DANS Nederlands Danstheater

ORGASME VAN SCHOONHEID

Dat het soms moeilijk maar niet onmogelijk is om het verleden los te laten, bewees het Nederlands Danstheater met zijn nieuwe programma Petite Mort. Deze triple bill is vernoemd naar de eerste choreografie van de avond, Jirí Kyliáns meesterwerk Petite Mort (1991), gezet op de langzame delen uit de pianoconcerten 23 en 21 van Mozart. Dit zijn van die ongenaakbare muziekstukken waarvan het maar de vraag is of een choreograaf er nog iets zinnigs aan kan toevoegen. Kylián verdedigde zijn muziekkeuze destijds door te stellen dat hij wilde benadrukken dat hij leefde en werkte in een tijd waarin niets meer heilig is.
De ironie wil dat juist deze choreografie zélf heilig is verklaard. Met een bijna chirurgisch gevoel voor muzikaliteit creëerde Kylián zijn beroemde, verstilde openingsdans voor zes met lange degens uitgeruste mannen en de reeks speelse, sensuele duetten die daarop volgen. Petite Mort is een orgasme van schoonheid en wordt terecht gezien als een van de kroonjuwelen uit Kyliáns oeuvre. Deze reputatie lijkt de dansers van het Nederlands Danstheater bij deze reprise parten te spelen. In hun poging om Kyliáns esthetiek zoveel mogelijk recht te doen, blijven ze steken in de details. Ze vergeten te dansen, en zonder elan verwordt Petite Mort tot een knap uitgevoerde turnoefening.
Daarmee vergeleken is Hans van Manens Visions Fugitives een verademing. Zelfverzekerd en krachtig zetten zes dansers dit overzichtelijke, heldere ballet neer, dat bestaat uit een serie korte, soms pittige miniaturen op muziek van Sergej Prokofjev. Tegenover Kyliáns precieuze esthetiek steekt Van Manens strakke, ongekunstelde stijl spannend af. Meesterlijk is de manier waarop de choreograaf vlak voor het einde van zijn abstracte stuk nog een verhaallijntje inkopt. Na een korte worsteling zakt een van de danseressen naar de grond. Terwijl de laatste muziek wegsterft en het licht op het toneel langzaam dooft, lopen de overgebleven dansers langs haar slappe, levenloze lichaam en blijf je als kijker achter met een totaal onverwacht, intrigerend open einde.
De écht briljante twist in het programma zit echter in de keuze voor Medhi Walerski, de derde choreograaf van de avond. Deze jonge maker uit de eigen gelederen van het Nederlands Danstheater levert hier voor het eerst een stuk af voor het grote gezelschap: Underneath. Wat een binnenkomer!
Op de donkere Chamber Symphony van Dmitri Sjostakovitsj zet Walerski een door kaal beton ommuurd universum neer waarin de dansers, geplaagd door tics en eenzaamheid, dwalen, dromen en naar elkaar zoeken. Tijdens hun zoektocht laat Walerski de werelden van het bewuste en het onderbewuste kunstig in elkaar overvloeien. Muren komen op de dansers af of krijgen armen, mensen verschijnen en verdwijnen door onzichtbare deuren en zonder dat iemand er erg in heeft komt de muziek af en toe in een beklemmende loop terecht. Hierdoor krijgt Underneath een unheimisch karakter.
Nog belangrijker is dat Walerski een eigentijdse draai weet te geven aan de virtuoze en oogverblindende bewegingskwaliteit waar het Nederlands Danstheater zo beroemd om is. Underneath past naadloos in de traditie van het gezelschap en staat tegelijkertijd met beide benen in het nu. Met werk als dit kan het gezelschap uit de lange schaduw van de voorbije successen treden en uitkijken naar een nieuwe, spannende toekomst.

Nederlands Danstheater, Petite Mort.
Tournee t/m 13 december.
www.nederlandsdanstheater.nl