Orwell’s donquichotteske tijd

Net als duizenden anderen toog George Orwell in 1936 naar Spanje om het fascisme een halt toe te roepen. Hij beschreef zijn ervaringen in Homage to Catalonia.

Waarom we George Orwell moeten lezen

Een trotskistische propagandaposter © World History Archive / ANP

In het najaar van 1942 schreef George Orwell een essay waarin hij terugkijkt op zijn ervaringen, van december 1936 tot juni 1937, tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het essay eindigt met hetzelfde beeld als waarmee zijn fameuze boek over die burgeroorlog, Homage to Catalonia, begint: van een innemende Italiaan. In dit boek vertelt Orwell dat hij de man enkele dagen na aankomst in Barcelona tegen het lijf liep en dat deze ontmoeting een onuitwisbare indruk op hem maakte. De man had niets bijzonders. Jaar of 25, stevig gebouwd, rood-blond haar. Hij stond gebogen over een kaart waarvan hij, volgens Orwell althans, weinig begreep. Maar, schrijft Orwell, ‘hij had het gezicht van iemand die voor het leven van een vriend een moord zou begaan en daarmee dus zijn hele leven zou weggooien, het soort gezicht dat je verwacht van een anarchist’.

Vermoedelijk kwam dat niet alleen door de gezichtsuitdrukking van de man, maar ook door de wijze waarop hij Orwell tegemoet trad: met open blik en stevige handdruk. Het ging vanzelfsprekend allemaal in een flits. En toch, ‘it was as though his spirit and mine had momentarily succeeded in bridging the gulf of language and tradition and meeting in utter intimacy’, schrijft Orwell in Homage to Catalonia.

Zes jaar later herinnert hij zich de ontmoeting nog altijd, zo sterk zelfs dat hij zijn essay ‘Looking Back on the Spanish Civil War’ er op een voor hem ongebruikelijke wijze mee afsluit, namelijk met een gedicht:

In gazing on his battered face
Purer than any woman’s!

En in de laatste strofe:
But the thing that I saw in your face
No power can disinherit:
No bomb that ever burst
Shatters the crystal spirit.

‘The crystal spirit.’ Terugblikkend probeert Orwell aan te geven wat hij daaronder verstaat, wat hetzelfde is als zeggen wat zich volgens hem in het najaar van 1936 in Barcelona voltrokken had: een klein wonder. De wereld zag er als bij toverslag anders uit. Orwell wijdt aan deze ontdekking heel het eerste hoofdstuk van zijn boek. Het is een ontroerend verhaal, over een wereld die misschien wel ieder mens zich zou wensen en die op dat moment, halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw, in ieder geval door een spraakmakend deel van de internationale intelligentsia ook daadwerkelijk nagestreefd en wellicht zelfs verwacht werd. Fellow travellers werden dergelijke mensen op dat moment genoemd, de talloze intellectuelen die enerzijds uit een vorm van overtuigd antifascisme, anderzijds uit hoop op ingrijpende maatschappelijke verandering met het communisme ‘meeliepen’. Echte communisten, partijlid, waren de meesten van hen niet, diehard communisten waren er onder hen slechts enkelen, maar allen sympathiseerden met het (extreem-)links alternatief en zagen om die reden in het communisme een verwante ideologie.

Het was de uitbraak van de Spaanse Burgeroorlog, juli 1936, die hen naar het Iberisch Schiereiland dreef. Twee zelden genoemde factoren droegen daaraan bij. Een daarvan is de populariteit die Spanje ook toen al had, zij het bij een nog relatief kleine groep: van ‘paradijs onder de zon’, met veel zon inderdaad, goedkoop, lekker eten, heerlijke wijn en een cultuur die nog niet ‘aangetast’ was door de moderniteit.

