Oscar wilde

Erg vaak worden de vijf toneelstukken van Oscar Wilde in Nederland niet gespeeld. Erg goed begrepen ook niet. ‘Het belang van Ernst’ wordt meestal beschouwd als een smakelijke klucht. Theatermakers Karst Woudstra (1947) en Oscar van Woensel (1971) denken daar anders over. Ze zien Wilde eerder als een sombere maatschappijcriticus.

TOEN DE JONGE schrijver en acteur Oscar van Woensel in 1995 An Ideal Husband van Oscar Wilde las, intrigeerde het stuk hem zonder dat hij precies wist waarom. ‘Ik dacht: er zit meer achter dan je in eerste instantie denkt. Het stuk lijkt oppervlakkig, maar het zit dieper. Toen wij er aan werkten ontdekten we dat het helemaal niet zo grappig is. Het is een somber stuk en Wilde is een sombere schrijver. Er zit een aanklacht in tegen de hypocrisie en een soort woede over hoe de maatschappij in elkaar zit. In het stuk wordt dat door Wilde vertaald in gesjoemel, gesjoemel in de politiek, maar ook in de onderlinge relaties.’ Samen met de andere vier spelers van theatergroep Dood Paard, allen afkomstig van de Arnhemse Toneelschool, en met regisseur Matthias de Koning maakte Van Woensel een drastische bewerking van het stuk. De toneelcritici reageerden woedend. Hein Janssen noemde de voorstelling in de Volkskrant 'niet meer dan lauwe pap’. Volgens hem was van het stuk niets te volgen en werd ook niet duidelijk waarom Dood Paard het zo graag wilde spelen. Hij miste in hun bewerking 'het hoogst amusante en scherpe beeld’ dat Wilde in zijn stuk schetst van de culturele en politieke society van Londen in zijn tijd. OSCAR VAN WOENSEL spreekt in dezelfde onafgemaakte, staccato zinnen die de meeste van de door hem geschreven teksten kenmerken. Hij zoekt naar woorden: 'Het voornaamste idee dat in die bewerking zat, voor zover ik het me herinner, was het verminken van de taal. En ik vermoed dat ons dat heel kwalijk is genomen in de recensies. Het staat immers haaks op wat je zou verwachten bij Oscar Wilde. Het is zo mooi geschreven, en tegen dat mooie zijn we heel erg ingegaan. We hebben dat heel erg lelijk gemaakt.’ Toch houdt Van Woensel vol dat ze hun bewerking met veel respect en liefde voor het stuk van Oscar Wilde hebben gemaakt: 'Onze voorstelling Ideal Husband zag er heel mooi uit, heel sjiek. Maar die taal… Naarmate het stuk vordert raken die men sen steeds meer in paniek, ze gedragen zich alsof alles is zoals vroeger, maar in onze bewerking kan op het laatst niemand meer praten, ze lijden allemaal aan afasie. Iedereen stottert en hapert. Men zegt vaak dat zo'n stuk van Oscar Wilde een well made play is, een geoliede machine. Wat wij voortdurend deden, en dat begon al met de bewerking, was zand in die machine gooien. Want bij een schrijver als Oscar Wilde moet je op een bepaald moment de achterkant van het stuk laten zien.’ Dat herkent toneelschrijver en toneelregisseur Karst Woudstra, die 25 jaar ouder is dan de jonge mensen van Dood Paard, volkomen. Hij regisseerde twee jaar geleden bij het Noord Nederlands Toneel Wildes meest beroemde komedie: The Importance of Being Earnest, door Gerrit Komrij vertaald als Het belang van Ernst. Karst Woudstra: 'Er gebeuren hele rare dingen in dat stuk. Sommige critici vinden dat het gewoon een leuk stuk is en dat het vooral heel grappig moet worden gespeeld. De dochter van Ank van der Moer, hoe heet zij nou, Annemarie Oster, die schreef zelfs in de Haagse Post als kritiek op mijn voorstelling dat dit een stuk is waar zelfs amateurs nog iets leuks van kunnen maken. Maar dat is helemaal niet waar. Het is een verschrikkelijk moeilijk stuk om te spelen. Hoe opgewondener de personages worden in de loop van het stuk, hoe raarder ze gaan praten. Ze gaan steeds vreemdere dingen zeggen en op het laatst laten ze bijna zien wat ze werkelijk willen zeggen.’ Marijn van der Jagt, die over Woudstra’s voorstelling van Het belang van Ernst in de Volkskrant schreef, zag in de twee jongemannen, Jack en Algernon, een gelijkenis met Oscar Wilde en zijn geliefde Alfred Douglas. Zij vroeg zich af of hun gedoe met twee opgedirkte poppetjes misschien bedoeld was als één grote maskerade om hun homoseksuele liefde te verbergen. Onder de oppervlakkige intrige van het stuk onthulde Karst Woudstra dus een heel ander verhaal. Of liever: hij wekte daarvan een vermoeden bij het publiek dat hij nergens duidelijk bevestigde. Heeft hij van het blijspel een drama gemaakt? Woudstra: 'Nee, ik heb het gewoon serieus genomen. Ik vind sowieso dat komedie spelen helemaal geen zin heeft als je het niet serieus neemt. Die twee jongens zijn inderdaad niet erg geïnteresseerd in die twee meisjes. Maar dat kan die meisjes helemaal niet schelen. Het zijn echte Engelse upper class-vrouwtjes en die willen maar al te graag een homoseksuele man omdat ze van hem nooit last zullen hebben. Dat zegt Lady Bracknell ook in het stuk: een goede echtgenoot zie je niet en hoor je niet, die blijft op z'n kamer. Wat hij daar doet is volkomen oninteressant. Zolang hij jou maar niet lastig valt. En zolang hij voor voldoende geld zorgt. Dat is het leuke aan het stuk. Die twee mannen proberen iets te verbergen - hun homoseksuele liefde - terwijl dat juist datgene is wat ze in de ogen van die vrouwen zo ideaal maakt.’ OSCAR WILDE is altijd heel belangrijk geweest voor Karst Woudstra. Toen hij eind jaren vijftig worstelde met z'n eigen homoseksualiteit was er voor hem geen ander voorbeeld dan Wilde. Hij had wel eens gehoord van andere beroemde homoseksuelen, zoals Tsjaikovski of Michelangelo, maar over hun seksuele leven was niets bekend. Over Wilde daarentegen kon hij van alles lezen, hij was een cultfiguur gewordenvan de homoseksuele beweging en op z'n zestiende had Karst levensgrote posters van hem aan z'n muur hangen. Toen hij in 1979 de dramaturgie deed bij de voorstelling die Ger Thijs bij Theater regisseerde van Het belang van Ernst - het was de afscheidsvoorstelling van Elise Homans die natuurlijk Lady Bracknell speelde - had Woudstra al veel over Wilde en het ontstaan van het stuk gelezen, en dat zette hij allemaal in het programmaboekje. Woudstra: 'Daarvoor kreeg ik ongenadig op m'n lazer van de recensenten. Ze vonden het verschrikkelijk! Hans van den Bergh was de ergste, hij is gepromoveerd op blijspelen en hij vond dat ik hem voor de rest van zijn leven het plezier in dat stuk had bedorven door wat ik allemaal in het programmaboekje had gezet. Het belang van Ernst is ontstaan in 1894/95, toen Wilde de hete adem van de justitie in z'n nek voelde. Hij wist dat hij een verschrikkelijke fout had gemaakt door een sigarettenkoker met z'n initialen cadeau te doen aan een hoerenjongen. Zo'n sigarettenkoker speelt ook een belangrijke rol in het stuk - daardoor komt alles uit. Dat heeft mij ontzettend geholpen om iets te begrijpen van de frenesie van het stuk en ook van de wensdroom die het bevat. Een schrijver kan in z'n toneelstuk een wens in vervulling doen gaan. Een hopeloze, levensbedreigende situatie kan hij toch gelukkig laten eindigen. Maar er zit onder dat stuk een wezenlijke angst en die angst bepaalt het tempo van het stuk. Bij de voorstelling van 1995 hebben we gezocht naar een zeer groteske aankleding. Een van de redenen waarom ik het stuk nog een keer wilde doen was om nu een scène te laten spelen die bijna altijd wordt geschrapt omdat zij te beangstigend is, gezien wat er met Wilde is gebeurd. In die scène treedt een deurwaarder op die een van de jongens bedreigt met Reading Goal, de gevangenis waar Wilde later zelf in terecht zal komen. Hij prijst die trouwens vrolijk aan als de allerbeste gevangenis van Engeland, waar je zelfs elke dag een half uur in de frisse lucht mag. Op zich is er niets origineels aan de typisch victoriaanse plot van het stuk over een vondeling die van goede afkomst blijkt te zijn. Wat leuk is dat is de krankzinnige manier waarop Wilde het verhaaltje gebruikt voor iets totaal anders, namelijk om zijn angsten af te reageren en zijn maatschappijkritiek te spuien. Vooral Lady