‘optimist tot in de kist’

HIJ HEEFT bijna even indrukwekkende initialen als HAFMO van Mierlo: RHLM van Boxtel. Hij heeft ook diens (vroegere) uitstraling - jongensachtig, charmant - en een zelfde beschaafde stem. Even was hij een van Van Mierlo’s gedoodverfde opvolgers als lijsttrekker, maar dat is een meisje geworden met de naam Els. Nu wordt hij genoemd als potentiële fractievoorzitter, in één adem met die andere ‘krullenjongen’ van D66, Thom de Graaf. Vroeger had hij lange lokken en idealen. Idealen heeft hij nog steeds, zegt hij, maar zijn wilde haren zijn eraf. Hij vertegenwoordigt het volk in de Tweede Kamer voor D66 en bewoont met vrouw, twee kinderen, twee konijnen en een goudvis een nieuwbouwwoning in de provincieplaats Gorinchem.

Op school was hij zo'n jongen die het, heel vanzelfsprekend, jaar in jaar uit tot klassevertegenwoordiger bracht.
Roger van Boxtel is er nog altijd niet afkerig van om in het middelpunt te staan. Samen met Thom de Graaf, Rob Oudkerk en Boris Dittrich behoort hij tot een nieuwe lichting kamerleden met een zekere sterstatus. Glamourboys haast. Van Boxtel schopte het na een jaar kamerlidmaatschap tot vicevoorzitter van zijn fractie.
Hij is, zegt men op en om het Binnenhof, een carrièrepoliticus. Maar eentje zonder scheermesjes aan de ellebogen.
ZIJN BETROKKENHEID bij de gezondheidszorg ontstond dertig jaar geleden. Hij was dertien en lag drie maanden in het ziekenhuis met een beenmergontsteking. Het scheelde een haar of zijn been moest eraf. Dat maakte zoveel indruk dat Roger van Boxtel besloot later dokter te worden. Maar zijn studie geneeskunde moest hij opgeven; hij liep vast op de bèta-vakken. Meester in de rechten werd hij dan maar, en hij trouwde een arts. In augustus 1994 kwam Van Boxtel op de valreep in de Kamer en lag de portefeuille gezondheidszorg voor hem klaar.
De kosten van de gezondheidszorg - nu al een slordige 63 miljard per jaar - zullen nog verder toenemen. We worden ouder, dus vaker ziek en langer krakkemikkig, we medicaliseren er met z'n allen lustig op los, en er komen almaar nieuwe technieken en hulpmiddelen bij. ‘Maar ik geloof helemaal niet dat het onbeheersbaar gaat worden’, zegt Van Boxtel. 'Het heeft ook weinig zin om zo'n portefeuille vanuit een depressieve houding te bekijken. Ik heb de kreet van mijn vader overgenomen: optimist tot in de kist.’
Het vooruitgangsgeloof is weer helemaal terug. Problemen in de gezondheidszorg gaan opgelost worden met behulp van nieuwe wetenschappelijke inzichten, met een beroep op ’s mensens redelijkheid. Het milieuprobleem tackelen we met behulp van schone technologie. Economische groei? Zeker, zegt economie-minister Wijers van D66, en wel met drie procent per jaar. Tegelijkertijd boeken we natuurlijk óók die milieuwinst.
D66 is de partij van het én-én-denken, zoals Van Kooten en De Bie dat treffend typeerden. Van Boxtel is een echte representant daarvan. Laverend tussen idealisme en opportunisme, of zoals ze dat binnen zijn partij zo mooi noemen: pragmatisme, kan er én veel bereikt, én veel behouden worden. Niet door eerst hoog te mikken en dan te kijken wat er kan worden gerealiseerd, nee, door 'radicaal te zijn binnen het haalbare’.
'Ik sta van harte achter ons verkiezingsprogramma, ook achter de drie procent economische groei die daarin wordt bepleit’, zegt hij. 'Ik geloof dat je ook daarin ambitieus moet zijn. Stilstand is achteruitgang, dat geldt voor ieder onderwerp. Maar je moet wel altijd zorgen dat er iets tegenover staat, en dat denken is nog veel te weinig doorgedrongen. Wij hebben dat gedaan bij de besluitvorming over de Betuwelijn, bij de HSL. Moet er een tweede Maasvlakte komen? Okee, maar dan ook flinke compensatie in natuurruimte. Idem bij Schiphol. Die wisselgeldformule…’
…is een pleister op de wonde.
