Opvatting

James Baldwin zei eens dat hij nooit achter zijn bureau ging zitten met de intentie literatuur te schrijven. Hij zei ook: wanneer je schrijft, probeer je iets te weten te komen wat je niet weet of wil weten. En hoewel Baldwin óók zei dat hij nooit probeerde profetisch te zijn, lees ik hem toch altijd als een soort profeet.

Aan Baldwin moest ik denken toen ik de afgelopen dagen schreef aan een lezing die moest gaan over mijn literatuuropvatting. Of ja, schreef – veruit de meeste energie ging op aan verzet tegen het schrijven. Het is leuk, en soms zelfs belangrijk (voor jezelf; de wereld heeft er verder weinig aan), om na te denken over wat literatuur wel en niet moet zijn, maar niet als je een boek aan het schrijven bent. Hoe hooggestemd je idealen ook zijn: als je een boek schrijft kun je helemaal niet bezig zijn met die idealen. Die komen na afloop weer, en vormen zich hooguit naar het boek dat je net hebt geschreven.

Zo’n boek schrijven drukt alles aan de kant. Een leven, om mee te beginnen. Ik ben al tijden niet naar een film of een voorstelling geweest. De meeste afspraken met vrienden zeg ik op het laatste moment af. Ik zit niet op Facebook of Twitter en ik heb geen tv. In plaats daarvan loop ik steeds dezelfde rondjes door het park, met een hond die op steeds dezelfde plekken plast, poept en gaat liggen uit protest. Als het donker wordt staart ze me net zo lang aan tot ik het laserpennetje te voorschijn haal dat een helderrood puntje op de vloer produceert. Ze achtervolgt het puntje onvermoeibaar, voortgedreven door het eenvoudige verlangen naar iets wat tot in de eeuwigheid voortbeweegt. Je zou het filosofisch kunnen noemen, of gewoon junkiegedrag.

Schrijven is moeilijk vanwege het spanningsveld tussen wel en niet willen weten

Mijn buitenkantleven is klein, en wat er zich aan de binnenkant afspeelt, daar valt verder niet over te praten (Baldwin: ‘I doubt whether anyone – myself at least – knows how to talk about writing’). Hoewel er op heel veel momenten ook schrikbarend weinig aan de binnenkant gebeurt. Soms lijkt mijn toestand op de zin waarmee een criticus destijds Becketts Waiting for Godot samenvatte: ‘Nothing happens, twice.’ Al was dat, volgens die criticus, iets positiefs.

Schrijven is niet moeilijk omdat een plot ingewikkeld is of een spanningsboog of dialogen of perspectiefwisselingen. Het is moeilijk vanwege dat spanningsveld tussen wel en niet willen weten. Intuïtie en intellect moeten ergens samenkomen op het papier, terwijl ze eigenlijk met elkaar in conflict zijn. Je moet zoeken naar een stem die alleen kan bestaan door er niet naar te zoeken, en alles wat ertoe doet bevindt zich ergens onder de bodem (Fitzgerald: ‘All good writing is swimming under water and holding your breath’). Op YouTube kijk ik met enige regelmaat naar het inmiddels beroemde/beruchte optreden van Patti Smith ter gelegenheid van de Nobelprijsuitreiking voor de literatuur aan Bob Dylan, die zelf niet kwam opdagen in Stockholm. Ze zit er met een heel orkest en zingt het duistere, symbolistische A Hard Rain’s a-Gonna Fall, waarvan Dylan ooit zelf zei dat het bestond uit een collectie openingsregels van nooit geschreven nummers. Het is de mooiste uitvoering die ik ken, misschien omdat het allemaal zo vreemd is: de godmother of punk als stand-in van Dylan, in haar Demeulemeester-uniform op een gala vol Nobelprijswinnaars en in de aanwezigheid van het Zweedse koningshuis. Ze zingt heel geconcentreerd, diep en zuiver. En dan gebeurt er iets wat je een absolute nachtmerrie zou kunnen noemen: ze krijgt een black-out.

‘I saw…’ zingt ze.
‘I heard…’
‘I saw…’

Het orkest stopt met spelen. ‘Sorry’, zegt ze tegen het publiek. ‘I’m so nervous. I apologize.’ En dan maakt ze het lied af.

Dat was eerlijk, en menselijk en imperfect. Alle topwetenschappers in de zaal, zo bleek achteraf, zagen in haar optreden hun eigen proces weerspiegeld: het harde werken, het falen en weer doorgaan, zonder te weten of het de volgende keer wél zou lukken. Wat ik zelf vooral zie, is een vrouw die aanwezig is – in het lied, in die zaal, voor het oog van tientallen camera’s – op haar eigen voorwaarden. Ze verbergt zich niet en ze speelt niet vals, en als ik erbij nadenk is dat misschien het moeilijkste en het enige wat ertoe doet. Daarvoor heb je geen opvatting nodig, alleen een stem die dankzij en ondanks alles klinkt zoals hij klinkt. En soms hapert.