Commentaar: Oranje bonje

Oranje bonje

Steeds meer krijgt de affaire-Margarita de contouren van een constitutionele crisis. Afgelopen maandag vond er spoedberaad plaats in paleis Noordeinde, waar de vorstin de noodsituatie onder meer besprak met Willem-Alexander en Máxima. Over de uitkomsten werden zoals gebruikelijk geen mededelingen gedaan, maar significant was dat al de volgende dag melding werd gemaakt van het gedwongen ontslag van advocaat W.J. Slagter van het gerenommeerde advocatenkantoor Simmons & Simmons te Rotterdam. Slagter, bekend emeritus hoogleraar, had verleden week bekendgemaakt dat Margarita’s echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn een miljoenenclaim in voorbereiding heeft tegen de Staat der Nederlanden. Bij dat proces, aldus Slagter, zouden ook leden van het koninklijk huis worden gedaagd om te worden gehoord over de vermeende lastercampagne die tegen De Roy van Zuydewijn zou zijn gevoerd. Met de aankondiging van dat proces werd de affaire-Margarita in één keer op scherp gezet. De zware aantijgingen die Margarita en haar echtgenoot deden tegenover HP/De Tijd en Stern zouden tijdens zo’n proces nader moeten worden belicht. Simmons & Simmons was not amused over de revelatie en zette de hoogleraar met een turboprocedure op straat, om zich vervolgens tegenover het koninklijk huis uit te putten in verontschuldigingen. De Telegraaf, altijd een steunpilaar van de vorstin in bange dagen, meldde afgelopen dinsdag dat Simmons & Simmons zeer in de maag zat met de vrees voor «repercussies van een volgens kenners slecht onderbouwde en weinig kansrijke rechtszaak». Diezelfde dag kwam de Volkskrant echter met het nieuws dat de verwijten van De Roy van Zuydewijn in elk geval op één punt al feitelijk kunnen worden onderbouwd. De krant wist de hand te leggen op zijn dossier van de Amsterdamse Sociale Dienst, het gewraakte document dat — aldus De Roy van Zuydewijn in HP/De Tijd — via Beatrix in handen was gespeeld van zijn aanstaande schoonvader Carlos Hugo de Bourbon-Parma. Op grond van dit dossier — waarin staat dat De Roy van Zuydewijn als vrijwilliger werkzaam was in een begeleidingsproject voor hiv-patiënten — zou hij persona non grata zijn geworden in de familie Van Oranje-Nassau. Dat dit vertrouwelijke document ten paleize kon circuleren, is volgens De Roy van Zuydewijn een bewijs voor de vendetta die tegen zijn persoon werd gevoerd. In een eerder stadium ontkende de hoofdstedelijke Sociale Dienst bij hoog en bij laag het bestaan van het dossier, waardoor De Roy van Zuydewijns verklaringen dubieus leken. Nu het wel degelijk blijkt te bestaan — inclusief cliëntnummer — is dat een zware klap voor het anti-Margarita-kamp, zodat ook de bewuste Sociale Dienst nu het een en ander uit te leggen heeft.

Het proces dat De Roy van Zuydewijn tegen de Staat der Nederlanden voorbereidt, doet in meer dan een opzicht denken aan het fameuze proces van de journalist Willem Oltmans. Net als Oltmans eist De Roy van Zuydewijn financiële compensatie voor de schade die hem door de staat via een «lastercampagne» is toegebracht. Volgens De Roy van Zuydewijn is zijn in Amsterdam gevestigde bedrijf Fincentives slachtoffer geworden van een vorstelijk geregisseerde boycot, waardoor hij uiteindelijk een bedrag van 4,5 miljoen euro zou zijn misgelopen. Net als Oltmans is De Roy van Zuydewijn — aldus zijn adviseur Slagter vorige week vrijdag in De Telegraaf — van plan een lange reeks getuigen over deze zaak te horen, onder wie leden van het koninklijk huis.

Juridisch behoort dat laatste inderdaad tot de mogelijkheden. Zo daagde Oltmans in zijn proces prinses Margriet voor de Haagse rechtbank. In haar pas verschenen boek Oud zeer schrijft Oltmans’ advocate Ellen Pasman dat het plan bestond ook prins Bernhard onder ede te horen over de vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken gevoerde anti-Oltmanscampagne. Kennelijk om een rechtsgang voor Bernhard te voorkomen, werd de zaak uiteindelijk in der minne geschikt met een gouden afkoopregeling, waarbij de Staat impliciet schuld erkende maar de koninklijke familie verder ongemoeid werd gelaten.

Een soortgelijk scenario ligt in de zaak-Zuydewijn voor de hand. De Roy van Zuydewijn zou in zijn civiele procedure de hele koninklijke familie — inclusief Beatrix — voor de rechtbank kunnen laten opdraven. De animo om aan die rechtsgang deel te nemen zal bij Beatrix en de haren zeer gering zijn, net zoals Bernhard indertijd geen trek had om in de zaak-Oltmans te worden gehoord. Een afkoopregeling — waarmee De Roy van Zuydewijn zich met zijn Margarita met een rentevast Zwitserlevengevoel zou kunnen terugtrekken in zijn kasteel in Zuid-Frankrijk, in ruil voor hun verdere stilzwijgen over de pijnlijk hoog opgelaaide familievete — ligt dan voor de hand.

Het is echter maar de vraag of zo’n schikking voor het paar zal volstaan. Getuige hun niets en niemand ontziende offensief in HP/De Tijd zijn Margarita en De Roy van Zuydewijn tot het uiterste getergd. Wellicht is financiële compensatie niet genoeg en zijn ze uit op de finale wraak. In dat geval spelen ze va banque, een methode die niet van risico’s is gespeend. Risico’s voor het paar zelf, maar zeker ook voor de Oranjeclan en de voor hun gedragingen verantwoordelijke ministers.