'Vind ik helemaal niet. Gaan wij dan als enige land in Europa zeggen: gij zult niet meer reizen? De wereld verandert voortdurend, en bij vooruitgang verdwijnen ook altijd dingen. Toen ik in deze nieuwbouwwijk kwam wonen, reed je hiernaartoe over een prachtig weggetje langs de Merwede, met mooie oude bomen ernaast en met een doorkijkje op Woudrichem. De wijk loopt nu langzaam vol en dat mooie aanrijweggetje is verdwenen. Dat doet mij ook pijn.’
En toch: leve de vooruitgang?
'Luister, ik ben een enthousiast milieugenieter, een voorvechter ook, en het is onzin te zeggen dat D66 zijn groene gezicht inlevert. De Betuwelijn was er zonder ons nooit gekomen mét die achthonderd miljoen extra milieu-investeringen. Maar wij zijn nooit alleen milieupartij geweest, we hebben een verantwoordelijkheid over de hele breedte van het beleid. Er zijn in dit land nog altijd anderhalf miljoen mensen die niet meekunnen op de arbeidsmarkt - daar moet je ook wat aan willen doen.’
DE PARTIJ van Van Boxtel vertoont wat desintegratieverschijnselen. Zie de recente mini-opstand van Van Hulten, die nota bene als schrijver van het verkiezingsprogram publiekelijk afstand nam van de drie procent economische groei. Een 'mallotig’ gedoe, geeft de vice-fractievoorzitter toe.
In een recent Nipo-onderzoek gaf de ondervraagde kiezer weer eens aan D66 bovenal 'rommelig’ en 'zoekend’ te vinden. Maar het echte probleem van D66, schreef de Volkskrant onlangs, is het ontbreken van leiderschap. Met Van Mierlo in het buitenland en op de drempel van zijn afscheid; met Wijers die voor de eer bedankt; met Wolffensperger die zijn tijd uitzit tot hij bij de NOS aan de slag mag; en met een lijsttrekker die zich met haar nieuwe rol nog geen raad weet. Een 'Borst-effect’ blijft vooralsnog uit. Haar benoeming leek even een trouvaille, maar in de peilingen verliest de partij zes zetels, zodat ze er een schamele achttien overhouden.
Hoe gaat het met het leiderschap binnen D66?
'Héél goed, dank je.’
Leuk antwoord.
'Nee, echt! Wij kennen die orthodoxe benadering van “leiderschap” niet. We kiezen geen partijleiders, ze worden het. We hebben tot nu toe gehad: Van Mierlo, Terlouw, Van Mierlo, en nu krijgen we Borst. Natuurlijk geeft dat een overgangssituatie. Maar ik acht D66 in een uiterst luxueuze positie, omdat wij naast een aantal heel goede bewindslieden ook heel goede mensen in de fractie hebben. Wij hebben helemaal geen probleem.’
Waarom waren Thom de Graaf en u 'te jong’ voor het lijsttrekkerschap?
'ja, geweldig hè? Om als 43-jarige maandenlang in de krant te lezen dat je een jonge tijger bent. Je zult een 18-jarige gabber zijn en dat steeds lezen. Dan denk je: waar hebben ze het over, daar in Den Haag?’
Merkwaardig, mijmert hij onschuldig, om te zien hoe dat allemaal over je heen rolt: je leest dat je in de race bent, wat je kwaliteiten zijn… 'Het gaat allemaal over je en zonder je.’ Inderdaad, Van Mierlo heeft zijn beide jonge tijgers gepolst. Hij heeft Roger van Boxtel en Thom de Graaf gevraagd: zijn jullie bereid? Ja, antwoordde Van Boxtel. Niet dat hij nou zo eager was, maar hij wilde die deur niet dichtdoen.
