School

Orde en wanhoop

Orde valt niet samen met doodse stilte maar met een leergierige omgeving. Een goede leraar kan zichzelf relativeren. ‘Recht zitten! Of studeer je voor hangjongere?’

‘ZIT STIL!’ Wie die gebiedende wijs op beveltoon afvuurt op een ADHD-leerling in mavo 3 of havo 4 kan ervan verzekerd zijn dat hij die twee woorden tijdens de les nog tien keer moet herhalen, met mager resultaat. Vastbinden, knevelen, mond dichtplakken, wegsturen of de guillotine? De pedagogische draaiboeken zeggen: een duidelijke lesstructuur aanbieden en positief stimuleren. Alsof docenten dat zelf niet kunnen verzinnen.
Maar het is een feit: heel veel docenten - bijna de helft! - kunnen geen orde houden en proberen dan te redden wat er te redden valt door steeds draconischer maatregelen te treffen die steeds minder effect sorteren. De taal ('Kop dicht!’) wordt scherper en grover maar komt niet meer aan. De leraar die de touwtjes niet meer in handen heeft wordt een roepende in de onderwijswoestijn die, ten einde raad, strafregels laat schrijven, waarmee zijn naam er voorgoed aangaat. Ik zie regelmatig schoolvelletjes volgeschreven met 'Ik mag niet meer… in de klas’ in de prullenbak liggen.
De leerlingen hebben een feilloze antenne voor de zwakke docent die wel wil maar niet kan en die in zijn wanhoop de verkeerde beslissingen neemt en niet eens meer op het idee komt een andere toon aan te slaan of een creatieve, persoonlijke afleidingsmanoeuvre te verzinnen waardoor zijn leerlingen hem weer zien staan (en zitten).
'Tongverlamming nu!’
De docent die van nature orde kan houden, omdat zijn nadrukkelijke maar vanzelfsprekende aanwezigheid in de klas rust en aandacht oplevert, is gezegend. Maar wat is orde?
In zijn boeklange vraaggesprek met historicus en Vossius-gymnasiumdocent Jacques Presser tekent Philo Bregstein een prikkelende definitie op. Orde, zegt Presser, is een relatief begrip. 'Toen ik op die school kwam had ik een heel cynische oud-collega. Hoe doe je dat, orde houden? Hij zei: orde houden , jongen, orde, luister nou goed. Ik heb altijd orde. Orde betekent dat er tijdens de les geen moord plaatsvindt en geen coïtus. Als die niet plaatsvinden, nou, dan heb je orde.’
'Spuitje hebben?’
De docent blijft het rustpunt in de klas, ook als de chaos hem bijna versplintert. Een glimlach en een kwinkslag of een anekdote uit de persoonlijke verhalendoos doen meer wonderen dan een vernederende opmerking. Want in aanvang zijn bijna alle leerlingen nieuwsgierig naar wie hun lesgeeft. De docent die daar af en toe spelenderwijs aan toegeeft ('meneer, u staat op YouTube!’) laat een facet van zichzelf zien dat een gunstige uitwerking heeft op de orde.
Orde valt niet samen met doodse stilte maar met een leergierige omgeving. Dynamiek vereist een levendige leraar die zichzelf ook kan relativeren en soms belachelijk weet te maken.
Dyslexie, ADHD, faalangst, ongeleid-projectielneigingen, autisme en duizend andere gedragsstoornissen: elke leraar weet erover mee te praten. Labelleerlingen heten ze in de onderzoeksverslagen. Er is een ware handel op gang gekomen rond de begeleiding van die problematische leerlingen. De meeste adviezen hebben het niveau van de open deur. Natuurlijk heeft de middelbareschoolleerling anno 2010 moeite met zijn concentratie (iPod, mobieltje, Twitter, Hyves, msn, e-mail, bijbaan, sport en spel). 'Meneer, mag er een muziekje op?’ is tegenwoordig een gangbare vraag van een havist in de vierde die zijn huiswerk niet meer in stilte kan maken. Ach ja, YouTube is een uitkomst voor de docent die het even niet meer ziet zitten. Zijn ze weer even zoet. Maar wie tegelijkertijd meent te kunnen luisteren én leren vergist zich, want hij doet uiteindelijk beide dingen half. Toch kom ik wel eens een klaslokaal van een andere docent binnen en zie dan vele witte snoertjes langs de gezichten bungelen.
Labelleerlingen heten de scholieren met ernstige gedragsproblemen. En de leraren die niet weten hoe ze hen moeten benaderen zijn dan 'handelingsverlegen’, die lijden onder een slecht 'klassenmanagement’. Het is onderwijs- en bedrijfsjargon waar niemand iets mee opschiet. Wat de lerarenopleidingen te bieden hebben aan docenten die pedagogisch wat meer willen voorstellen, is pover. Een paar lesjes peda en ga er maar voor staan.
'Recht zitten! Of studeer je voor hangjongere?’
Gedrag en vlijt waren vroeger 'vakken’ die op de rapporten prijkten. Vlijt is nu een bijna uitgestorven woord, en het klinkt ook vreselijk ouderwets. Misschien moet de docent van nu zich regelmatiger identificeren met zijn leerlingen (hoe gedroeg hij zich als vijftienjarige?) en af en toe eens flink tekeergaan, in de klas, tegen de school, die zo alomtegenwoordig is in het beschermde bestaan van de puber met zijn wankele brein. De school is moordend en monsterlijk met al die betweters, sadisten en onmachtige scheldkanonnen voor de klas. Geef het maar toe. Mag het af en toe wat minder en wat meer marginaal zijn, dat vermaledijde onderwijs? Misschien geeft het lucht, rust, ruimte en… nieuwe concentratie, ín de klas en vóór de klas.
Bijna de helft van de docenten die geen orde kunnen houden gooit na een paar jaar voortmodderen de handdoek in de ring. Er is veel verzwegen leed in onderwijsland.
'Mag er nóg een muziekje op, meneer?’