Oranje gehossel

Volgens de geruchten zijn ze stinkend rijk en volgens de roddels gruwelijk gierig. Bovendien lijken ze niet vies van drugsgeld. Kortom, een gewone Hollandse familie, die Van Oranje-Nassaus.
HET NEDERLANDSE vorstenhuis munt van oudsher uit op twee terreinen: occultisme en financieel beheer. Over beide wordt in de regel zeer besmuikt gedaan. Sinds Irenes spirituele coming out is er echter onmiskenbaar sprake van iets meer openheid waar het de esoterische activiteiten betreft. Irenes Dialoog met de natuur, de grootste New Age-bestseller in de Lage Landen sinds James Redfields Celestijnse belofte, fungeerde als een ijzeren stormram in de muur van stilzwijgen die haar zus Beatrix eerder verordonneerde ten aanzien van Oranjes klassieke cultivering van de gnostisch-spiritistische gedachtenwereld.

Controle-fetisjiste Beatrix heeft er in het verleden alles aan gedaan om de spirituele ijver van haar moeder in de vergetelheid te brengen: alles wat riekte naar de postume invloed van Greet Hofmans diende voor eens en voor altijd uitgebannen te worden. Zo greep de koningin hoogstpersoonlijk in toen bleek dat Juliana net als haar ouders Wilhelmina en Hendrik opteerde voor een zogenaamde ‘witte begrafenis’, een antro posofisch geinspireerd uitvaartritueel. Beatrix nam zelf de pen ter hand om een geheel nieuw begrafenisritueel te vervaardigen, waarbinnen haar favoriete kleur - paars - in alles overheerste.
Het succes fou van Irenes onbevangen New Age-queeste toont echter aan dat alle zorgen van haar zus in de ijle sfeer van de jaren negentig volkomen misplaatst zijn. Een goede pr-medewerker zou de koningin dan ook duidelijk maken dat de voortgang van de monarchie in Nederland juist gebaat zou zijn bij iets meer occult spektakel, ter vergroting van het mystieke aura dat een vorstenhuis nu eenmaal behoort te hebben.
Wellicht is er al iets van deze notie doorgedrongen tot de adviseurs van het vorstenhuis. Zo zette de Rijksvoorlichtingsdienst de toetreding van prins Willem Alexander tot het illustere genootschap van de Zwanenbroeders in ’s-Hertogenbosch onlangs publicitair tamelijk vet aan. Het uiterst besloten gezelschap der Zwanenbroeders - ook wel de 'Bossche illumaten’ genoemd, met ooit de grote schilderende mysticus Jeroen Bosch als lid - zwelgt openlijk in allerlei hoogst occulte leerstukken, zoals het gezelschap ook al sinds de middeleeuwen zwemt in het geld.
Kortom, het taboe op de verhouding tussen Oranje en het occulte lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. En dat is natuurlijk niet meer dan gepast voor een dynastie waarvan de stamvader, de negende-eeuwse Zuidfranse graaf Guillaume d'Orange, in allerlei oude Franse en Duitse sagen voortleeft als de schatbewaarder van de geheimen van de heilige graal, en zo'n mysterie vertegenwoordigt dat het Vaticaan hem maar liefst tweemaal heilig verklaarde.
REST NU NOG het taboe op het geld. Maar als de tekenen niet bedriegen, zal men aan het kraken daarvan een nog hardere dobber hebben dan aan Oranjes oeroude preoccupatie met het hogere. De bijna als paranoide te omschrijven wijze waarop het huis van Oranje-Nassau de omgang van het tot zijn beschikking staande kapitaal afschermt voor de buitenwereld, vertegenwoordigt een van de grootste geheimen van de wereld van de haute finance.
Niemand weet precies de hoogte van het kapitaal van Oranje te schatten, alhoewel vooral Amerikaanse bronnen daar in het verleden menige gooi naar hebben gedaan. Het weekblad Time riep koningin Wilhelmina eens uit tot de rijkste vrouw van de wereld: op basis van schattingen van de waarde van het vorstelijke bezit (en dan vooral het koninklijke aandelenpakket, belegd in Unilever, Standard Oil, Koninklijke Olie/Shell, diverse grote verzekeringsmaatschappijen, enzovoort) kwam Time uit op een miljard dollar aan persoonlijk bezit voor Wilhelmina.
