Oranjebitter

Nederland steeds republikeinser? In de media valt het niet te merken. Meer dan ooit buigen royalty-verslaggevers nederig voor de Rijksvoorlichtingsdienst. Die zou zich inmiddels beter de Rijksverzwijgingsdienst kunnen noemen.
HET WAS WEL een heel opmerkelijke foto van prins Willem-Alexander die Het Parool zaterdag 19 april jongstleden in de bijlage PS plaatste. De foto stamt van 1 november 1992, toen de kroonprins zich aan de marathon van New York had gezet. Hij deed dit in een gezelschap ‘loopvrienden’, dat zich had verzameld onder de naam The Centurions of the Netherlands. Op de prent treffen we onder meer oud-wielrenner Gerrie Kneteman en Wim Verhoorn, voormalig trainer van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie en op dat moment privé-trainer van de kroonprins.

Tot zover alles normaal. Pal achter Kneteman echter, gekleed in dezelfde uitmonstering als de andere Centurions, treffen we echter het verbeten gelaat van niemand minder dan mr. John Engelsma, advocaat van de wijd en zijd beruchte Amsterdamse firma Engelsma & Korvinus. En dat mag opmerkelijk heten: mr. Engelsma staat tegenwoordig namelijk onder officiële verdenking bij de Nederlandse en Zwitserse justitie in een onderzoek naar de leiding van het internationale misdaadsyndicaat dat als de Delta-organisatie wordt aangeduid.
Engelsma wordt al sinds jaar en dag - onder meer door Parool-misdaadverslaggever Bart Middelburg - beschouwd als de juridische consigliere van het drugssyndicaat van de zogeheten ‘erven-Bruinsma’, maar wist aantijgingen in die richting tot voor kort met succes per kort geding te bestrijden. Verleden maand schroomde de Haarlemse officier van Justitie I. Gonzales echter niet om Engelsma’s naam openlijk te noemen. Volgens Gonzales is Engelsma lid van het driemanschap dat de scepter over Delta zwaait. In dat illustere trio zouden naast Engelsma ook de onlangs te Parijs gearresteerde Etienne Urka en pornobaas 'Dikke Charles’ Geerts zitting hebben. Justitie in Nederland en Zwitserland verdenken de drie ervan miljoenen aan drugswinsten te hebben witgewassen via beursgenoteerde obligaties in onder meer ABN-Amro. Daarnaast wordt het drietal verdacht van grootscheepse belastingfraude.
PIKANT DETAIL dat Het Parool vermeldt, is dat de foto in New York werd genomen op het moment dat in Nederland in het grootste geheim de eerste fase van het onderzoek van het IRT-Noord-Holland/Utrecht naar drugstransporten van de Deltagroep bezig was. Zes dagen nadat het ANP de foto in New York had gemaakt, deed het IRT een inval in een Friese boerderij waar naast een partij drugs een grote verzameling handgranaten en honderd kilo van het uiterst explosieve semtex werd aangetroffen. Het was de eerste majeure vondst van het undercover-politieteam, dat uiteindelijk aan het eigen succes ten onder zou gaan, een gebeurtenis die zou leiden tot de meest spraakmakende parlementaire enquête sinds die naar het regeringsbeleid in de periode 1940-'45.
Er is hier kortom sprake van een foto met sensationele dimensies. Wat doet een man met de reputatie als Engelsma - die had hij in 1992 ook al - zo midden in de intieme kring van onze toekomstige vader des vaderlands? Heeft de kroonprins dan net als zijn grootvader van moederskant een curieuze voorkeur voor vertegenwoordigers van de wat louchere maatschappelijke geledingen? Is dit een indicatie voor de personele samenstelling van de toekomstige hofhouding?
De foto krijgt nog een extra dimensie als men de affaire-Salomonson erbij haalt. Frits Salomonson was tot voor kort als juridisch adviseur van koningin Beatrix. Hij genoot een hogelijk gewaardeerde vertrouwensfunctie, zo hoog dat hij lid was van de voogdijraad van Willem-Alexander, een denktank van wijze mannen die de kroonprins als minderjarige onder de hoede zou nemen indien zijn ouders hem onverhoopt zouden komen te ontvallen.