'Natuurlijk zijn Thom en ik niet groen en nat achter de oren, maar we zitten wel pas heel kort in de politiek. Je moet gezag kunnen opbouwen, en dat kost tijd. Een minister heeft daarin een enorme voorsprong. Ik heb dan ook tegen Hans gezegd: neem een van de ministers Wijers of Borst. Maar als je niemand bereid vindt, kun je mij altijd bellen.’
NU LOBBYT Van Boxtel zelf voor Els Borst - natuurlijk. Dat doe je in het belang van de club.
U past toch veel beter in dat rijtje van Van Mierlo en Terlouw: jong, charmant, welbespraakt…
'We hebben een fantastische keuze gedaan met Els Borst. Een evenwichtige, intelligente vrouw die vertrouwen inboezemt, omdat ze integer is en wars van spelletjes. Een echte D66'er.’
Jullie willen een 'dynamische partij’ zijn. Borst heeft de grootste aanhang onder 65-plus.
'Nou, dat is al winst. En onder vrouwen - wij zijn de enige grote partij met een vrouwelijke lijsttrekker. En Els Borst weet verdomd goed wat er speelt, ook onder de jeugd.’
Wie wordt de opvolger van Gerrit Jan Wolffensperger?
'Geen idee. Gaat hij weg dan?’
Hij wacht op zijn nieuwe baan bij de NOS.
'O ja? Ik heb nog niet gehoord dat hij daarvoor is gevraagd. Ik ga ervan uit dat hij tot het eind van de rit bij ons blijft.’
Hij lijkt moe, straalt tegenzin uit.
'Hij heeft een geweldige verdienste voor de partij. Ik las laatst in de biografie van Mandela dat sommige leiders niet voor maar achter de kudde lopen om de schapen de ruimte te geven en ze hun eigen weg te laten zoeken. Dat heeft Gerrit Jan ook gedaan.
Wij zitten in die Kamer omdat we vinden dat er in de samenleving dingen anders moeten. Dat pakken we inhoudelijk aan, al hebben we met die stijl lang geworsteld. Ja, we zijn minder straatvechterig dan anderen. Maar we hebben godbetert de leukste en hechtste fractie in de Tweede Kamer, mede dankzij Gerrit Jan. Alleen is dat geen nieuws, en dus not fit to print. Het liefste ziet men dat wij naast het secuur en goed doorwerken van alle goeie ideeën ook voortdurend schreeuwend voor de microfoon staan.’
Je moet in de politiek nu eenmaal ook de oogst binnenhalen.
'Die komt ook binnen, daar ben ik van overtuigd. Er zijn nog lang geen verkiezingen, er kan nog van alles verschuiven. Mensen vinden het hartstikke goed gaan in dit land. Als ze door willen met dit beleid moeten ze vooral op ons stemmen.’
Waarom zouden PvdA en VVD de macht nog een keer met jullie delen? De brugfunctie die D66 heeft vervuld is niet meer nodig.
'Kiezers stemmen inderdaad niet op een brug. Maar dat is ook niet ons verhaal. Wij zijn het middenlijf van de vlinder, het hart van de zaak. Wíj hebben de klassenverkleining op de agenda gezet, de modernisering van de gezondheidszorg. Wíj vragen aandacht voor de kwaliteit van de democratie. En zonder ons slaan VVD en PvdA elkaar binnen een week de koppen in.’
HIJ HAALT EENS diep adem en leunt achterover. Zo behendig en zelfverzekerd als hij elke politieke aanval pareert, zo voorzichtig, haast verlegen wordt hij wanneer het over hemzelf gaat. Hij denkt lang na over de vraag waarom hij als jonge hond met idealen nu juist voor een non-ideologische partij als D66 koos. Vertelt dan over vroeger. Over zijn vader, die directeur was van een groot bedrijf; en zijn moeder, die zich bekommerde om Roger en zijn broer en zus. Het was, zegt hij, een traditioneel katholiek gezin, met afstand tot de politiek. Maar de oudste zoon liet zijn haar groeien en zette zich op zijn zestiende af tegen het dictaat van de kerk. Hij wond zich op over de televisiebeelden uit Vietnam die iedere avond hun beschermde huiskamer binnenrolden, en volgde met afgrijzen wat er in Chili en in het Spanje van Franco gebeurde.