De andere factor is een toevallige: op 1 augustus zouden in Berlijn de Olympische Spelen beginnen. Vele landen en personen weigerden aan het nazi-vertoon mee te doen en organiseerden in Barcelona alternatieve spelen. Die zouden een kleine twee weken eerder beginnen, op 19 juli. Vandaar dat velen met linkse sympathieën half juli al naar de Catalaanse hoofdstad getrokken waren. Daar waren zij, één dag voordat hun spelen zouden beginnen, getuige van het begin van de burgeroorlog. Het nieuws verspreidde zich daarom nog sneller en opgewondener dan normaliter het geval zou zijn geweest en dat droeg er op zijn beurt weer toe bij dat Barcelona binnen korte tijd uitgroeide tot zoiets als the place to be, tegelijkertijd de utopische hoofdstad van de linkse intelligentsia.

Barcelona zinderde eind 1936 volgens George Orwell van hoop en vrolijkheid

Het is deze utopie ook die de Italiaan voor Orwell verpersoonlijkte. Barcelona was in die dagen (december 1936) een verademing, schrijft hij. Alle sociale grenzen waren weggevallen, de stad zinderde van hoop en vrolijkheid. Maar ‘above all, there was a belief in the revolution and the future, a feeling of having suddenly emerged into an era of equality and freedom. Human beings were trying to behave as human beings and not as cogs in the capitalist machine.’ Deze droom veranderde al snel in een grimmige werkelijkheid, aan het front 250 kilometer in noordwestelijke richting. Daar verbleef hij bijna vier maanden. Het was een ontluisterende ervaring en leverde Orwell het refrein voor al zijn toekomstige beschrijvingen van oorlogssituaties: niets aan, koud, vies, hongerig, monotoon en meedogenloos.

Eind april keerde Orwell naar Barcelona terug. ‘Iedereen die de stad in de loop van een paar maanden twee keer bezocht’, schrijft hij halverwege Homage to Catalonia, ‘merkte welke buitengewone verandering zich in de tussentijd voltrokken had: de revolutionaire sfeer was verdwenen.’ Terwijl iedereen voorheen ongeveer hetzelfde gekleed ging, waren de uniformen, jurken en pakken teruggekeerd. Overal reden sjieke auto’s. De restaurants zaten vol met vretende bourgeois terwijl anderen op straat honger leden. Revolutionaire aanspreekvormen als tú, camarada en salud waren weer vervangen door het gebruikelijke: usted, señor en buenos dias.

Orwell was nog slechts een paar dagen terug en had zojuist ervaren dat de symbolische dag van de linkse utopie, 1 mei, nota bene in de hoofdstad van die utopie niet gevierd werd, toen de pleuris uitbrak. Een vreselijke tijd volgde. Daarin beleefde Barcelona voor de tweede keer in de twintigste eeuw een ‘tragische week’. Orwell was daarvan getuige én hij was deelnemer. Het kleurde zijn wereldbeeld tot in de vezels.

Elke poging uit te leggen wat er gebeurde brengt een stomvervelend verhaal met zich mee. Orwell zegt iets dergelijks in Homage to Catalonia herhaaldelijk en ik kan niet anders dan hem gelijk geven. Wellicht is het verhaal in zijn kern niet vervelend – eerder oer, het gaat over rivaliteiten, macht, geweld, hoop en wanhoop – maar het kan niet anders dan verteld worden aan de hand van namen, partijnamen, politiek gehannes en vooral heel veel afkortingen. Laat ik het proberen te vertellen aan de hand van de biografie van Orwell.

de antifacisten-sjaal die George Orwell droeg tijdens de Spaanse Burgeroorlog. 1937 © AFP / ANP

Orwell was een van de vele duizenden die in 1936 het gevoel hadden dat ze iets moesten ondernemen. Als Franco niet gestopt werd, als niet een halt toegeroepen werd aan het evidente failliet van het kapitalistische systeem en tegelijkertijd aan de onmiskenbare opmars van het fascisme, was alles gedoemd tot ondergang. Erg (partij)politiek was Orwell niet, en ook niet geïnteresseerd. Het ging hem simpelweg om fatsoen, rechtvaardigheid, beschaving, emotie. Hoe en door wie deze verworvenheden van de moderniteit behouden bleven, kon hem eigenlijk niet schelen. Als het maar gebeurde.

