Opheffer

Opzegging

Dochter mocht ‘een groot cadeau’ uitkiezen – en dus dacht ik aan een jaarabonnement op de krant van haar eigen keuze. Nee, dat wilde dochter niet. Niet omdat ze geen kranten las, maar omdat ze juist kranten wilde kunnen opzeggen wanneer zij dat wilde. Ze had – wist ik niet – dit jaar al twee keer een krant opgezegd, omdat haar iets in de berichtgeving niet beviel. Ze was daar trouwens niet de enige in. Al haar medestudenten hadden ook al twee tot drie keer de krant opgezegd.
Ik zei dat ik dat raar vond.
‘Raar? Wat is daar raar aan? Ik heb die krant trouwens ook opgezegd omdat er een slechte recensie van jouw boek in stond. Dat was slechte berichtgeving, dus zeg ik de krant op.’
‘Waar heb je de krant dan nog meer voor opgezegd?’
De ene krant was opgezegd vanwege de berichtgeving over Israël en de Palestijnen, de andere om iets studenterigs, waar ik niets van begreep.
‘Ik vind het raar, omdat je de krant kiest vanwege een bepaald niveau dat de krant heeft, of een bepaalde kleur. Een krant komt nooit precies overeen met wat jij denkt, en dan schrijf je een artikel of een ingezonden brief.’
‘Of je zegt de krant op. Wat is nu het kleurverschil tussen NRC Handelsblad en de Volkskrant, of Het Parool en De Telegraaf, of Spits en Metro. Ik moet wel kiezen op de berichtgeving die ik vertrouw. En als dan op een bepaald moment blijkt dat mijn vertrouwen geschaad wordt, dan zeg ik die krant op.’
Ik vroeg waar precies haar vertrouwen in de berichtgeving was geschaad, en al snel belandden we in de discussie over Israël en de Palestijnen – door mij al duizend keer gevoerd, op precies dezelfde toon, in dezelfde toonsoort als dertig jaar geleden.
Maar dat van de kranten interesseerde me. Ik heb thuis vijf kranten: Het Parool, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw en De Telegraaf. In Het Parool schrijf ik zelf, dus die zeg ik niet op, en die laat ik hier buiten beschouwing. (Ze moeten mij hoofdredacteur maken, vind ik in het geheim, maar ik begrijp best dat men dat niet wil.) Elke dag weer beoordeel ik de vier kranten. Soms koop ik het Algemeen Dagblad wanneer ik vermoed dat er iets over sport in staat dat me zal interesseren, maar tot nu toe valt me dat altijd tegen. Welke kranten lees ik nu het intensiefst? Uit welke krant knip ik het meest? Iedere dag weer zijn dat Trouw en NRC Handelsblad. Soms weet ik niet eens welke krant ik lees, maar merk ik dat bij het dateren. En dan is het altijd weer Trouw en NRC Handelsblad. Het merkwaardigste hieraan is dat de Volkskrant, die mij zeer sympathiek is en die ik niet zal opzeggen, hierbij achter blijft, terwijl ik dus denk dat ik veel beter geïnformeerd word door de Volkskrant dan door Trouw. Welke krant pak ik het eerst? Dat is toch De Telegraaf. Even doorbladeren. Kijken wie er op de dodenlijst van de onderwereld staat, even lezen hoeveel tranen er vergoten werden toen superster P. ontdekte dat hij homoseksueel was, et cetera, et cetera. Maar dan komt toch al snel Trouw op de proppen en dan de Volkskrant. Waarom? Ik weet het niet. Ik ben antireligieus, maar op een of andere manier pak ik toch eerst Trouw. Is het het formaat? Omdat ik weet dat er stukken in staan waaraan ik me groen erger? Ik kom er niet uit. Misschien is het de macht der gewoonte.
Al met al moet ik dan toch de conclusie trekken dat Trouw en de Volkskrant misschien toch wel erg op elkaar lijken. Zou het niet beter zijn als deze kranten gingen fuseren? En zou het vervolgens niet beter zijn als de Volkskrant ging fuseren met NRC Handelsblad? Je houdt dan twee grote kranten over: NRC Handelsblad-Volkskrant-Trouw en De Telegraaf.
Het zal wel een rare gedachte zijn, maar ik voel ervoor. Je voorkomt dat er mensen zijn, zoals mijn dochter, die meteen de krant opzeggen als hun iets niet bevalt. Je krijgt een mooie waterscheiding en je zit elkaar niet in de weg. En wil je goed geïnformeerd zijn dan hoef je nog maar twee kranten te lezen.