Boedapest – Het is september 2006 wanneer de Hongaarse premier van dat moment Ferenc Gyurcsány de woorden uitspreekt die zijn politieke carrière om zeep zullen helpen. ‘Achttien maanden lang moest ik doen alsof we aan het regeren waren. In plaats daarvan hebben we gelogen: ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds.’ Die uitspraak doet hij tijdens een besloten partijcongres van zijn Socialistische Partij. Alleen: iemand in het publiek neemt de toespraak stiekem op en al gauw zijn fragmenten op alle radiostations in Hongarije te horen. Viktor Orbán, in de oppositie na een verkiezingsnederlaag, werpt zich op als aanjager van een enorm straatprotest, dat uitmondt in (politie)geweld. De demonstranten eisen het aftreden van Gyurcsány.

Die totale vernietiging van het vertrouwen in de socialistische partij mszp creëert een politiek vacuüm waar Orbáns rechts-conservatieve Fidesz-partij in springt. In 2010 wordt Orbán verkozen tot premier, en dat is hij nu al elf jaar, zonder ook maar enigszins uitgedaagd te worden door de versplinterde, verslagen oppositie. Maar die tijd lijkt ten einde te komen: er waait een nieuwe politieke wind in het land, de oppositie heeft zich eindelijk verenigd en in de peilingen zit een coalitie van oppositiepartijen Orbáns partij op de hielen. Het werd dus tijd om het geheugen van de Hongaren eens op te frissen, moet Orbán gedacht hebben. Dat het deze maand precies vijftien jaar geleden is dat de toen belangrijkste oppositiepartij verwikkeld raakte in dit schandaal komt hem perfect uit.

Vandaar dat Gyurcsány, die nog wel politicus is maar zich niet verkiesbaar gesteld heeft als mogelijke leider van de oppositie (zijn vrouw wel), gebombardeerd is tot de nieuwe George Soros. Je kunt in Hongarije nu geen YouTube-video openen zonder eerst een filmpje te moeten bekijken waarin je uitgelegd wordt dat voor welke oppositieleider je ook stemt, je eigenlijk nog altijd voor Gyurcsány stemt. Dat verhaal wordt ook door de pro-regeringsmedia eindeloos herhaald. In de bioscoop is binnenkort zelfs een politieke thriller te zien over de toespraak uit 2006. De gebeurtenissen van vijftien jaar geleden worden zo tot de allerlaatste druppel uitgemolken, op een manier die bijna komisch is en verraadt dat Orbán de oppositie nu echt vreest. Maar het laat ook zien hoeveel macht de regering heeft over het herinneren en vergeten van de Hongaren: een schandaal van vijftien jaar geleden voelt ineens weer aan alsof het gisteren gebeurde.