Interview met Bryan Ferry

Orchidee op een kolenmijn

Nu zijn album Dylanesque uit is, treedt Bryan Ferry weer eens op in Amsterdam. Het is het langverwachte vervolg op Avalon uit 1982, het grootste succes en tevens de zwanenzang van de band Roxy Music.

Ik had vernomen dat Ferry een fanatieke snelheidsliefhebber was, een glamourman die houdt van stijlvolle, snelle auto’s. Helaas heb ik alleen een motorrijbewijs. Van een bekende volkszanger leende ik zijn glanzende Moto Guzzi 1000 cc G5 Convert en reisde per veerboot naar Engeland. Hopelijk kon de bike het ijs breken. Het hotel waar we hadden afgesproken ademde vergane glorie_._ Ik was meer dan een uur te vroeg. Ruim de tijd om me in de toiletten om te kleden. Ik had speciaal voor de gelegenheid zwarte Redwood puntschoenen, een designerbroek, een overhemd van Armani en een fluwelen colbert van Versace meegenomen. Precies op de afgesproken tijd kwam een jeugdig ogende Ferry de hotelbar binnen. Hij droeg net als ik een met leer afgezette spijkerbroek van de ontwerpers Marithé en Francois Girbaud. Ik schaamde me er een beetje voor. Alsof je als dame tijdens een receptie onbedoeld dezelfde jurk draagt als de koningin. Koning Cool had het ook opgemerkt. Zijn mondhoek krulde even licht omhoog.

Bent u echt zo’n liefhebber van snelheid?

Bryan Ferry: ‘Ja, vreemd genoeg, nog steeds.’

Nog steeds?

‘We vlogen onlangs naar Kenia. Een gestoorde passagier drong de cockpit binnen. Het toestel daalde tienduizend voet. Met man en macht hebben de piloten het op het nippertje recht kunnen trekken. Een journalist vroeg me achteraf of ik nog iets bijzonders had gemerkt aan de aanvaller. Ik had alleen opgemerkt dat de kleur van zijn sokken me niet had aangestaan.

Later, toen niemand erbij was, heb ik wel even op mijn hotelkamer zitten shaken. Maar vreemd genoeg ben ik nog steeds een liefhebber van snelheid. Hier in Londen gebruik ik een Mini turbo en buiten de stad een Audi 8. Net zo goed pruttel ik overigens op de plattelandswegen met een Landrover of een oude Morris. Toen alle rockbandjes het land rondreden in een Ford Transit stond ik erop dat wij vervoerd werden met Daimler limousines. Geen geweldige topsnelheden. Ik ben minder in technische specificaties geïnteresseerd dan in esthetische vormen. Waar rij jij het liefst in?’

Ik vertelde kort over mijn autorijbewijsloze leven en stelde hem voor om even naar de motorfiets te gaan kijken. Gehurkt bekeek hij de machine en beklopte de benzinetank. Hij wordt altijd beschreven als een introvert persoon, constant op zijn hoede. Ik vond hem een pretentieloze charmeur met een heerlijke droge humor.

Bryan Ferry (1945) doorliep de kunstacademie in Newcastle. Een klein wonder, want hij kwam uit een eenvoudig mijnwerkersgezin. Bryan gaf handarbeidles op een middelbare school, maar zijn passie was muziek. Op de academie had hij al gezongen in een bandje. Ook had hij auditie gedaan bij Robert Fripp, die een nieuwe zanger zocht voor King Crimson. Fripp vond Ferry ongeschikt voor het materiaal van zijn band, maar was zo onder de indruk van het natuurtalent dat hij Ferry en het kersverse Roxy Music een platencontract bezorgde.

Roxy Music, dat wás Bryan Ferry. Natuurlijk waren er ook de synthesizers en de kunstgrepen van Brian Eno en natuurlijk vormden gitarist Phil Manzanera, bassist Graham Simpson, drummer Paul Thompson en saxofonist Andy McKay de rest van de band, maar in mijn ogen figureerden die slechts in Ferry’s film.

Roxy Music was een band met een duidelijke look en die werd door Ferry angstvallig bewaakt. De clips, de optredens, de albumhoezen en het promotiemateriaal droegen allemaal bij aan een zorgvuldig gekozen imago. De Artrock was geboren. Literaire teksten, futurisme, kunst, haute couture en een stevige powerhouse beat. Op de hoezen van de eerste albums figureerden topmodellen als Amanda Lear en Jerry Hall.

