Osewoudt zoekt dorbeck

Jocelyn Brooke, Het teken van een getrokken zwaard. Vertaling Martha Heese. Nawoord Hans W. Bakx. Uitgeverij Coppens & Frenks, 185 blz., f47,90.
Hij heet Raynard Langrish. Voor- en achternaam wortelen in het landelijke Kent. Eeuwenlang waren de Langrishes landeigenaar, maar sinds twee generaties is daar de klad in gekomen en is de familie uit elkaar gevallen. Dat Zuidengelse landschap speelt een wonderlijke rol in Het teken van een getrokken zwaard (1950) van de mij volslagen onbekende Jocelyn Brooke (1908-1966).

Hoewel Raynard Langrish de omgeving van zijn moederlijk huis op zijn duimpje kent, verdwaalt hij soms. Alles lijkt te verschuiven, in te krimpen of uit te dijen. Hetzelfde gebeurt met de tijd, waardoor Brookes roman een surrealistische ondertoon krijgt. Deze ruimtelijke en temporele verrassingen laten hun sporen na in de wankelmoedige geest van bankemploye en ex-dienstplichtige die bij zijn stokdove moeder woont. De ogenschijnlijk toevallige ontmoeting met legerkapitein Roy Archer verandert Raynard Langrishes kleinburgerlijke bestaan. Archer wordt zijn houvast, zijn mannelijke alter-ego die doortastend te werk gaat en hem uitnodigt, of listig verleidt, weer dienst te nemen nu de ‘noodtoestand’ is afgekondigd. Door Archer lijkt zijn geestelijk evenwicht terug te keren.
In een paranoide, soms surrealistische sfeer van koude oorlog en gewapende vrede trommelt Archer hem op voor atletiekoefeningen en een bokswedstrijd, alles ter voorbereiding van het dienstnemen. Raynard gehoorzaamt als een slaapwandelaar. Zich melden voor militaire dienst is geen bewuste daad maar 'een duistere, onberedeneerde dwang’.
De zin ’ “Ben je daar eindelijk, ik zat op je te wachten”, riep Roy’ deed mij denken aan een Nederlandse roman met een vergelijkbare verhouding tussen twee mannen in oorlogstijd: De donkere kamer van Damokles. Osewoudt wordt steeds afhankelijker van Dorbeck. Maar gaandeweg Hermans’ roman vraagt de lezer zich steeds vaker af of Dorbeck wel bestaat. Is hij een projectie van Osewoudt, zijn betere ik, zijn held? Hetzelfde gebeurt in Het teken van een getrokken zwaard. Is Archer verzonnen door Langrish? Hallucineert hij? Of zijn er wellicht twee Roy Archers? Bevreemdend is dat de mensen uit zijn omgeving, onder wie zijn moeder, zich Archer al snel niet meer herinneren. Raynard Langrish gaat twijfelen aan zijn waarnemingsvermogen. 'Hij had ook het onbegrijpelijke gevoel dat het verstrijken van de tijd op een bepaalde manier verstoord was: het leek wel of er maanden, bijna jaren, verstreken waren sinds hij de schuilplaats was binnengegaan.’ Het verleden schuift als het ware in elkaar en gebeurtenissen van kort geleden kan hij niet meer plaatsen.
Het landschap blijkt ook verraderlijk. Wegen lopen ineens anders, tentenkampen verdwijnen, tunnels verschijnen. Een samenzwering? 'Elk woord dat je zei werd anders geinterpreteerd dan je bedoelde, alsof er gesproken werd in een of andere code waarvan je de sleutel niet had; of het was alsof je je in een grot bevond waar je stem maar bleef terugkaatsen, met telkens dezelfde, onveranderlijke echo.’
Uiteindelijk neemt Raynard Langrish geen dienst maar wordt hij onder de wapenen gedwongen. Er volgt een reeks vernederingen die hij overleeft. Hoogtepunt in Het teken van een getrokken zwaard - waarin Brooke helaas te veel in herhaling valt en de lezer wel heel nadrukkelijk bij de les houdt - is de vlucht uit het militaire kamp terug naar het huis van de moeder. Brooke geeft een prachtige beschrijving van het huis, dat al jaren onbewoond lijkt. Alles en iedereen raakt in nevelen gehuld, is vervaagd tot een 'droomachtige onwezenlijkheid’. Hans Bakx schrijft in zijn informatieve nawoord dat het slot van het boek op 'zelfvernietiging’ van Raynard Langrish neerkomt. Misschien is zelfvervulling een betere omschrijving, zoals Bakx ook zelf suggereert in zijn laatste zin. Na Langrish’ beslissende daad versmelten verleden en heden 'in het levende ogenblik’. Eindelijk weet hij wat hij moet doen.