanbeveling: ‘helaas urgenter dan ooit’.

Raspails boek is regelmatig omschreven als extreem politiek incorrect. Zijn suggestie dat het Westen de migrant alleen buiten de deur kan houden door boten te torpederen of te hopen dat de vloot vergaat op zee is dat zonder meer. Maar er zit een diepere laag in Raspails roman die minstens zo politiek incorrect is. De grote migratie wordt uiteindelijk gedreven door extreme welvaartsverschillen. Miljoenen mensen schepen zich in simpelweg omdat ze ondervoed en arm zijn, terwijl in vergelijking in Europa iedereen leeft als een vorst.

Op die manier kun je Raspails boek óók lezen: als een parabel over ultieme revanche – hemelse gerechtigheid, zo je wil – op westerse inhaligheid. ‘Wanneer op onze gezamenlijke wereld’, zo laat Raspail een radiopresentator zeggen, ‘men op nauwelijks vijf uur vliegen een mensensoort aantreft van wie het jaarinkomen de vijftig dollar niet overschrijdt en een ander soort van wie hetzelfde inkomen vijftien- of twintigduizend dollar bereikt, zal men mij niet wijsmaken dat hier geen sprake is van een uitgebuite kansarme tegenover een uitbuiter.’ Als rijkdom niet eerlijk gedeeld wordt, komen de armen het vanzelf halen. En als dat gebeurt moeten de rijken kiezen tussen de twee kwaden die Raspail benoemt: deemoedig leren arm te worden of het lef hebben om rijk te zijn.

Uiteraard beleeft niet iedereen de mondiale tegenstellingen op die manier. Raspail voert een Frans koppel uit de lagere middenklasse op dat niet begrijpt waarom hun land zelfs maar overweegt de vluchtelingen de hand te reiken. Alsof zij het breed hebben, in hun kleine flatje en hun auto op afbetaling waar ze hard voor werken. Als Raspails boek voorspellend wordt genoemd gaat het meestal over het thema migratie. Maar voorlopig is Le camp des saints voorspellender daar waar het gaat om de botsing tussen elites en een groep burgers die uitgaan van politiek nativisme, dat voorschrijft dat publieke middelen aan het eigen volk toekomen en niet aan nieuwkomers of mensen buiten de landsgrenzen.

Massamigratie mondt in Le camp des saints uiteindelijk uit in een getransformeerde samenleving, in Frankrijk en de rest van Europa. In Engeland ziet de koningin zich genoodzaakt haar zoon met een Pakistaanse te laten trouwen. Wie Raspails zorgen deelt, kan dit zien als een treffend voorbeeld van hoe een eeuwenoud westers instituut verwatert als mensen van buiten Europa hier komen wonen. Tegelijk, als dat het ergste is dat massamigratie teweegbrengt, dan valt het mee. Ook Raspail zelf lijkt daar rekening mee te houden. ‘Kunt u zich voorstellen dat de grote vermenging in de toekomst goed zal functioneren?’ vroeg Le Figaro hem in 2011. ‘Ja’, was Raspails antwoord. ‘ Dat sluit ik niet uit.’


Boeken die ons boos maakten

Soms is een boek als een vinger op een zere plek, die de lezer boos, verontwaardigd of gekwetst laat opspringen. Doet het boek dan iets heel erg fout, of juist iets goed? Deze zomer herleest De Groene de naoorlogse boeken, fictie en non-fictie, die ons deden opschrikken en het boek door de kamer lieten smijten, van Nabokovs Lolita tot The Bell Curve van Murray Herrnstein. Was de verontwaardiging aan een specifieke tijd en moraal gebonden, of blijft ze vandaag nog steeds overeind?


Beeld: Jean Raspail, Parijs, 1981 (Roger-Viollet / HH)