29 september 1915 - 20 september 2011

Oscar Handlin

Geboren in Brooklyn uit Russisch-joodse immigranten werd Oscar Handlin een van de eerste joodse professoren aan Harvard. Zijn pessimistische visie op immigratie heeft het debat in Nederland, bij monde van Paul Scheffer, sterk beïnvloed.

DE OPENINGSZIN blijft prachtig: ‘Ik nam me voor om een geschiedenis te schrijven van immigranten in Amerika. Ik ontdekte dat de immigranten de Amerikaanse geschiedenis waren.’ Zo begon Oscar Handlin zijn in 1951 gepubliceerde The Uprooted: The Epic Story of the Great Migrations that Made the American People. Het was een academisch boek maar vlot opgeschreven, gericht op een breed publiek. Het leverde de historicus een Pulitzer Prize op.
In zijn bekendste werk vertelde Handlin het inderdaad epische verhaal van immigranten en Amerika. Twee opmerkelijke stellingen hebben het boek ook na zoveel jaren interessant gehouden. Volgens Handlin was Amerika niet het product van de zich steeds vernieuwende frontier zoals de gangbare visie was, maar was het de voortdurende immigratie die Amerika zijn eigenheid had gegeven. Het was een mooie stellingname die lezers ineens anders liet kijken. De tweede stelling was dat die immigranten in de keiharde, individualistische Amerikaanse samenleving een treurig bestaan leidden, ontworteld van hun oude leven in Europa, vervreemd en ontheemd. Migratie was, zei Handlin, een pijnlijk en traumatisch proces.
Handlin was deel van die immigrantengeschiedenis. Geboren in Brooklyn in 1915 als zoon van Russisch-joodse immigranten ervoer Handlin de intolerantie aan den lijve. Hij schopte het niettemin tot Harvard University, in die tijd een bolwerk van antisemitisme en onversneden afkeer van het grauw uit Oost-Europa en Rusland. Na de oorlog werd Handlin een van de eerste joodse professoren aan Harvard.
In zijn dissertatie uit 1941, Boston’s Immigrants, 1790-1865: A Study in Acculturation was de invloed duidelijk van Robert Ezra Park, de socioloog die in de jaren twintig was begonnen met structureel onderzoek naar immigranten. Park onderscheidde vier stadia van aanpassing: competitie, conflict, accommodatie en assimilatie. Handlins boek ging over de Ierse immigranten die tussen 1790 en 1865 massaal naar Boston kwamen en hij constateerde dat Parks vierde stadium, assimilatie, het wederzijds opnemen van elkaars cultuur waarmee je een modus voor samenleven vindt, voor hen niet gold. De Ieren hadden wel een plaats gevonden in Amerika, schreef Handlin, maar ze bleven onderscheiden als groep. Immigranten werden niet echt Amerikaan, was de subtekst, maar ontwikkelden een groepssysteem dat hen vastpinde in de onderste regionen van de samenleving.
In 1951 kwam The Uprooted, waarin Handlin schreef over een breed palet van individuele immigranten, gebruik makend van archiefmateriaal, kranten, dagboeken en getuigenissen, toen ongebruikelijk. Hij schetste het immigrantenbestaan als niets dan treurigheid. Ze lieten hun hechte gemeenschapsleven in Europa achter zich, maakten een moeilijke reis naar Amerika en leefden daar ontworteld en weerloos.
The Uprooted kreeg voor Nederland een ongedachte betekenis doordat Paul Scheffer in zijn Land van aankomst (2007) sterk op Handlins werk leunt voor zijn sombere analyse van migranten hier. Critici van Scheffer wezen erop dat Handlins visie inmiddels behoorlijk genuanceerd en voor een groot deel weerlegd was. Immigranten waren helemaal niet zo triest, ze wisten waar ze aan begonnen, waren ondernemend en gebruikten netwerken. Ze verwezenlijkten in Amerika een beter leven dan thuis ooit mogelijk was geweest. Een ander punt van kritiek was dat onze immigranten zich beter lieten vergelijken met de mediterrane Italianen van rond 1900 dan met de getraumatiseerde Ieren die rond 1850 de hongersnood ontvluchtten.
Natuurlijk maken immigranten een lastig proces door. Natuurlijk leveren generatieconflicten problemen op: de botsing tussen traditioneel ingestelde immigranten en hun in de nieuwe wereld opgegroeide kinderen is uitermate pijnlijk. Niettemin leidt het bijna autonome proces van inschuiven en inpassen wel degelijk tot assimilatie, in Nederland sneller dan in de VS. Handlins werk was een eye opener in de jaren vijftig, als model van immigratieprocessen is het behoorlijk verouderd.
In de jaren zestig schreven Daniel P. Moynihan, Nathan Glazer en Herbert Gans over de etnische revival die leidde tot het fenomeen van de streepjes-Amerikaan, waarbij mensen zowel Amerikaan zijn als deel van een etnische gemeenschap: Chinees-Amerikaans, Italiaans-Amerikaans en Nederlands-Amerikaans. Het idee dat deel zijn van een etnische groep bepaald niet uitsluit dat je goed geïntegreerd bent, is gemeengoed geworden, deel van het Amerikaanse credo. Bovendien laat onderzoek zien dat juist die etnische groepen springplanken zijn voor integratie. De visie van Handlin verdween geleidelijk naar de achtergrond. Hij raakte uit de mode en ging in 1984 met emeritaat.
In 1965 had Handlin als leidende immigratie-expert nog wel een belangrijke positieve rol gespeeld bij het openen van de Amerikaanse grenzen. Daarmee kwam een einde aan het quotasysteem dat indertijd, in 1924, gericht was tegen arme Oost- en Zuid-Europeanen (lees joodse Russen en Italianen). Wat niemand toen voorzag was dat nieuwe immigranten niet meer uit Europa zouden komen, maar uit Azië en Spaanstalige landen, al zijn de processen van integratie hetzelfde gebleven. Niet meer het ontworteld zijn maar de worteling krijgt tegenwoordig de aandacht.
Handlins pessimistische visie doordesemde het sombere boek van Scheffer en heeft zo het debat in Nederland sterk beïnvloed. Gelukkig zijn we inmiddels behoorlijk opgeschoten. Het is ook moeilijk om pessimistisch te zijn als je op Handlins sterfdag de cijfers ziet die het CBS publiceert over onze tweede generatie immigranten. Je kunt de historicus Handlin eer bewijzen door te onderkennen dat zijn boek als eye opener heeft gefungeerd en het werk was van een begaafd historicus en niet van een contemporain socioloog.