Salomonson, ook nog eens plaatsvervangend kantonrechter te Amsterdam, wordt in het rapport van de commissie-Van Traa genoemd (weliswaar niet bij naam, maar wel herkenbaar genoeg omschreven) in een 'inventarisatie van verwijtbare betrokkenheid’ bij grootscheepse witwasoperaties van het Bruinsma-Urka-imperium. In een leep een-tweetje met zijn pupil Oscar Hammerstein zou de Koninklijk-Huisadviseur als commissaris van het beursgenoteerde high-techfonds Text Lite tot over zijn oren verwikkeld zijn in het witwassen van 'ettelijke miljoenen drugsgeld’ via de uitgifte van zogeheten 'personeelsopties’.
Van Traa hield het bij deze aantijging. Een juridisch vervolg kwam er nooit. Salomonson hield de eer aan zichzelf en trad af als adviseur van het koninklijk huis (zie De Groene Amsterdammer van 13 maart 1996).
GEZIEN DEZE voorgeschiedenis zou je als argeloze mediaconsument kunnen verwachten dat er enige drukte zou ontstaan rondom de foto van Willem-Alexanders Dutch Centurions. Als premier Kok op deze wijze door een fotograaf zou worden betrapt bij een partijtje golf met een sujet als Johan de Hakkelaar, zou dat ongetwijfeld tot grote consternatie bij krant, radio en tv leiden. In het geval van de kroonprins en Engelsma blijft het echter volkomen rustig aan het front. De gelukkige vinder van de foto Bart Middelburg: 'Ik heb hier op de krant wel begrepen dat plaatsing van die foto het nodige gedonder heeft gegeven met de RVD. Maar voor de rest is het helemaal rustig gebleven. Niemand doet er verder wat mee.’
Hetgeen op zijn minst merkwaardig mag heten. Er is vooralsnog geen reden om de Oranje-Nassaus te gaan beschouwen als een godfather-achtige gangsterdynastie, maar wel zijn er enige kritische noten te plaatsen bij de sociale toelatingseisen die blijkbaar opgeld doen bij de entree tot ’s lands eerste familie. Als prins Charles op dezelfde wijze op de gevoelige plaat zou zijn vastgelegd, zouden ook de Nederlandse media als wolven meehuilen in het koor. Nu hult men zich in een serene stilte.
Uit dit alles blijkt dat de blinde vlek die de Nederlandse pers traditioneel voor de feilen der Oranjes heeft ontwikkeld, nog steeds aanwezig is. De affaire-Salomonson bleef in het merendeel der Nederlandse media beperkt tot minuscule keutelberichtjes op pagina zeven, en de affaire-Dutch Centurion bestaat vooralsnog helemaal niet.
Te vrezen valt dat er bij dit verpletterende stilzwijgen nog niet eens sprake is van een van overheidswege bevolen publicitaire stilte. In een grijs verleden liet premier Drees nog het voltallige hoofdredacteurenkorps bij zich ontbieden om de heren ervan te overtuigen dat het geen pas gaf ook maar één woord te wijden aan de zogeheten Greet-Hofmans-affaire. Tegenwoordig hoeft een dergelijke ministeriële order niet eens meer te worden gegeven. Er is sprake van een almaar in hevigheid toenemend zelfregulerend zwijgvermogen van de pers als het om Oranje gaat.
WELISWAAR signaleert Eef Brouwer, chef van de Rijksvoorlichtingsdienst, in een recent interview met Het Parool dat er sprake is van een zekere vergroving van de media-aandacht voor het koninklijk gezin, in werkelijkheid valt dit alles reuze mee. Gedragen door de nieuwe republikeinse golf en de aanpalende onzekerheden over het constitutionele vermogen van de vorstin, is er inderdaad een verhoging van de attentie voor het koninklijk huis merkbaar. Maar er kan onmogelijk gesproken worden van een verscherpte kritische toon. Nog steeds zijn er huizenhoge taboes van kracht bij de nationale pers. Het is alsof het offensief van het Republikeinse Genootschap de natuurlijke band tussen de vaderlandse pers en de monarchale familie alleen maar heeft aangetrokken.
