Optimaal geluk

WIM RIETDIJK, fysicus, cultuurfilosoof en voorstander van een breed euthanasie- en eugeneticadebat, heeft een dikke huid. Dat komt goed uit. Hij is de afgelopen weken dom, gevaarlijk en weerzinwekkend genoemd. Hij zou aanzetten tot massamoord. Hij wordt vermoedelijk voor de rechter gesleept. Kamerleden stellen de minister van Justitie vragen over zijn uitlatingen. Rietdijk blijft er stoïcijns onder. ‘Natuurlijk roei ik tegen de stroom op. Maar ik heb daar geen moeite mee. Het zal wel in mijn aard zitten.’

Het is ondertussen Rietdijk zelf die van belediging wordt beschuldigd. De Gehandicaptenraad en de Stichting Down Syndroom hebben aangifte gedaan in respectievelijk Utrecht en Haarlem. In De holle diamant, een bundel interviews over New Age, pleit Rietdijk voor toepassing van eugenetica, ‘omdat de natuur de laatste eeuwen niet meer zo selecteert’. In een gewraakte passage spreekt Rietdijk van 'categorieën geestelijke en lichamelijke onvolwaardigheid, die soms voor het kind en bijna altijd voor de ouders een groot lijden betekenen, en verder voor de maatschappij een heleboel extra (financiële) zorg. Als we nu toch al te veel mensen hebben, heb ik geen enkele morele aarzeling deze kinderen via abortus of later via euthanasie in te laten slapen.’ NU GEBEURT het eerste binnen de grenzen van de wet op grote schaal. Als artsen tijdens prenataal onderzoek vóór de twintigste week (in uitzonderingsgevallen de vierentwintigste) afwijkingen in de foetus vaststellen, kunnen de ouders besluiten tot abortus. En ook het stopzetten van de behandeling van ernstig gehandicapte pasgeborenen is een regelmatig voorkomende praktijk, zij het buiten de grenzen van de wet. Volgens professor P.J.J. Sauer, hoofd van de afdeling Kindergeneeskunde van het Academisch Ziekenhuis Groningen, wordt in honderdvijftig tot tweehonderd gevallen per jaar de behandeling stopgezet als vaststaat dat zwaar lijden de 'lusten’ overschaduwt en een menswaardig bestaan niet mogelijk is. Het kind sterft vanzelf. Als dit niet gebeurt, wordt soms actieve euthanasie gepleegd - precies wat Rietdijk bij wet wil regelen. De cultuurfilosoof doorbreekt nu de sfeer van gedogen en zwijgen, en pleit óók voor niet mis te verstane selectiecriteria. Uit hetzelfde interview: 'Het zou totaal onredelijk en immoreel zijn als er minder ruimte zou komen voor hoogstaande en begaafde mensen, omdat er wat ruimte voor mongooltjes nodig was.’ De beer was los toen het boek verscheen. Tweede-Kamerlid Kees van der Staaij (SGP) heeft vragen gesteld aan minister Korthals van Justitie waarin deze wordt verzocht te onderzoeken of het Openbaar Ministerie Rietdijk kan vervolgen. (De vragen zijn in behandeling; een woordvoerder van het ministerie kon niets zeggen over Korthals’ reactie.) Van der Staaijs eigen mening is duidelijk: 'Het leven is een gave van God en geen eigendom van de mens.’ 'Het lijkt wel een hetze tegen mij’, zegt Rietdijk, die had gehoopt op een zakelijk debat over deze allergevoeligste materie. Dat zit er niet in. Boze opiniestukken verschenen. Rietdijk zou 'aanzetten tot massamoord’, aldus journalist Rik Plantinga in de Volkskrant. Interviewers van de NCRV-radio lieten iedere schijn van journalistieke neutraliteit varen en vielen Rietdijk hard aan. Een bezorgd kijkende Sonja Barend confronteerde Rietdijk met een kalme maar eveneens bezorgde kinderarts. Op radio en televisie lieten ouders van gehandicapte kinderen weten zich bedreigd en gekwetst te voelen door Rietdijks ideeën. Peter Boschman van de Federatie van Ouderverenigingen vertegenwoordigt zo'n zestigduizend ouders van verstandelijk gehandicapten. Hij ziet Rietdijk het liefst zo snel mogelijk het 'wel noodzakelijke’ eugeneticadebat weer uit wandelen. Hij zegt onomwonden: 'Zodra hij moet concretiseren, loopt hij weg. Heb dan de moed om te zeggen: ik, Rietdijk, en tien van mijn collega’s worden opperrechters, alle Nederlanders komen langs, duim omlaag betekent hup, weg, naar de ovens.’ JAN TROOST vertegenwoordigt als voorzitter van de Gehandicaptenraad in Utrecht zo'n tweehonderdduizend mensen. Hij zegt dat een op de vier Nederlanders een handicap heeft of direct met een gehandicapte persoon te maken heeft. Liever dan zich te beroepen op artikel 266 van de wet (belediging) had Troost overigens een grondwettelijke juridische procedure willen starten. Maar gehandicapten worden niet in artikel 1 genoemd. Op de Wet Gelijke Behandeling kon Troost zich evenmin beroepen: ook daarin komen gehandicapten niet voor. De drie ontmoetingen die hij met Rietdijk had voor radio en televisie hebben de betrekkingen er niet beter op gemaakt. 