Vandaar dat hij aanvankelijk via de Britse communistische partij naar Spanje probeerde te komen. Dat lukte niet. Zijn bekakte accent speelde hem daarbij vermoedelijk parten. Belangrijker was dat de secretaris-generaal van de Engelse communistische partij hem ‘onbetrouwbaar’ vond. Dat was goed gezien: Orwell was te zelfstandig en nadenkend voor kadaverdiscipline. En dus meldde hij zich vervolgens bij de Onafhankelijke Labour Party ofwel ilp. Deze nam Orwell, vermoedelijk vanwege zijn relatieve bekendheid als schrijver, wél in de gelederen op en stuurde hem inderdaad ook naar Barcelona. Daar belandde hij vervolgens in de gelederen van de Spaanse partij waarmee de ilp zich verbonden voelde, de zogenoemde poum ofwel Partido Obrero de Unificación Marxista. Deze partij was niet alleen min of meer trotskistisch, maar ook nog eens nauw gelieerd aan de Spaanse anarchistische vakbond, de cnt. Zo hebben we dus al drie afkortingen, uit een woud van tientallen. In het geval van Orwell was het de associatie met deze drie – ilp, poum en cnt – die hem binnen korte tijd tot persona non grata maakte, Spanje deed ontvluchten, ontnuchterde en tot een verklaard tegenstander maakte van elke partijpolitiek.

In de meidagen van 1937 vond in Barcelona een meedogenloze strijd plaats tussen de verschillende groepen die zich tegen Franco keerden. Grofweg waren dat er drie: het conglomeraat waartoe Orwell behoorde, de communisten en de republikeinen. Laatstgenoemden waren de aanhangers van de partijen die het destijds in Spanje formeel voor het zeggen hadden en waartegen Franco in eerste instantie in opstand was gekomen. Zij begrepen al spoedig na het begin van de burgeroorlog dat de strijd alleen gewonnen kon worden als alle antifascisten één front vormden, buitenlandse (Russische) steun aanvaardden en de middengroeperingen niet al te veel van zich vervreemdden. Geen sociale revolutie dus. Dit laatste was echter precies wat ‘de club van Orwell’ voor ogen had. Bovendien was deze trotskistisch, anti-Stalin dus. In de ogen van de Russen en hun aanhangers stond dat niet alleen gelijk aan anticommunistisch maar zelfs aan reactionair. Hiermee ging het fout. Communisten en republikeinen kwamen aan de ene kant te staan, trotskisten, anarchisten en andere links-liberalen of vrije socialisten aan de andere. Daarmee was de Spaanse Burgeroorlog niet alleen meer een strijd tussen fascisten en antifascisten of, in de terminologie van Orwell, tussen barbarij en beschaving, maar ook een strijd binnen de beschaving en wel zo dat deze eveneens haar barbaarse kant liet zien, wat het failliet betekende van elke vorm van idealisme, met niet meer dan een sprankje hoop dat her en der nog wat goedheid en zuiverheid bewaard zou blijven.

Dat is de ‘crystal spirit’ waar Orwell het in zijn gedicht over heeft, die de Italiaan vertegenwoordigde, die hijzelf in zijn eenzaamheid en geschriften koesterde maar in zijn grote dystopie (1984) uiteindelijk toch liet verbrijzelen. Met deze verbrijzeling in de vorm van de capitulatie van Winston Smith voor Big Brother nam Orwell afscheid van elke illusie, afscheid ook van het ideaal dat hij in Spanje, voor het eerst en voor het laatst, gehoopt had te kunnen verwezenlijken.

‘My attitude always was, “Why can’t we drop all this political nonsense and get on with the war?”’ schrijft hij in Homage to Catalonia, in een van de vele pogingen redelijkheid te vinden in de chaos van afkortingen c.q. partijpolitiek. Het lukte hem niet. Toch weigerde Orwell zich definitief neer te leggen bij de idiotie daarvan. Van het kristal bleef in zijn pen een glinstering. Dat maakt hem voor sommigen, zoals voor mij, tot een levenslange vriend in de verte.