‘oranje boven’ in de eerste kamer

De zaliger nagedachtenis van koningin Wilhelmina is bij Cees Fasseur in goede handen. Dat bleek al verleden jaar, bij het uitkomen van het boek Om erger te voorkomen van Nanda van der Zee. Van der Zee gooide de knuppel in het hoenderhok der historici door nieuwe gegevens uit Britse archieven te publiceren, waaruit bleek dat Wilhelmina’s vlucht in mei 1940 tot in detail was voorbereid en helemaal niet de paniekreactie was waarvoor het tot dan toe was gehouden. Van der Zee doorbrak de Wilhelmina-devotie helemaal met haar stelling dat Wilhelmina met haar weloverwogen vlucht het Nederlandse ambtelijke apparaat op een presenteerblaadje aanbood aan de Duitse bezetter, die als gevolg daarvan de - uiterst co”peratieve - Nederlandse bureaucratie had kunnen inzetten bij de uitvoering van de moord op 100.000 Nederlandse joden.

Het was professor Fasseur die het voortouw nam in het anti-Van der Zee-offensief dat na het verschijnen van Om erger te voorkomen ontbrandde. In De Telegraaf verkondigde de Leidse historicus dat Van der Zee ‘nazi-propaganda’ had gebruikt. Na dreiging met juridische stappen ging Fasseur over tot rectificatie, maar de toon was niettemin gezet. Terwijl Van der Zee in het buitenland - met name in Israel en de Verenigde Staten - veel lof kreeg toegezwaaid voor haar taboedoorbrekende studie, kreeg ze in eigen land de volle laag van zo'n beetje iedere vakgenoot.
Een en ander maakte natuurlijk extra nieuwsgierig naar de Wilhelmina-biografie van Fasseur. Het royaal door het Prins Bernhard Fonds ondersteunde levenswerk van de Leidse historicus werd afgelopen maandag ten doop gehouden in de Eerste Kamer. Het betreft hier deel ÇÇn, waarin het levensverhaal van de honderd jaar geleden op de troon gestegen dochter van Willem III en Emma Von Waldeck-Pyrmont wordt gevolgd tot 1918. Deel twee zal pas over enkele jaren het licht zien, zodat we nog lang in spanning zullen blijven over de wijze waarop Fasseur zich door het heikele vraagstuk van Wilhelmina’s vlucht zal worstelen.
Deel ÇÇn belooft wat dat betreft weinig goeds. Hoewel Fasseur naar eigen zeggen als eerste historicus ongelimiteerd toegang had tot het archief van Wilhelmina en bij het schrijven van zijn opus magnum ook in het geheel niet op de vingers werd gekeken door de huidige vorstin, komt hij met verrassend weinig opzienbarend nieuws. Natuurlijk, dankzij de voor hem opengestelde vorstelijke correspondentie en dagboeken staan er tal van interessante details in Wilhelmina, de jonge koningin, maar nergens tornt Fasseur aan reeds decennia bestaande stereotypen. Zelfs prins Hendrik komt er verrassend goed vanaf, en van de curieuze rol die Wilhelmina speelde bij het binnenhalen van Kaiser Wilhelm II in Nederland ontbreekt bij Fasseur ook ieder spoor.
Bij de plechtigheid in de senaat rondom Fasseurs boek was de stemming dan ook helemaal 'Oranje boven’. Eerste-Kamervoorzitter Frits Korthals Altes verzekerde de aanwezige kroonpins dat alle aanwezigen pal achter Oranje staan. Ook zei de senaatsvoorzitter dat hij verwacht dat Fasseur in zijn deel twee zal afrekenen met de theorie‰n van Van der Zee over de consequenties van het verplaatsen van de regeringszetel naar Londen voor de jodenvervolging in Nederland. Een opmerkelijke interventie van een kamervoorzitter, maar dat mocht de Oranjepret niet drukken. De bijeenkomst was een soort uitdrijvingsritueel van de dreigende spoken die het boek van Van der Zee heeft opgeroepen. Ongetwijfeld zal Fasseur Korthals Altes niet teleurstellen. Van wetenschappelijke onafhankelijkheid valt hij onmogelijk te betichten.