Opwinding in China na uitspraken partijleider

Peking - Ze zeggen wel dat China zich zó snel ontwikkelt dat een jaar hier drie maanden duurt, maar een kluizenaar die in de afgelopen decennia alleen naar uitspraken van de grote leiders luisterde kan wellicht denken dat er helemaal nooit wat gebeurt.

Want van wanneer stamt bijvoorbeeld het volgende citaat: ‘We moeten duidelijk onder ogen zien dat internationale vijandelijke krachten hun strategie intensiveren om China te verwesteren en verdelen.’ Misschien Mao Zedongs paranoïde echtgenote Jiang Qing, tijdens het hoogtepunt van de Culturele Revolutie? Of een getergde Deng Xiaoping tijdens de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989?

Nee, het was de immer bedachtzame president en partijleider Hu Jintao in een standaardspeech eind vorig jaar. En blijkbaar was het opportuun genoeg om het deze maand af te drukken in het partijblad Qiushi.

Begrijpelijk genoeg leidt dat tot wat opwinding. Want wat voor land wil China nu eigenlijk zijn? Het moderne en glanzende rijk waar iedere buitenlandse handelsdelegatie altijd over juicht, of die grauwe wantrouwige dictatuur van Mao? En bovendien, maar enigszins terzijde: met welke kunst en cultuur denkt Peking die overweldigende buitenlandse toevloed te stuiten? Drakendansen? Nog meer anti-Japanse oorlogsfilms? Dat is helaas niet meer dan een beetje overtrokken, want heel veel meer heeft de voor publieke consumptie zorgvuldig goedgekeurde selectie niet in de aanbieding.

Genoeg in ieder geval voor onder andere The Wall Street Journal om Peking te beschuldigen van het opstoken van een ‘nieuwe culturele revolutie’. En volgens de Amerikaanse Chineestalige tv-zender New Tang Dynasty is het duidelijk dat het regime nog altijd even vijandig tegenover de buitenwereld staat als altijd.

Dat lijkt logisch, maar een minder in het oog springende verklaring zou toch wel eens juister kunnen zijn. En dat is dat voor China die mythische buitenlandse dreiging vooral een beproefd middel is om partijleden op hun qui vive te krijgen. Om ze wederom te herinneren aan de ‘vreedzame evolutie’-theorie van John Foster Dulles die al bijna zestig jaar de partij de stuipen op het lijf jaagt. Volgens dat concept zou een derde of vierde generatie in socialistische landen vanzelf meer vrijheid eisen en daarmee het gezag van binnen uithollen. De huidige generaties dus. Damien Ma van de Eurasia Group stelt in een artikel in The Atlantic dat Hu’s woorden dan ook niet werkelijk gericht zijn tegen de oprukkende westerse cultuur, ‘maar dat het deel uitmaakt van de strijd om het vertrouwen van het volk te behouden via nationalisme, confuciaanse dogma’s, rijkdom, culturele renaissance en wat verder nog kan worden bedacht’.