Hall heeft ontegenzeggelijk veel invloed gehad op de muziek en de stijl van Ferry. Ze prijkte op de hoes van het belangrijke album Siren en tevens in de videoclip van zijn internationale solohit Let’s Stick Together.

Na de tweede elpee verdween Eno van het toneel. Hij wilde voortborduren op de experimenten van The Velvet Underground, Ferry was meer geïnteresseerd in soul. Eno werd een succesvolle producer, onder meer van U2, Bowie en Talking Heads. De overgebleven leden mixten meer soul bij de Artrock en creëerden een soort Sophisticated Soul-Pop. Het achtste album Avalon uit 1982 bracht wereldwijde erkenning en groot commercieel succes. Tijdens een Amerikaanse promotietour trok Ferry er echter de stekker uit. Een solocarrière leek een logische stap. Met Slave To Love en Don’t Stop The Dance scoorde hij meteen weer een paar monsterhits. De mijnwerkerszoon uit het arme noorden van Engeland werd een internationale rockster, een stijlicoon, partner van een beroemd Texaans supermodel. Het ironische personage dat Ferry in het begin speelde, vermengde zich ook steeds meer met de werkelijkheid van zijn privé-leven.

De laatste jaren was Ferry voornamelijk met dat privé-leven in het nieuws. Zijn scheiding in 2003 van ex-model Lucy Helmore na twintig jaar huwelijk werd breed uitgemeten in de tabloids. Ferry’s zoon Otis, ‘joint master of the South Shropshire hunt’, voerde actie tegen het verbod op de vossenjacht, en werd gearresteerd op grond van de Prevention of Terrorism Act. Het is Ferry allemaal niet aan te zien.

U bent het vleesgeworden bewijs voor de stelling dat mannen mooier worden naarmate ze ouder worden.

Bryan Ferry: ‘Ik zou nu zoiets kunnen zeggen als: je moet beslist geen “slave to love” worden, maar aan de andere kant: mooie vrouwen houden me jong van geest. Kennelijk straal ik dat dan ook uit. Ik heb mezelf wel eens een orchidee op een kolenmijn genoemd. Veel mensen verwarren die zelfverzekerdheid met arrogantie.

Tijdens mijn scheiding zag ik er tien jaar ouder uit dan nu. Alle energie leek uit mijn lichaam weggezogen. Mijn stem was niet meer dan een whisper. Die scheiding is erg vervelend in het nieuws geweest. Ik moest de plannen van mijn vrouw uit de roddelrubriek van de Daily Mail vernemen. De paparazzi stonden met hun neus tegen de winkelruit gedrukt toen ik met mijn vriendin een pak aan het passen was. Waarschijnlijk hoopten ze haar te kunnen fotograferen terwijl ik in mijn onderbroek stond – wel een Versace trouwens. Ja, men nam het me kwalijk dat ik mijn zoon steunde. Hij is een fervent liefhebber van de jacht, verliet de middelbare school om “master of foxhounds” te worden. Hij heeft het buitenhuis van Tony Blair beklad en verstoorde een zitting van het House of Commons toen de kamerleden de wet op het jachtverbod behandelden. En dat in een land als Engeland met een eeuwenoude jachttraditie!’

Is uw ironische personage langzamerhand realiteit geworden?

‘Ik geef toe dat ik graag in bepaalde kringen verkeer. Ik voel me ook wel een soort “country gent”, maar wel een die nog steeds een knipoog achter de hand heeft. Bij de uitreiking van de GQ Awards hoorde ik boegeroep toen ik een song opdroeg “aan mijn dappere zoon”. Nogmaals, ik steun hem onvoorwaardelijk, maar de ironie is het publiek daar kennelijk ontgaan.’

U bent het middelpunt van een advertentiecampagne van Marks & Spencer.

‘Ik werd ervan beschuldigd dat ik mezelf uitverkocht. Mijn deal met M&S was volgens de critici net zo “rock-’n-roll” als de onderbroeken en sokken die M&S op zaterdag aan de burgers slijt. Daarmee beledig je het publiek. Ik was zelf ook minder gelukkig met de slogan.’

‘What man wouldn’t want to look as cool as Bryan Ferry?’ Die slogan?

Ferry kan een lach niet onderdrukken.

In de jaren negentig werd het stiller rond Bryan Ferry. De soloprojecten van Manzanera en Mackay waren geflopt. In 2001 kwam de originele line-up van Roxy Music bij elkaar om het dertigjarig bestaan van de band te vieren met een aantal concerten. Een wereldtournee van twee jaar volgde. Er werd gewerkt aan nieuw materiaal.