Bezoekers van de Nederlandse koningin zagen die voorgespiegelde weelde echter nergens terug. Integendeel, het regime dat Wilhelmina ten paleize voor zichzelf en haar omgeving had gesteld, deed vermoeden dat de Hollandse koninklijke familie voor eeuwig was ondergedompeld in een diepe crisis. De verwarming stond immer op het allerlaagste pitje, de kleding was onveranderlijk van iedere vorm van verfijning gespeend, de aangeboden dis substantieel doch weinig geraffineerd.
Ook de geschenken van het Nederlandse vorstenhuis kenden internationale faam door hun afgeknepen budget en algehele plompheid: de glazen, zwaanvormige soepterrine die de Duitse keizer Wilhelm II ooit na het bereiken van een jubileumgerechtigde leeftijd van het Nederlandse hof kreeg uitgereikt, werd door de begunstigde zelfs opgevat als een diplomatieke schoffering van de eerste orde. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt klaagde na een bezoek aan Wilhelmina en Hendrik steen en been over het ontbreken van iedere vorm van gratie aan het Nederlandse hof, en vergeleek het optreden van Wilhelmina met dat van een gemiddelde burgemeestersvrouw van een afgelegen provinciestadje in de Amerikaanse Midwest.
HET WAS OF Wilhelmina een allergie had voor het tentoonspreiden van elke weelde. Niemand anders verbeeldde zo extreem de band tussen overvloed en onbehagen die de Britse historicus Simon Schama als een leidraad ziet voor het nationaal-Nederlandse volkskarakter sinds de Gouden Eeuw. Slechts bij exceptionele gelegenheden werd het kapitaal van Oranje voor de buitenwereld zichtbaar, zoals bij de inauguratie van Juliana tot koningin op 6 september 1948, door Newsweek omschreven als 'the greatest show in postwar Europe’.
Vanzelfsprekend werd er achter de schermen wel eens diep in de buidel getast. Zo zag prins Hendrik er geen been in om bij Parijse juweliers voor zijn geliefden pronkstukken aan te schaffen die de nationale begroting voor de armenzorg verre overschreden. Naar buiten toe diende er echter altijd de pose van grootse soberheid te worden volgehouden. Bijkomend voordeel van die houding was dat de koninklijke familie telkens makkelijk wegkwam met een verhoging van de te ontvangen staatsvergoeding voor bewezen diensten. Bij haar aantreden als koningin liet Juliana die staatsbijdrage bijna verdubbelen.
Ook Juliana werd door de Amerikaanse pers keer op keer (en dat tot haar grote ongenoegen) uitgeroepen tot de meest vermogende vrouw van de planeet. Het predikaat werd zelfs opgenomen in de titel van de biografie die de Amerikaan William Hoff man in 1979 aan haar wijdde: Queen Juliana: The story of the richest woman in the world. Hoffman schatte het persoonlijke vermogen van de Nederlandse vorstin conservatief in op zeshonderd miljoen dollar, hetgeen zou impliceren dat er sinds de miljard dollar die Time aan Wilhelmina had toegedicht, reeds vierhonderd miljoen verdwenen zou zijn.
Het zal inmiddels duidelijk zijn: iedere schatting van het Oranje-vermogen is een slag in de lucht, omdat iedere mogelijkheid tot controle ontbreekt. Uiteindelijk bestaat er niet zoiets als een publiek register voor aandelenbezit. Daarbij komt dat Oranje altijd gebruik heeft kunnen maken van ’s werelds meest gehaaide financiele adviseurs, en dat al sinds de dagen dat het geslacht tot de creme de la creme van de puissant rijke Bourgondische aristocratie behoorde, niet voor niets getooid met namen als Willem de Rijke (de vader van Willem de Zwijger).