'Ik trek hem nog net niet over tafel, maar daar is ook alles mee gezegd.’ Rietdijk, vindt Troost, moet inzien dat het hebben van een handicap niets te maken hoeft te hebben met de kwaliteit van het leven. 'Juist omdat Rietdijk zegt wat veel Nederlanders denken, is het wel belangrijk om hem ook in het debat te bestrijden, en niet alleen via de rechter. Veel mensen voelen zich bedreigd.’ Een punt waar velen op wijzen is het gebruik van het woord 'euthanasie’. Hans Schraven, voorzitter van de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie: 'Rietdijk gebruikt de term zoals we die in Nederland niet gebruiken. Euthanasie wordt enkel gepleegd op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. Het is vrijwillig.’ Schraven wil niet veel zeggen over de kwestie, behalve dit: 'We zouden het waarderen als de zuiverheid in de discussie behouden kan blijven. Dat is ook Rietdijks verantwoordelijkheid.’ En kinderarts Sauer haast zich te verklaren dat hij Rietdijks ideeën 'verwerpelijk’ vindt. Het welzijn van een individueel kind staat centraal in de kindergeneeskunde, zegt Sauer, niet een abstract idee van 'het collectieve geluk’. IN ZIJN FRAAIE PAND in een rustieke wijk in Bloemendaal ligt de 71-jarige dr. C.W. Rietdijk, kortom, zwaar onder vuur. De cultuurfilosoof, een lange en gecontroleerde man, was wis- en natuurkundeleraar. Omdat zijn ideeën te controversieel en non-conformistisch waren, kwam hij nooit in de academische wereld aan de slag. Mogelijk verklaart dit zijn neiging tot name dropping. Tijdens ons gespek komt een bonte verzameling levenden en doden voorbij. Een kleine greep: Goethe, John Cage, Max Planck, Luther, Willem Drees jr., Paus Pius(XII en Eisenhower. Hij werkte thuis aan zijn hoofdwerk The Scientifization of Culture (1994) en aan een bundel gesprekken van geestverwanten met hemzelf, die de kenmerkende titel draagt Wetenschap als bevrijding (1997). Rietdijk is een 'man van de Verlichting’ en gelooft in objectieve criteria voor goed en kwaad. Zijn 'totale geluk’ tegenover het 'totale leed’ doet denken aan het utilisme - hoe groter het nut hoe hoger het geluk - van de filosofen Bentham en J.S. Mill. Het postmoderne denken met zijn subjectieve, relatieve waarden van de irrationele mens doet hem gruwen. 'Dat zie ik als een regelrechte aanval op de vooruitstrevendheid. De verbetering van de wereld gebeurt door de rede te gebruiken. De mens grijpt in de wereld in naar morele criteria, en accepteert haar niet als van god en de geschiedenis gegeven.’ Tegelijk combineert hij het rationele en de zakelijkheid met een heilig geloof ('ik noem het liever vertrouwen’) in een natuurlijke en hogere morele orde. Hij gelooft in het Goede, dat zich juist ook in de voortdurende studie van de natuurkunde toont. Hier haalt hij Einstein aan: wie de natuur lang genoeg bestudeert, moet wel geloven dat er een hogere geest bestaat die boven alles uitstijgt. Voor Rietdijk gaat het dus om denken én geloven. EENZELFDE gespletenheid toont zich in zijn houding ten opzichte van het democratische idee. Hij beroept zich in de verdediging van zijn ideeën op opinieonderzoeken die tonen dat een meerderheid van de Nederlanders op dezelfde lijn zit als hij en dat hij dus 'in de geest van deze tijd’ denkt. Een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau uit juli 1997 meldt dat 69 procent van de bevolking vindt dat 'onvrijwillige euthanasie’ op mensen die zwaar en uitzichtloos lijden mogelijk moet zijn. Maar een ander democratisch principe als de bescherming van minderheden tegen de meerderheidswil 'moet geen dogma worden’. 'Waarom zou een beginsel als bescherming van minderheden voorrang moeten hebben boven het allerprincipieelste morele uitgangspunt, namelijk het optimaliseren van het totale geluk?’ Evenmin onaantastbaar is de universele verklaring van de rechten van de mens, waarmee zijn ideeën volgens veel critici in strijd zijn: 'Is ook een dogma geworden.’ Diversiteit en pluriformiteit moeten kunnen wijken als de geluksoptimalisering dat vereist. Als aanleg voor criminaliteit genetisch bepaald is, en Rietdijk denkt dat dit in de toekomst het geval zal blijken, moeten we daarnaar handelen. 