Opzij voor kaalkoppen

Ook in de ex-ddr kan het gevaarlijk zijn om er on-Duits uit te zien of als mannen hand in hand te lopen.

BERLIJN — Twee jaar geleden opende Ying Lingli een Chinees restaurant in Rheinsberg, een kuuroord met negenduizend inwoners niet ver van de Duitse hoofdstad, in het voormalige Oost-Duitsland. Ze is gesteld op het pittoreske Brandenburg en wil profiteren van de aanzwellende stroom toeristen. Een droom scheen in vervulling te gaan. Tot afgelopen februari. ’s Nachts gooiden jonge rechts-radicalen de ruiten in. Behalve de zaak van Ying Lingli werden die nacht nog drie andere winkels van immigranten kort en klein geslagen.

Sinds 2000 zijn in Brandenburg meer dan zestig Aziatische snackbars en kebabtentjes verwoest. De Imbiss van de Koerdische Mehmet Cimendag (22) in Rheinsberg ging al vier keer in vlammen op. Elke keer hielp de stad met de wederopbouw, uit angst voor een slechte reputatie. Rheinsberg telt slechts twee procent immigranten, maar de spd-burgemeester verwacht dat de problemen met extreem rechts nog wel een paar jaar gaan duren. Hij wijst er fijntjes op dat na de val van de Muur bijna duizend banen in het stadje zijn verdwenen. De plaatselijke kerncentrale en vrijwel alle volkseigene Betriebe moesten sluiten.

Volgens de slachtofferhulp Man-o-meter in Berlijn lopen homo’s op het Oost-Duitse platteland evenveel gevaar als immigranten. Historicus en ddr-kenner Henrik Bispinck verklaart dat uit de grotere acceptatie van extreem rechts: «Als ik met mijn vriend door Rheinsberg wandel, loop ik met hem niet hand in hand. Kussen is uit den boze.» Zelfs als er achteraf niets gebeurt, past Bispinck zijn gedrag aan: «Een kwestie van gevoel, het inschatten van een situatie. Als ik kaalkoppen zie, ga ik automatisch op de andere stoep wandelen.» In West-Duitsland ervaart de Berlijner dat niet. «In het oosten wonen gewoon meer nazi’s.»

Veel politicologen zien in het verdwijnen van de ddr de belangrijkste oorzaak voor de vreemdelingenhaat ten oosten van de Elbe. Dat betekent niet dat de relatief stabiele positie van extreem rechts in de Oost-Duitse maatschappij alleen uit de troebele tijd na de eenwording kan worden verklaard. Waarnemers wijzen erop dat buitenlanders in de ddr systematisch in afzondering leefden. Arbeiders uit Angola of studenten uit Vietnam mochten wel aan de vooruitgang meewerken, maar zo min mogelijk in contact komen met de lokale bevolking van Honeckers heilstaat. Ze woonden in kazernes, net als de Russische soldaten.

Daarbij waren de Oost-Duitsers door de antifaschistische Schutzwall en tal van soortgelijke maatregelen afgesneden van veel andere culturen. Ook was de middenklasse sinds de repressie door Walter Ulbricht grotendeels naar West-Duitsland verdwenen. In het zelfbeeld van de ddr moest iedereen hetzelfde verdienen, hetzelfde denken en zich hetzelfde gedragen. Randgroepen, zoals punks, homoseksuelen en zelfs christenen, stonden onder enorme aanpassingsdruk. De Berliner Zeitung, ooit platform van de sed in Oost-Berlijn, schrijft in een commentaar dat de ddr «een gesloten maatschappij van zelfgenoegzame, bekrompen mensen in een geur van spruitjes» was. Wie niet in de egalitaire gemeenschap met Duitse deugden als discipline en gehoorzaamheid paste, werd verstoten. Die jarenlang gekoesterde utopie van de gelijkheid lag na 9 november 1989 plotseling in duigen.

Sinds de Duitse eenwording wreekt zich ook de afwezigheid van een zelfbewuste, burgerlijke middenklasse. De verliezers van de Wende zoeken de randen van het politieke spectrum op en Oost-Duitsland loopt voor de tweede maal leeg: reeds een miljoen mensen verlieten hun oude Heimat. De achterblijvers zijn vooral laagopgeleide mannen en oude mensen. Die zoeken een zondebok voor hun sociaal-economische problemen en frustratie.

Nadat onlangs een Ethiopische ingenieur in Potsdam door twee racisten in coma was geslagen, kreeg het alledaagse geweld tegen buitenlanders en immigranten in Oost-Duitsland weer de politieke aandacht die het verdient. De discussie kwam op gang dankzij Uwe-Karsten Heye, voormalig woordvoerder van spd-kanselier Gerhard Schröder: volgens hem waren bepaalde gedeeltes van Brandenburg voor mensen met een donkere huidskleur «levensgevaarlijk». Brandenburgse politici veroordeelden Heye’s opmerkingen als contraproductief en stigmatiserend, maar kort daarop werd een Koerdische politicus van de Linkspartei door rechts-radicalen in Berlijn met een bierfles buiten westen geslagen. En op hemelvaartsdag, een dag die traditioneel met veel geweld gepaard gaat, sloegen neonazi’s op diverse plaatsen immigranten uit Mozambique en Turkije het ziekenhuis in. In dezelfde week werd uitspraak gedaan in de zaak van een twaalfjarige jongen uit Ethiopië die in Brandenburg door een groep rechts-radicalen urenlang was mishandeld. Zijn kwelgeesten plasten over hem heen, dwongen hem hun Springer-kistjes te likken en de Führer-groet te brengen. De daders kregen slechts lichte jeugdstraffen.

De discussie over het al of niet bestaan van Oost-Duitse no-go areas is een farce. De facto zijn er heel wat van zulke gebieden. De neonazipartij npd en los georganiseerde freie Kameradschaften buiten dit gegeven uit en spreken pesterig van «national befreite Zonen». In Saksen krijgen de volgelingen van npd-leider Udo Voigt tien procent, net zoveel als de spd, en in sommige dorpen meer dan dertig procent.