KUNST

Opwindbeest

George Condo

In 1985 vertrok de jonge Amerikaanse schilder George Condo (1957) naar Parijs. Hij was begin jaren tachtig als gesjeesde kunststudent in New York beland, waar hij geconfronteerd werd met de grofstoffelijke daadkracht van Schnabel, Haring, Basquiat en Salle, groot, groter grootst; niet de makkelijkste jongens om je mee te meten. In Parijs begon Condo daarom in zekere zin van voren af aan: hij zette zijn ezel in het Louvre en bestuurde de oude meesters. Rafael, Delacroix, Degas, Velazquez, Picasso, u kent ze. Vervolgens boorde Condo een onderwerp aan dat hem tot vandaag de dag bezig blijft houden, en dat ik maar even vlot samenvat als ‘de menselijkheid van waanzin’. Hij schildert mensachtige wezens, grotesk, sinister, komisch, grijzend, panisch. Verwrongen en geforceerd, met verscheidene ogen en gezichten tegelijk. Maskers, clowns, stripfiguren, Disney characters, koningin Elizabeth (waar nogal wat Britten boos over waren: 'Queen Portrayed As Toothless Cabbage Patch Doll’, schreef de Daily Mail). Dat oeuvre, dat nu in Boijmans te zien is, is fascinerend, bizar en op het eerste gezicht zeer toegankelijk. Het is klassiek en vol verwijzingen naar grote schilderkunst, maar ook banaal, hakend naar slappe televisieseries en andere popcultuur.

Maar die samenvatting is misschien te vlot. In Parijs had Condo als buurman de fameuze psychiater Félix Guattari, auteur met Gilles Deleuze van L'Anti-Oedipe, over de relatie tussen kapitalisme en schizofrenie. Guattari vergeleek Condo’s schilderijen met de schilderijen die zijn patiënten in 'psychotische herstelprocessen’ in kunsttherapie maakten. Kennelijk kon Condo met zijn herontdekte vakmanschap iets van de gefragmenteerde persoonlijkheid van zulke patiënten zichtbaar maken. Toen Condo vervolgens The Doors of Perception van Huxley las, had hij er ook een naam voor. Aan Huxley ontleende Condo het idee dat er in onze hersenen aparte entiteiten bestaan, 'antipoden’ - 'pods’ bij Condo - die alleen door de kunst zichtbaar gemaakt kunnen worden. Al deze pods, zei Condo, 'hebben een gezichtsuitdrukking die ergens tussen een glimlach en een schreeuw in zit, en die een reflectie is van de conversaties van verschillende stemmen in je hoofd’. Het is een 'psychologisch kubisme’. De geoefende kijker, gewend aan zappen, kan langs de scherven van informatie en imperfecties doordringen tot die pod, 'de ander’.

In de merkwaardige documentaire Condo Painting (2000) is te zien hoe ernstig de schilder dat doordringen neemt. De regisseur, John McNaughton, die eerder Henry: Portrait of a Serial Killer (1990) maakte, toont Condo, kennelijk zelf op de rand van waanzin, 'the court painter for an alien king’. Hij stamelt en mompelt en raaskalt over wezens in een andere werkelijkheid, zoekend naar 'portals’ voor communicatie met het buitenaardse. Gewone voorwerpen als een masker, een jojo of een opwindbeest schijnen te bewijzen dat de onzichtbare wereld de zichtbare al heeft gepenetreerd. Ik weet niet of de film te zien is, in Rotterdam. Het is een idioot stuk, maar het wijst er wel op dat dat werk van Condo ondanks zijn groteske humor bloedserieus genomen moet worden. Zoals Huxley noteerde na een van zijn mescaline-experimenten: 'And suddenly I had an inkling of what it must feel like to be mad.’

George Condo, Mental States. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 25 september; www.boijmans.nl