'Criminelen en zwaar gehandicapten ervaren én verspreiden zelf in het algemeen meer leed dan vreugde. Als je goede eigenschappen stimuleert, bedreig je dan de diversiteit? Dat offer breng ik graag.’ Rietdijk benadrukt dat hij nu enkel concreet voorstelt de wet te verruimen zodat ouders de mogelijkheid hebben om samen met de arts te beslissen hun zwaar gehandicapte kind te doden. Rietdijk vraagt zich af waarom een vrouw wel een abortus mag plegen bij een afwijkende vrucht, terwijl ouders die bij de geboorte ontdekken dat ze een zwaar gehandicapt kind kregen, geen mogelijkheid hebben 'het zieke kind anderhalf jaar later te vervangen door een gezond kind’, zoals hij het formuleert. Rietdijk zégt dat hij de kwestie ter zake een 'uitermate tragisch en ingrijpend probleem’ vindt, maar zijn alomvattende rationalisme druipt er vanaf, altijd, wat zijn tegenstanders nog wel eens tot grote woede drijft. Op kritiek reageert Rietdijk steeds kalm en afwijzend. Hij gelooft in zijn eigen gelijk en citeert graag Max Planck: 'De waarheid triomfeert nooit maar haar tegenstanders gaan uiteindelijk allemaal dood.’ HOE ZIT HET MET het universele ideaal van gelijkwaardigheid? Rietdijk reageert met een verhulde aanval op de politieke correctheid. 'Ik denk dat we geen verstoppertje met onszelf moeten spelen door voortdurend te zeggen: alle mensen zijn gelijkwaardig, terwijl we het zelf niet geloven. De meeste ouders willen toch liever een Churchill dan een straathoekjongere, zogezegd. Die twee vinden ze ook niet gelijkwaardig. We moeten ons niet op dingen baseren die we niet geloven en die ook met te veel feiten in strijd zijn.’ Waar ligt de grens, en kan dit van kwaad tot erger gaan? 'Men is hypersensitief. Als ik concreet leed zie en er kan wat aan gedaan worden, dan ben ik niet bereid om op grond van theoretische motiveringen over hellende vlakken terug te deinzen.’ Nare associaties met de nazi-tijd? 'Ik heb het gevoel dat de nazi’s er al te gemakkelijk bij worden gesleept terwijl dat niet wezenlijk is. De nazi’s perverteerden alle waarden. Ze hebben het begrip eugenetica volslagen geperverteerd, hadden een morbide voorkeur voor blonde vechtmachines en spreidden een onredelijke haat voor joden tentoon. Het is een heel emotioneel argument dat erg onzakelijk is. De nazi’s bedreven veeleer anti-eugenetica dan eugenetica.’ Stigmatisering van een grote groep mensen en het creëren van een cultuur waarin gehandicapten ongewenst zijn? 'Ik zou me kunnen voorstellen dat sommige ouders zich onder druk voelen komen. Maar dat vind ik een geringer leed dan de rest van het hele gebeuren.’ Bedreiging van gehandicapten? 'Die lijken mij in beginsel niet in gevaar te komen door het feit dat ik de abortusmogelijkheid die bestaat nog een stadium verder wil doortrekken, namelijk tot kort na de geboorte. Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om volwassen gehandicapten ook maar een strobreed in de weg te leggen.’ RIETDIJKS GELOOF in de genetische maakbaarheid van de mens heeft wortels in het sociaal-darwinisme uit het begin van deze eeuw. Michiel Louter beschreef in De Groene van 17 september 1997 in detail de geschiedenis van de eugenetische beweging in Nederland, waaruit blijkt dat Rietdijk aansluit op een lange reeks voorgangers met soortgelijke ideeën. Het verschil anno 1999 is wel wat Rietdijk met de econoom Galbraith de 'onslaught of circumstance’ noemt, de 'aanval van omstandigheden’ die zijns inziens de tijd rijp maakt voor een hernieuwde waardering van de eugenetica. Hij doelt op de vele recente genetische ontdekkingen, inclusief het volledig in kaart brengen van het menselijk DNA. Vroeger waren eugenetici vooral kwakzalvers en racisten, en hoewel eugenetische denkers natuurlijk nog steeds tot die categorieën kunnen behoren, is het wel zo dat we tegenwoordig vele malen meer weten van wat er allemaal genetisch is bepaald, en dus aangepast of voorkómen zou kunnen worden. Ondertussen is het wellicht instructief te kijken naar het persbericht van de Gehandicaptenraad, dat beschrijft hoe afgelopen zomer een grote groep verstandelijk gehandicapten bijeenkwam op een internationaal congres in Den Haag. In hun slotresolutie deden zij een oproep die, in retrospectief, direct aan het adres van Wim Rietdijk gericht lijkt: 'Don’t prevent us, include us.’