Media

Oranje

De term ‘media’ heeft in het dagelijkse gebruik doorgaans een tamelijk beperkte betekenis, in de zin van massamedia, waaronder televisie, radio, kranten, tijdschriften, het web, soms ook film. Maar wanneer we uitgaan van een bredere definitie - een medium als middel om boodschappen, betekenissen uit te wisselen of over te dragen - zijn er heel wat meer soorten aan te wijzen. Sommige daarvan lijken qua vorm en werking op de genoemde massamedia, zoals boeken en dvd’s, andere staan daar verder vanaf, zoals monumenten en gebouwen. Aan het einde van het spectrum staan media die weliswaar niet erg tastbaar zijn maar wel een min of meer vastgelegde vorm bezitten, zoals geluid en rituelen.
Precies in die betekenis is ook kleur een medium. En dat geldt deze dagen a fortiori voor oranje.
Koninginnedag kleurt Nederland - en de komende maanden zal dat, met het wereldkampioenschap voetbal in aantocht, zonder twijfel zo blijven. Waar in vroeger tijden de burger zich op koninklijke hoogtijdagen een oranje lint of strik aanmat, wordt Nederland vanaf deze week in golven overspoeld door oranje shirts, petten en hoeden, autovlaggetjes, gebak en snoepgoed, bierwaaiers, pennen, toeters, dipschaaltjes, handdoeken en wat al niet meer. Op de tribunes zullen weer duizenden fans staan te juichen, mannen en vrouwen, van alle klassen en standen. En wee het moment dat een overwinning te vieren valt.
Geleidelijk aan zijn we er misschien aan gewend geraakt, maar goed beschouwd is dit extravagante, dikwijls agressieve maar klasseloze orangisme minder vanzelfsprekend en minder onschuldig dan het lijkt. Het is moeilijk een land te bedenken waar dergelijke periodieke verkleedpartijen zo massaal overgaan in een collectieve roes. Het traditionele zelfbeeld van Nederland als een land gespeend van al te heftige nationalistische sentimenten is definitief onhoudbaar geworden.
Niet alleen de vurigheid van dit nationalisme, maar ook het feit dat het zich tooit in oranje en niet in de nationale driekleur is historisch gezien verbazingwekkend. De ironie wil dat de symbolische inlijving van de kleur oranje door de Nassau-dynastie en haar aanhang op een bewuste historische verhaspeling is gebaseerd. Toen Willem van Nassau in 1544 door een speling van het lot het prinsdom Orange in Zuid-Frankrijk verwierf, was 'oranje’ als kleuraanduiding nog betrekkelijk onbekend. Orange ging terug op de Romeinse naam van de stad, Arausio, terwijl het woord 'oranje’, afgeleid van het Sanskriet (narahgah) en Perzisch (narang), tot het begin van de zestiende eeuw alleen nog werd gebruikt in de betekenis van sinaasappel.
Toch was het Willem van Oranje zelf die de naam van zijn prinsdom verbond met het neologisme 'oranje’ als kleur, door zijn troepen in 1568 te scharen onder oranje-wit-blauwe vaandels. In de volgende eeuwen zou die kleur steeds omstreden zijn, vanwege de aanhoudende politieke strijd tussen staatsgezinden en prinsgezinden, een strijd die zou leiden tot de definitieve vervanging van oranje door rood in de driekleur van de Republiek - en zelfs tot een tijdelijk verbod op het dragen van oranje.
Tot ver in de twintigste eeuw is 'oranje’ een bron van soms heftige politieke twisten gebleven, zo schreef de Vlaamse historicus Marnix Beijen onlangs in de bundel Het geheugen van de Lage Landen. Orthodoxe protestanten en het 'kleine volk’ in de steden, gesteund door conservatieven, mobiliseerden de monarchie tegen de liberale elite en - later - de socialisten. In de jaren dertig maakte de NSB zich sterk voor de terugkeer van de oude 'princevlag’, een wens die overigens ook bij andere partijen leefde, maar nu door het NSB-drijven als problematisch werd ervaren.
Pas de Tweede Wereldoorlog zou de basis leggen voor een vrijwel onomstreden waardering voor oranje als symbool, zoals bleek bij sportwedstrijden en feestelijkheden, waar oranje steeds vaker de nationale driekleur verdrong. Deze ontwikkeling zette zich de laatste decennia sterk door: oranje werd de kleur van een banaal, maar niet minder krachtig nationalisme, aangevoerd door de kroonprins zelf, zoals te zien was tijdens de Olympische Winterspelen, waar niet alleen hijzelf, maar ook zijn vrouw en drie spijbelende kinderen in fel oranje kleding op de schaatstribune zaten.
Onder brede lagen van de bevolking spreekt de kleur diepgewortelde sentimenten aan, reden voor bedrijven als ING om te proberen daarvan een graantje mee te pikken. De conclusie dat de kleur daarmee een min of meer neutrale betekenis heeft gekregen, is evenwel misleidend. Niet alleen fungeert oranje naar buiten toe meer dan ooit als uitdrukking van een unverfroren nationalisme, ze werkt ook intern nog altijd politiek door. Niet voor niets profileert De Telegraaf zich uitdrukkelijk als 'de Oranjekrant’ en tooit Verdonks TON zich in een overvloedig oranje entourage. Het zijn willekeurige voorbeelden - maar toch ook: tekens aan de wand.