Merkwaardig genoeg vindt de Rijksvoorlichtingsdienst in al deze betoonde loylaiteit geen reden om de teugels enigszins te vieren. Integendeel, de dienst zit tegenwoordig extra scherp op het vinkentouw. De dienst blinkt uit in commentaren die zich kenmerken door een absoluut dédain voor alles wat met de vrije pers te maken heeft. Men grossiert in ontkenningen van nieuwsfeiten die onomstotelijk waar blijken te zijn. Zo was prins Bernhard volgens de RVD geen lid van de NSDAP en heeft Beatrix geen dubbele nationaliteit, terwijl voor beide zaken toch onweerlegbaar wetenschappelijk bewijs voorhanden was. Als de woordvoerder van het Witte Huis zo publiekelijk op leugens zou worden betrapt, zou hij Washington uit worden gesjouwd. In Nederland legt de pers zich er zonder morren bij neer dat zij van rijkswege voorgelogen mag worden.
Het zegt iets over de nog zeer prille democratische geest die smacht naar verdere ontwikkeling in het koninkrijk der Nederlanden.
DAARNAAST IS er de eeuwige bedilzucht van de RVD. De dienst lijkt er exclusief op gericht zo veel mogelijk mensen het zwijgen op te leggen, inclusief de leden van de koninklijke familie zelf. In de jaren tachtig stak de RVD er een stokje voor dat prins Bernhards tweede geautoriseerde biografie (geschreven door Robert Ammerlaan) gepubliceerd zou worden. Ook een boek met de verzamelde speeches van prins Claus ging in de ban. Nog vers in het geheugen ligt een NRC-Handelsbladinterview met de kroonprins dat uiteindelijk de krant niet haalde omdat de RVD er 'niet geheel gelukkig’ mee was.
Hoe meegaander de pers zich betoont, des te meer de RVD zich meent te kunnen permitteren. Voorlopig dieptepunt was het potsierlijke ingrijpen van de RVD inzake de Avro-documentaire Wij Nederlanders van Gert Jan Dröge en Herman Pleij, alwaar de dienst het zelfs waagde een poging te ondernemen om beeldfragmenten van fietsende leden van de koninklijke familie weg te censureren.
Overigens zullen er binnenkort wel weer de nodige schermutselingen losbarsten tussen de RVD en deze serie. De controverse die tot nu toe naar buiten is gekomen, spitste zich toe op de eerste aflevering, die na slepende onderhandelingen verleden week vrijdag dan eindelijk op het scherm mocht worden vertoond, inclusief een fietsende koningin. In dat geval ging het echter om slechts een luttel aantal filmfragmenten. In een andere, nog uit te zenden aflevering van deze studie over het Nederlandse nationale karakter zal het gaan over niets anders dan het 'Oranjegevoel’. Te vrezen valt dat de RVD helemaal over de rooie gaat zodra die aflevering ter koninklijke goedkeuring wordt voorgelegd.
VOOR DE REST blijft zelfcensuur de grote motor van het Oranjegevoel van het Nederlandse mediawezen. Het laatste grote wapenfeit was de ingreep die de Vara geheel op eigen initiatief pleegde in de televisieuitzending van het toneeldrama Emily, afgelopen zaterdag op de buis. Marcel van Dam achtte de nodige scènes van het toneelstuk van Ger Beukenkamp (die eerder al eens een heel geslaagde toneelbewerking van het Greet-Hofmansdrama het licht deed zien die elke avond hele rijen BVD'ers onder het schouwburgpubliek trok) te scabreus, en zette er flink het mes in.
Vreemd in dat verband was dan weer dat de scène waarin prins Bernhard Emily een glas water in het gezicht gooit en vervolgens op liederlijke wijze bij de borsten grijpt, blijkbaar wel de goedkeuring van het sociaal-democratische televisiebestuur kon wegdragen. Blijkbaar is de gewezen prins-gemaal inmiddels vogelvrij verklaard door de rooie familie. Hier gaan hovaardij en hypocrisie hand in hand.