Dank zij die adviseurs heeft Oranje-Nas sau het kapitaal altijd veilig kunnen spreiden over de wereldmarkt en zich kunnen indekken tegen woelingen van welke aard dan ook. Toen de Duitsers in juni 1941 besloten het door Wilhelmina in Nederland achtergelaten aandelenkapitaal te confisqueren, kwamen ze bedrogen uit. Het kapitaal bevond zich in de kluizen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, opgericht door Wilhelmina’s overgrootvader koning Willem I, maar toen die eenmaal waren geopend, volgde er een grote teleurstelling voor nazi-topman Bene, belast met de operatie. Bene rapporteerde aan zijn chef generaal Von Ribbentrop dat hij voor niet meer dan zes miljoen gulden aan waardepapieren had aangetroffen, terwijl de Duitsers zeker het vijftigvoudige hadden verwacht. Een groot deel van het aangetroffen aandelenpakket van de koninklijke familie bleek belegd in door de Russische revolutie waardeloos geworden staatsobligaties in het spoorwegennet van de tsaar. De aangestelde Bevollmachtigte fur die Verwertung des Niederlandischen Kronvermogens, de Keulse bankier dr. Kurt Bockamp, behaalde dan ook slechts een schraal resultaat.
Vreemd genoeg werd een deel van het Oranje-kapitaal tijdens de oorlogsjaren geparkeerd bij de Bank van Handel en Scheepvaart, in handen van het zwaar aan Hitler gelieerde Duitse ondernemersgeslacht Thyssen, die al voor de oorlog een zwaar belang hadden gekocht in de Oranje- belangenbehartiger Nederlandsche Handel- Maatschappij. De banden tussen Thyssen en Oranje waren zo goed dat de firma direct na de capitulatie van de Duitsers in 1945 in het geheim begon aan 'operatie Juliana’, waarbij de door de Russen geconfisqueerde bezittingen van het Nederlandse vorstenhuis (in sovjethanden geraakt doordat de Russen het kantoor van de Bank voor Handel en Scheepvaart in Berlijn waren binnengevallen) clandestien werden teruggehaald.
De Thyssen-dynastie verdiende zo de eeuwige trouw van het Nederlandse koninklijk huis, ondanks de kwalijke rol van de familie in de financiering van het nazisme vanaf het eerste uur. Eerder dit jaar werd de huidige roerganger van de Thyssens, baron Thyssen-Bornemisza, nog door Beatrix benoemd tot commandeur in de Orde van Oranje-Nassau vanwege 'verdiensten op cultureel en zakelijk terrein’.
EEN ANDERE ILLUSTERE zakelijke adviseur van de koninklijke familie is mr. Frits Salomonson, de huisadvocaat van de familie. Salomonson trad begin dit jaar uit het Amsterdamse advocatenkantoor Boekel de Neree, waar hij samen met zijn vriend en collega Oscar Hammerstein de founding father van was.
De maatschap kwam publicitair in de problemen toen Hammerstein werd beschuldigd van het witwassen van drugsgelden. Hammerstein werd gedwongen uit de firma te stappen, maar is nog altijd bezig aan een juridisch steekspel met zijn oude werkgever.
Door kenners wordt Salomonson gezien als een van de grote steunpilaren van de weelde van de koninklijke familie. Dat deze steunpilaar zo dicht in de buurt was van een forse drugsaffaire, werpt weer een opmerkelijk licht op de wijze waarop de zaken van Oranje worden gediend.
Vlak voor zijn dood merkte Oranje- watcher Wim Klinkenberg dan ook op dat de Hammerstein-affaire tot op de bodem uitgezocht dient te worden om meer zicht te krijgen in de financiele achtergrond van de eerste familie van het land. Tot die tijd kunnen we ons alleen maar aansluiten bij een uitspraak van het PvdA-kamerlid Rick van der Ploeg, die verleden jaar in het blad Esquire verkondigde dat er 'makkelijk een miljard’ kon worden bezuinigd op de publieke uitgaven ten behoeve van de koninklijke familie. Oranje is heel wel in staat om voor zichzelf te zorgen.