'Langzaam kreeg ik besef van de enorme vrijheid die we hier in Nederland hadden, maar ook van de kwetsbaarheid van de democratie, hoe snel het kan omslaan. Nadenken over de kwaliteit van de democratie blijft voor mij waanzinnig belangrijk. En openstaan voor verschillende meningen - dat sprak mij aan in die partij. Ik vond D66 glashelder in de abortuskwestie: de vrouw beslist, punt. Ik merkte dat ik sterk hecht aan die autonome manier van denken.’
In 1977 werd hij lid van D66, en al snel was hij secretaris van het afdelingsbestuur in Amsterdam. Via Gerrit Jan Wolffensperger, met wie hij in de redactie van een juridisch blaadje zat. Hij was nog niet binnen op zijn eerste bijeenkomst of hij sprak op hoge toon een dame tegen die achteraf mevrouw Wolffensperger bleek te heten.
Hij deed mee aan de collegeonderhandelingen in Amsterdam, met Jan Schaefer en Enneüs Heerma, en stapte in 1981 over naar het landelijk hoofdbestuur van D66. In 1986 draaide hij de politiek de rug toe en ging hij aan de slag in het bedrijfsleven. Een keuze voor het grote geld? Nee, daar had het niks mee te maken, zegt Van Boxtel, dat was 'een nieuwe uitdaging’.
Hij hield er 'een zekere hardheid’ aan over, die hij nog goed kan gebruiken. Hij vergelijkt de politiek vaak met een bedrijf. 'Ik heb zes jaar bij AEF (Andersson, Elffers, Felix) in Utrecht gewerkt. Daar kon je bikkelhard zijn tegen elkaar over de kwaliteit van het werk dat je afleverde, en toch waren we een hechte club. Daar heb ik geleerd kritiek niet meteen persoonlijk op te vatten. Als je wilt overleven in een zware competitie moet je met elkaar topkwaliteit willen leveren.’
DAT IS NU, in de fractie van D66, niet anders. En het aardige is dat hij als vice-fractievoorzitter daar ook een rol in kan spelen. Hulp bieden waar mensen dat willen - dat vindt hij leuk. Een uitdaging.
Van wie heeft u het meest geleerd?
'Ik denk van mijn vader. Hij heeft een onwaarschijnlijk gevoel voor de persoonlijke noot bij mensen. In het zakenleven is hij zo ver gekomen doordat hij het vermogen had om mensen op een natuurlijke wijze aan zich te binden. Door te bellen als iemand jarig was, door heel goed te communiceren. Dat heb ik van hem meegekregen. En van Hans Andersson, mijn baas bij AEF, heb ik geleerd om na te denken over wat je niet kunt, waar je niet goed in bent.’
Waar bent u niet goed in?
'Ik heb soms de neiging me niet diep genoeg in een vraagstuk te verdiepen. Daar moet ik me dan echt toe zetten. Ik ben ook een beetje ongedurig, zou af en toe wat rustiger willen zijn. Als het gaat om de omgang met mensen maak ik me vooral zorgen of ik wel een goede opvoeder voor mijn kinderen ben. Omdat ik dat echt niet weet, omdat ik het allemaal voor de eerste keer doe.’
U heeft oog voor verhoudingen, kunt goed leiding geven: geknipt als voorzitter van de D66-fractie.
Hij haalt geërgerd de schouders op. 'Daar gaan anderen over. Ook privé houd ik niet van stilstand, laat staan achteruitgang. Maar in de politiek heb je dat niet voor het zeggen. Je kunt wel zeggen: ik ben best geïnteresseerd, of: je kunt me altijd bellen, maar de fractie kiest een voorzitter.’
Men moet niet te lang veelbelovend blijven. De politieke geschiedenis leert dat het vaak slecht afloopt met kroonprinsen.
'Tja, als het dertig jaar gaat duren, word ik een miskend talent. Maar zolang blijf ik niet in Den Haag, tenzij daar iets anders op mijn weg komt. Ik zou niet langer dan acht jaar kamerwerk willen doen. Dan wil ik weer een andere uitdaging. Ik ben meer een verandermanager dan een beheersmanager.’