Orwell in bosnie

Rond 1940 onderzocht George Orwell in zijn brieven en essays de drijfveren van de Britse appeasers die een vergelijk met Hitler zochten: mensen die begonnen met het afwijzen van geweld en eindigden met het vergoelijken van het nazisme omdat het te sterk was geworden.

Waren de Duitsers niet vanouds een trots en krijgshaftig volk, en had Hitler niet ook zijn verdiensten? Volgens Orwell had het Britse publiek het liefst de ogen gesloten voor het lot van Hitlers slachtoffers en zich nergens mee bemoeid: ‘Iedereen is volslagen gevoelloos voor mensen die buiten het onmiddellijke bereik van zijn belang of sympathie vallen. Het meest opvallend is wel de manier waarop de sympathie kan worden in- en uitgeschakeld naar gelang het de politici uitkomt.’
De toestand in Europa is tegenwoordig minder bedreigend, maar de westerse bevelhebbers en functionarissen in Bosnie spelen hetzelfde appeasement-spel. Na het beleg van Gorazde en het daaropvolgende Navo-ultimatum hebben ze kennelijk besloten om de sympathieschakelaar om te gooien. Generaal Michael Rose verklaarde dat de 'moslims’ (bedoeld zijn de reguliere Bosnische strijdkrachten) Gorazde in de steek hadden gelaten en het Westen met de brokken lieten zitten. Het was een doorzichtige poging om zijn incompetentie te verdoezelen. VN-medewerkers, Navo-militairen en zijn eigen waarnemers in Gorazde hadden gewaarschuwd voor het komende Servische offensief, wat Rose als 'emotioneel en overdreven’ had afgedaan. Hij bood de volgende dag gauw zijn excuses aan, maar het kwaad was al geschied. Vervolgens lieten zijn mensen het bericht verspreiden dat de stad lang niet zo zwaar had geleden als Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis en de vluchtelingenorganisatie UNHCR hadden gerapporteerd. De Nederlandse generaal Bastiaans meldde vanuit zijn standplaats Zagreb dat Gorazde alle ellende aan zichzelf te danken had: 'De moslims hebben met beschietingen en pesterijen de Serviers zodanig getergd dat deze laatsten weinig anders overbleef dan de zware wapens in te zetten.’ Dat was precies wat de Servische leider Karadzic’ kort tevoren in een CNN-interview had verkondigd.
Nu de Servische troepen elders in Bosnie de confrontatie zoeken, is Gorazde alweer bijna vergeten. Niettemin dringen nu berichten door dat de Servische soldaten de stad niet conform het ultimatum hebben verlaten, maar als 'politieagenten’ zijn achtergebleven. Het is een orwelliaans spookbeeld: terwijl zij door de Serviers onder schot worden gehouden, nemen de westerse bevelhebbers hun taal over. Het is de taal van mannen die hun eer en reputatie willen redden, maar bovenal de taal van mannen die door hun diplomatieke of militaire achtergrond een diep geworteld respect voor de sterkste hebben. Zolang het wapenembargo tegen de Bosniers niet is opgeheven zodat zij een krachtiger verdediging kunnen voeren, zullen dit respect en een perfide verlangen naar vrede - desnoods de vrede van het kerkhof - de westerse diplomatie in voormalig Joegoslavie blijven beheersen.