Bracknell is een vlijmscherp portret van een wandelende catalogus van hoe je je dient te gedragen als je tot de Engelse upper class wilt behoren. De kritiek is heel venijnig, want Wilde hoorde daar zelf niet bij en hij zou er ook nooit toe behoren. Hij was een Ier, niet van adel en had ook niet zo verschrikkelijk veel geld. Maar door zijn esthetica, zijn manier van kleden en zijn kunst van het converseren had hij zich tot een levend kunstwerk gemaakt dat als attractie in elke sjieke salon werd binnengehaald. Zelf neigde hij meer tot het socialisme en tijdens zijn tournee naar Amerika in 1880 wilde hij alleen voor mijnwerkers en andere proletariërs optreden. Hij had een soort boodschap: dat je helemaal niet rijk hoefde te zijn om van je leven, van je kamer, van ieder gesprek iets moois te maken. In An Ideal Husband zit ook zo'n personage dat voortdurend bezig is met de schoonheid van zijn leven.’ Van Woensel: 'Ja, dat is Lord Goring. Die wandelt rond als een alter ego van Oscar Wilde zelf. Hij is een levensgenieter, een man die alles mooi vindt en ook vrij gemakkelijk alles regelt, zonder er echt over na te denken. Hij luistert naar alle mensen en zegt ze precies wat ze moeten doen om te bereiken wat ze willen. Ik denk dat Wilde van zichzelf ook zo'n mooi aangeklede pop heeft gemaakt, om voor zichzelf een plaats te veroveren in dat hoge milieu.’ Woudstra: 'Ja, een mooi aangeklede pop, met dat opvallende haar en die eeuwige bloem.’ Van Woensel: 'Maar daarmee houdt hij een hele hoop verborgen. Z'n somberheid, die houdt hij helemaal voor zichzelf, maar je voelt dat wel in die stukken. Die zijn helemaal niet zo vrolijk. Hij schetst een ontluisterend beeld van het ideale gezin, van de liefde en van hoe het staat met de eerlijkheid of de eer. Wat er in dat stuk over het huwelijk wordt gezegd, dat is stuitend.’ Woudstra: 'En wat er niet allemaal over die aandelenaffaire en het kapitalisme wordt gezegd in An Ideal Husband!’ Van Woensel: 'Toen we het stuk in België speelden, was net Willy Claes de laan uitgestuurd vanwege hetzelfde gezwendel als dat waar Oscar Wilde het over heeft. Wilde kritiseert het niet door te zeggen dat het slecht is. Hij laat het alleen maar zien. In uitvergrote vorm, hij tóónt de hypocrisie. Hij toont een vrouw die vindt dat een vrouw bij haar man hoort te zijn om te koken en hem lief te hebben en verder niks. Dat hebben we in onze voorstelling van het stuk ook geprobeerd.’ Woudstra: 'Oscar Wilde had zo'n fantastisch oor voor de waanzin van het soort teksten dat de Engelse upper class nog steeds te berde brengt. Je ziet dat ook in allerlei Engelse televisieseries, zoals Keeping up Appaerances, die worden hier ook door veel mensen ontzettend grappig gevonden. Je kunt Wildes manier om die mensen belachelijk te maken nog steeds gebruiken. Ik stel me voor dat de Engelse koninklijke familie ook zo krankzinnig blijft praten wanneer ze horen dat prinses Diana een ongeluk heeft gehad.’ VAN WOENSEL: 'Wat wij hebben geprobeerd is een totale omdraaiing. Dat is bij Oscar Wilde haast noodzakelijk, denk ik. Je moet die andere kant van hem laten zien, datgene wat erachter zit. Hij laat dat niet zien in zijn stukken dus moet je het op een andere manier naar voren halen. Dat hebben wij gedaan door het afbreken van de taal. We werden ervan beschuldigd dat we het stuk hadden verminkt, maar volgens mij hebben we juist laten zien wat erin zit.’ Woudstra: 'Daar heb je gelijk in. De belangrijkste zin die Oscar Wilde in z'n leven heeft bedacht is: Each man kills the thing he loves. Dat is puntig geformuleerd, maar het is ook behoorlijk somber. Elke man vernietigt datgene waar hij het meeste van houdt, hij kan niet anders, hij is een doder, en hoe groter zijn liefde is, des te groter zijn haat tegen het object van zijn liefde. Dat is het element dat Jean Genet heeft uitvergroot. Oscar Wilde is in Frankrijk beroemd geworden. In Engeland was hij tot in de jaren dertig verboden en om hem terug te krijgen moesten ze hem op het toneel onschuldiger voorstellen dan hij was: een tippelende malloot die vrolijke toneelstukjes had geschreven, zoals ook Annemarie Oster vindt, te onnozel voor woorden. Als je een stuk van Wilde alleen maar grappig brengt, dan zitten al die zinnen in de weg, die zou je allemaal moeten schrappen en dan blijft er niets over. Dat is het grote probleem. Maar Oscar Wilde is een veel groter en belangrijker auteur. Vandaar dat ik zo ontzettend blij was met de voorstelling in het Holland Festival die het Düsseldorfer Schauspielhaus onder regie van Einar Schleef gaf van Wildes Salome. Daarin is het een vrouw, Salome, die degene van wie zij houdt, Johannes de Doper, om het leven laat brengen. Schleef laat zien dat bij de profeet en diens afwijzen van Salome de weerzin van het christendom tegen de seksualiteit begint. Daarmee toont Schleef aan dat het een ernstig, gevaarlijk stuk is. Dat doet hij met behoorlijk zware middelen.’ Van Woensel: 'Je moet het eruit zien te halen op de een of andere manier. Dat maakt het tot zulke geniale stukken.’ Woudstra: 'Wilde heeft het over dingen waar je het niet hardop over kunt hebben. Het was ondenkbaar dat hij een stuk zou schrijven over een homoseksueel of over iemand met een duistere homoseksuele achtergrond. Dan was het ook niet interessant geweest. Nu is het veel breder. Je zou kunnen zeggen dat Wilde zelf zijn straf heeft opgezocht, maar dat is nu juist iets wat alle grote kunstenaars eigen is, dat ze te ver gaan. Daarom zijn Molière, Shakespeare, Strindberg, Ibsen, Marlowe voorgangers, ze gingen te ver, omdat ze de grenzen opzochten. Als je dat niet doet, ben je ook niet interessant en word je vergeten. De grens kun je alleen maar opzoeken door er overheen te gaan. Misschien is in Nederland de houding tegenover homoseksualiteit veranderd, maar daarmee is het existentiële probleem niet verdwenen. Een homoseksueel mag wel iets hebben met een andere homoseksueel, maar als hij verliefd wordt op een heteroseksuele man, kan hij nog steeds een klap op z'n bek krijgen. De geheime kracht van de stukken van Oscar Wilde is dat ze gaan over lijden aan de samenleving. En zolang er een samenleving is blijven die stukken interessant.’ Van Woensel: 'Het is een lijden met een glimlach. Net als Lord Goring in dat stuk deed ook Wilde overal vrolijk aan mee. Wilde noemt Nietzsche “de Duitse pessimist”, maar ze hebben het over precies hetzelfde. Wilde was net zomin een vrolijke flierefluiter als Nietzsche.’ Woudstra: 'Ze hebben ook het gebruik van de paradox gemeen. Ik denk dat Wilde heel dicht in de buurt komt van Nietzsches Übermensch. De esthetica als enige vorm om nog plezier te hebben aan het lijden. Homoseksualiteit is in Engeland zo bedreigend omdat het de enige manier is om de rigide klassegrenzen te doorbreken. Huwelijken worden alleen binnen de eigen klasse gesloten. Maar een Lord kan best in bed liggen met z'n eigen stalknecht. Het puritanisme is nog steeds het grote probleem in Engeland. Over seksualiteit kan nog altijd niet gesproken worden. Denk maar aan die politicus die een hoerenjongen wilde oppikken in een park en nog drie dagen lang nadat hij was betrapt bleef volhouden dat hij hem alleen maar te eten wilde vragen. En hij werd nog geloofd ook! Wilde was een schrijver met een groot talent die zo leed onder de samenleving waarin hij leefde, dat wat hij schreef een algemene geldigheid heeft gekregen als het gaat om wetten en regels die ons beperken in onze mogelijkheden onszelf te vinden.’ Van Woensel: 'Het gaat niet alleen over homoseksualiteit, maar over hypocrisie en corruptie. Seksualiteit is daar één ding van.’ Woudstra: 'Een groot schrijver slaagt erin de beperkingen waaraan hij onderhevig is om te draaien. In een tolerant land ontstaat geen grote kunst. Wel in het tsaristische Rusland of in het Frankrijk van Louis XIV. Als een groot kunstenaar lijdt onder een samenleving die hem in zijn vrijheid beperkt, kan hij tot een groot schrijver uitgroeien. Zoals Molière en Wilde.’