Orfeo in de parkeergarage

In de onderwereld, tot en met 28 november in het Muziektheater te Amsterdam. Reserveren noodzakelijk: 020-6222914.
Kan een voorstelling een betere aanbeveling krijgen dan ‘100 procent real virtuality’? De geluidswandeling door het Muziektheatercomplex die Cilia Erens (TheatergroepTender) en Floris van Manen (Stichting Klankschap) samen hebben ontworpen, is opgezet naar analogie van Monteverdi’s L'Orfeo, die op dit moment door de Nederlandse Opera op de planken wordt gezet. Terwijl het operapubliek zich in de zaal laat meevoeren ‘in een fictieve wereld’, maakt een groepje van achttien avonturiers een alternatieve reis naar de onderwereld van het Muziektheater. In In de onderwereld is het decorum reëel, het geluid is virtueel.

Voorzien van geavanceerde koptelefoons worden de achttien deelnemers opgesteld in de hal van het Muziektheater. Twee aan twee geketend aan een groot zwart touw lijkt het gezelschap nog het meest op een groep futuristische galeislaven. In deze pose moeten de deelnemers aanvankelijk zo lang wachten, dat even het gerucht door de gelederen gaat dat we als een tableau vivant een louter virtuele wandeling gaan maken. Ondertussen klinkt door de koptelefoon het vertrouwde geluid van een foyer: geroezemoes, gerinkel van kopjes, af en toe een ritornello uit L'Orfeo en stemmen. Met name de ruimtelijkheid van de koptelefoon zorgt nogal eens voor een trompe l'oreille: voortdurend draaien de geluidswandelaars zich om in de veronderstelling dat ze worden geroepen.
Deze verwarring tussen omgevingsgeluiden en cassettebandgeluiden is een van de aardigste aspecten van In de onderwereld. Want het tegenovergestelde komt ook voor: in café Dantzig begint een bezoeker bij de aanblik van deze groep cyberkabouters spontaan een kinderliedje te zingen dat niet in het script is opgenomen.
De wandeling voert door de foyers van het Muziektheater, naar buiten, rond het complex, door café Dantzig, door de galerijen van het stadhuis naar de parkeergarage - de moderne onderwereld. Eerlijk gezegd is die wandeling nogal saai. Er is niets spectaculairs te zien. De geluiden op het bandje refereren aan de omgeving (veel voetstappen en dichtslaande deuren) met wat toevoegingen (torenklokken, heimachines, een exotische muziekband en een politieke redevoering). Zo sjokt het groepje voort, wachtend op het moment dat ‘het’ gaat gebeuren.
Orfeo daalde af in de onderwereld om zijn geliefde Euridice te zoeken. Staat het bosje mint dat wij in de parkeergarage krijgen uitgedeeld symbool voor zijn muze? Of is het gewoon bedoeld om de zware autodampen te verdrijven? Zeker is dat achterom kijken volstrekt ongevaarlijk is. Het parcours door de parkeergarage behoort desondanks tot het interessantste deel van de wandeling: op het cassettebandje wordt gespeeld met angstaanjagend gierende autobanden en de garage zelf blijkt met tientallen meters wandschildering eigenlijk een alternatieve galerie te zijn.
Pas echt leuk wordt het als we vanuit deze kelders weer naar de bewoonde wereld terugkeren. Op de trap - op het kruispunt tussen onder- en bovenwereld - treffen de bezoekers van beide voorstellingen elkaar. De reacties van het operapubliek variëren van verbazing en hilariteit tot regelrechte ontkenning (alsof het de normaalste zaak van de wereld is om zo'n stel cyberzombies tegen te komen). Ook is er een mevrouw die de hightech koptelefoons aanziet voor regenkapjes entegen haar man zegt: 'Zou het soms regenen buiten?’
Vaag glimlachend zetten de achttien hun reis naar boven voort: in een uur tijd zijn zij van bezoekers aan een voorstelling getransformeerd tot acteurs, deelgenoten van een komplot dat ze niet prijsgeven totdat het doek gevallen is - oftewel totdat de koptelefoons zijn afgezet.