OPERA

Opwekkende somberheid

Elektra

Wat maakt de wraakzuchtige koningsdochter Elektra tegelijk zo antipathiek en door de eeuwen heen zo immens populair? Zij lijkt alleen maar te leven om af te wachten tot haar broeder Orestes terugkomt in Mycene om de moord op hun vader, de Griekse koning Agamemnon, te wreken door hun moeder Klytamnestra en haar minnaar Aegistos te doden. Een naargeestig lot en een onaangename vrouw. Toch zijn er minstens drie versies van haar drama uit de Griekse oudheid overgeleverd en hebben talloze latere schrijvers zich over haar gebogen, zoals de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O'Neill (Rouw past Elektra uit 1931) en tien jaar geleden Koos Terpstra in Groningen met een jonge Carice van Houten als een onwillige, moderne Elektra.
De andere twee delen van de driedelige Oresteia-cyclus, de eerste over de dood van Agamemnon en het laatste deel Eumeniden waarin we de overgang zien van een cultuur van bloedwraak naar een systeem van rechtspraak, kunnen in populariteit in de verste verte niet tippen aan het middendeel over de wraakzucht van Elektra. Hoewel de jongste van de drie Griekse tragedieschrijvers Euripides al de pest aan haar had en het verhaal parodieerde, en Marguerite Yourcenar in haar bewerking liet zien dat Klytamnestra een veel warmbloediger en sympathieker personage is dan haar boze dochter, blijven we toch op het toneel en in de opera vooral met de lotgevallen van Elektra bezig. Misschien fascineert ons die oeroude geschiedenis van wraak en wederwraak nog altijd, zeker als die gestalte krijgt in een jonge, nog maagdelijke vrouw.
Ook de Oostenrijkse toneelschrijver en librettist Hugo von Hofmannsthal (1874-1929) heeft zijn bedenkingen over haar. In zijn visie sterft zij acuut als de wraak is voltooid: haar leven heeft verder in het geheel geen zin meer, zij leefde alleen voor de dood. In zijn regie van de opera Elektra van Richard Strauss (1864-1949) op het libretto van Von Hofmannsthal gaat de Duitse meester-regisseur Willy Decker nog twee stappen verder. Elektra valt aan het einde van de opera niet zomaar dood neer, maar pleegt zelfmoord en doet dat ook nog eens met de dolk die haar broertje Orestes nog in zijn hand heeft. Het werkt goed. Door Elektra en haar verhaal zo loodzwaar somber voor te stellen krijgt het juist iets stimulerends en laat het levensgroot zien hoe naargeestig een leven van, voor en in wraak tenslotte is.
Toch is die moraal niet geheel en al onschuldig in een Duitse opera die in 1909 in Dresden in première ging. Toen waren het immers de Fransen die revanche wilden tegen de Duitsers door wie ze in 1870 smadelijk waren verslagen. Willy Decker laat dat voor wat het is, hij is de man van grote, heldere lijnen. Het decor (van Wolfgang Gussmann) plaatst het verhaal in een immense onderaardse grot, waar aan de ene kant een grijze trap naar de koninklijke vertrekken leidt en aan de andere kant een donkere gang naar het onzichtbare volk. Er zijn geen ramen, geen deuren, er is geen enkele uitgang te ontwaren. De kleren (ook van Gussmann) en de haardracht verwijzen niet naar de Trojaanse oorlog, maar naar een periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, ook een tijdperk waarin er afrekeningen kunnen plaatsvinden over wat er allemaal in en om die oorlog is gebeurd.
Elektra (de prachtig zingende Duitse sopraan Evelyn Herlitzius) is een nietig wezentje dat in haar witte onderjurk rondkruipt in die immense ruimte en wordt opgejaagd door in het zwart geklede hofdames en door haar majestueuze moeder Klytamnestra (Michaela Schuster). Zij wordt tegengesproken door haar vrolijke zusje Chrysothemis (Camilla Nylund) die eindelijk wel eens van het leven wil genieten.
Deze uitvoering bij De Nederlandse Opera is al vijftien jaar oud en verschillende keren hernomen, maar ze is nog volkomen actueel, zoals alle regies van Willy Decker dat zijn. Het Nederlands Philharmonisch Orkest staat nu onder leiding van Marc Albrecht, de nieuwe, jonge, Duitse chef-dirigent (van opera én orkest), die een even heldere als warmbloedige en kleurrijke versie geeft van de grotendeels post-wagneriaanse, maar wel heel spannende partituur van Strauss. Een zwarte, overweldigende en daardoor toch zeer opwekkende voorstelling.

Elektra van Richard Strauss, t/m 31 oktober in Het Muziektheater, Amsterdam; www.dno.nl