Het moet een opluchting zijn dat men binnenkort weer over uw muziek schrijven kan.

‘Er zijn de laatste jaren al wat boeken verschenen. Ik heb onlangs voorzichtig gekeken in Both Ends Burning: The Complete Roxy Music van Jonathan Rigby. Hoewel men wellicht denkt dat ik heel ijdel ben, lees ik niet graag over mezelf. Ik laat liever de muziek voor zichzelf spreken. Ik mag toch wel zeggen dat ik een van de weinige rock-’n-roll-survivors ben. Al dertig jaar produceer ik onafgebroken nieuwe songs. Zo beschouw ik ook de hergroepering van Roxy Music niet als een reünie. Ik weet dat Brian Eno zich een paar jaar geleden nogal negatief heeft uitgelaten over de hernieuwde samenwerking. Hij bezwoer me laatst dat zijn citaat uit het verband gerukt was. We zijn weer bij elkaar gekomen om artistieke redenen, niet voor een zak met geld.

Er is een tijd geweest dat ik het rondreizende circus verfoeide, en je me bij wijze van spreken nog niet voor een miljoen op een podium kreeg. Pas de laatste jaren voel ik me echt relaxt op het podium. Wat dat aangaat was ik nooit een natuurtalent. Ik treed nu weer heel erg graag op. Het blijft een fantastisch gevoel als het publiek in een zaal overduidelijk genoegen beleeft aan je show. Ook als er geen album te promoten valt sta ik graag op de bühne. Ik hoop een muziekdinosaurus te worden. Net als Duke Ellington: tot het einde op een podium.’

Brian Eno heeft een aantal nummers voor ‘Dylanesque’ geleverd.

‘Het leek ons niet meer dan logisch om hem te vragen. Hij heeft twee nummers geschreven en speelt toetsen op een aantal andere songs. Hij zal in ieder geval niet live met ons meespelen. Hij heeft een hekel aan optreden. Hij is een “self-confessed non-musician”. In feite was hij in het begin ook slechts een technisch adviseur van de band. Hij kon een synthesizer bespelen en bezat een Revox. Vandaar.’

Was Eno altijd al uw tegenpool? Heeft u daar in 1970 bewust voor gekozen?

‘Het lijkt nu makkelijk om te zeggen, maar ik denk dat het toen een bewuste keuze was. We hadden, zoals dat zo mooi heet, inderdaad “grote muzikale meningsverschillen”. Gek genoeg denk ik dat daar een gedeelte van het eerste succes uit te verklaren is. Hij heeft me een paar jaar terug ook bij soloprojecten bijgestaan en de samenwerking voor het nieuwe album verliep soepel. We hadden toen vast last van onze jeugdige grote ego’s. Aan de andere kant braken we bij het grote publiek pas door na het vertrek van Eno. Er was gewoon niet genoeg ruimte “in town” voor ons allebei. Ik bewonder hem overigens wel als producer. Hij heeft een aantal klassiekers gemaakt, met wereldacts.’

Hoe klinkt de nieuwe Roxy Music-muziek?

‘Bij ons kan het alle kanten op gaan. We waren nooit echt bij een speciale muziekstijl in te delen. Er zullen wat referenties zijn aan het allereerste werk, een beetje van alles eigenlijk. Het is een “tribute” aan datgene wat Andy, Phil, Paul, ik en zelfs Eno hebben gedaan. We hebben ongeveer zeventien nummers. Ik zal niet zeggen dat alles geweldig is, maar er is genoeg voor een volwaardige opvolger.’

In het begin van 2006 werd een remix van een vrij onbekend nummer van Roxy Music, The Main Thing, gebruikt voor een autoreclame met de kale scheidsrechter Collina in de hoofdrol. De reclame was populair in heel Europa.

Is Roxy Music klaar voor een nieuwe generatie fans?

‘Ik heb inderdaad gemerkt dat er nadien ook jonger publiek naar onze optredens kwam. Ik hoop eigenlijk dat we een aantal tijdloze nummers hebben gemaakt en dat deze generatie die opnieuw ontdekt. En anders schrijven we gewoon een aantal nieuwe songs.’

Na afloop stapte Ferry met een korte groet in een groene Bentley Continental GT. Met een flinke dot gas reed hij weg, waarschijnlijk naar zijn landhuis in Sussex met tennisbaan en Bloombury kunstverzameling. De ‘coolest Englishman alive’, met verve.

Bryan Ferry treedt op 27 maart op in de Heineken Music Hall te Amsterdam