Opzetjes

Het oorspronkelijke opzetje van de voltallige oppositie speelde uiteindelijk de regeringspartijen in de kaart. Want PvdA en VVD bleken ook baat te hebben bij extra tijd. Bijvoorbeeld om de eigen achterban gerust te stellen.

Medium denhaag

Toen de gezamenlijke oppositiepartijen kort na het uitkomen van het regeerakkoord vroegen om koopkrachtplaatjes van het Nibud was dat niet alleen om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van de kabinetsplannen voor de portemonnee. Ze wilden de nieuwe coalitie van VVD en PvdA in verlegenheid brengen. Ermee politiek bedrijven dus.
Dat is niks nieuws, ook via dit soort manoeuvres en procedures kan de oppositie een kabinet dwarszitten. Dat is vooral handig als oppositiepartijen het verder politiek inhoudelijk niet met elkaar eens zijn.
Toen de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de PvdA'er Lodewijk Asscher, vorige week zelf kwam met koopkrachtcijfers bleef de voltallige oppositie om Nibud-cijfers vragen. Toch was de gelegenheidscoalitie uit elkaar gevallen. Ook dat had niets te maken met de inhoud van het voorgenomen kabinetsbeleid, maar met onenigheid over hoe het kabinet het best dwarsgezeten kon blijven worden.
CDA en D66 vonden Asschers cijfers voldoende om te kunnen debatteren over de regeringsverklaring. Zij realiseerden zich dat wachten op het Nibud gezien kon worden als wantrouwen tegen het kabinet als zodanig. Een politiek inhoudelijk meningsverschil is wat anders dan wantrouwen als grondhouding. Met dat laatste zouden ze de politiek als geheel - ook zichzelf - schade berokkenen.
Maar dat was niet de enige reden waarom ze ineens wel snel wilden debatteren. Ze schatten inmiddels in dat het de coalitie maximaal in de problemen zou brengen. Rumoer was er immers al genoeg en minister-president Mark Rutte zou door zijn reis naar Turkije onvoldoende voorbereidingstijd hebben.
SP en PVV bleven wel om uitstel vragen tot de koopkrachtplaatjes van het Nibud er zouden zijn. Zij geloofden nog steeds dat dat de beste manier was om het kabinet te beschadigen.
Dat het debat over de regeringsverklaring toch werd uitgesteld tot deze week lag uiteindelijk niet aan de oppositie. De nog maar een dikke dertig zetels die vóór uitstel waren, hadden genegeerd kunnen worden. Waar de oppositie echter niet op had gerekend toen ze begon te schermen met het Nibud was dat door de commotie over de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie in de achterbannen van VVD en PvdA de regeringspartijen zelf baat zouden hebben bij extra tijd.
VVD en PvdA grepen de wens tot uitstel van nog maar een paar oppositiepartijen aan om zogenaamd de hele oppositie tegemoet te komen. Het kabinetsmotto is immers ‘Bruggen slaan’. Dat deden de twee regeringspartijen echter in de wetenschap dat ze daardoor met een ander, voor de eigen achterbannen beter, plan konden komen. Dat plan konden ze dan bovendien meteen in het openbaar verdedigen, zodat er niet wederom veel tijd zou zitten tussen het uitkomen ervan en het politieke debat in de Tweede Kamer erover. Dat had volgens hen bijgedragen aan de onduidelijkheid over de ziektekostenpremie en daarmee de commotie verergerd. Het oorspronkelijke opzetje van de voltallige oppositie speelde zo uiteindelijk de regeringspartijen in de kaart.
Ook VVD en PvdA zelf hadden een opzetje dat inmiddels tegen hen wordt gebruikt. Dat opzetje heet uitruilen en elkaar iets gunnen. Daarmee willen ze het beeld neerzetten dat er geen ouderwetse compromissen zijn gesloten en daardoor ieder van hen de eigen politieke kleur kan behouden binnen deze coalitie. PvdA-voorzitter Hans Spekman zei niet voor niets onlangs: ‘We doen het met blauw, maar we worden niet Paars, we blijven hartstikke rood.’ Met Paars verwees Spekman naar de jaren negentig, toen een eerdere coalitie van VVD en PvdA, aangevuld met D66, zou hebben geleid tot ideologische leegte.
VVD en PvdA worden al stevig aangevallen op dat uitruilen. Het zou van dit kabinet twee kabinetten maken. De twee partijen zouden daardoor extreme maatregelen van de ander moeten accepteren. Is het opzetje van VVD en PvdA tot zo ver dan geslaagd? Of toch eigenlijk mislukt? De vraag moet een andere zijn. Klopt het beeld dat VVD en PvdA uit willen stralen wel? Behalve dat veel zal afhangen van de uitwerking van de plannen zijn er voorbeelden aan te wijzen die dat grote uitruilen in twijfel trekken.
Neem de hypotheekrenteaftrek. De VVD wilde die behouden, de PvdA haar geleidelijk verminderen. Het is het laatste geworden, maar wel blijft het belastingtarief waartegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken hoger dan de PvdA voor ogen had. Of kijk naar ontwikkelingssamenwerking. De VVD zette in op drie miljard euro minder, de PvdA op behoud van de bestaande gelden. Het is een bezuinigingsbedrag geworden van een miljard euro. Bij het ontslagrecht wilde de VVD zowel tussenkomst van uwv als kantonrechter weren, de PvdA wilde alleen de route via de kantonrechter afsluiten. Het is één route geworden, via het uwv, met mogelijkheid daarna naar de kantonrechter te gaan. Misschien moet de conclusie zijn dat het opzetje van de grote uitruil is geslaagd. Dat beeld is overgenomen, al dekt het de lading niet.
Er is inmiddels nóg een beeld gerezen van het kabinet waarbij vraagtekens kunnen worden gezet: Rutte II zou visieloos zijn. Het is overigens onduidelijk of dat een opzetje van de nieuwe ploeg is om het grote uitruilen kracht bij te zetten of dat het komt uit de koker van de oppositie die wil beklemtonen dat liberalen en sociaal-democraten te verschillende ideologieën hebben om samen te kunnen regeren.
Er is echter wel degelijk een gezamenlijke visie. Die telt drie woorden: u moet werken. De PvdA wil dat niet te luid uitdragen en de VVD heeft daar vooralsnog ook baat bij. Ook een deel van de oppositie is niet tegen dat gebod. Het stilhouden komt dus velen beter uit. Totdat de werkgelegenheid aantrekt en de regeringspartijen de trom zouden kunnen slaan. Maar als de werkloosheid blijft groeien, zal de oppositie dat doen. Wel moeten werken, maar niet kunnen. Dat is pijnlijk.