OSS

Er is zo ontzettend veel hedendaagse kunst. Hedendaagse kunst kan me soms intens vervelen. Vermoeidheid en moedeloosheid overvallen me dan: weer iets nieuws, weer iets van ’t zelfde. Onlangs werd de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek ingesteld. Bestemd voor critici jonger dan 35. Dezelfde raadselachtige leeftijdsgrens als bij zoveel andere prijzen op kunstgebied. Jong betekent naast ‘jong van jaren’ ook ‘open van geest’ en ‘pas bezig’, dacht ik. En hadden we niet afgesproken dat in de kunst letterlijkheid een doodzonde was? Ik heb me voorgenomen het komende jaar alleen naar tentoonstellingen te gaan van/met kunstenaars ouder dan vijftig.
Bijvoorbeeld naar het Museum Jan Cunen in Oss, dat een prachtige verzameling negentiende-eeuwse schilderijen bezit. Die collectie wordt binnenkort voor het eerst in haar geheel getoond. Twee maanden lang, van eind september tot eind november. Waar ik me ook op verheug: de foto’s, objecten, boeken, collages et cetera van Luuk Wilmering (1956) in De Pont in Tilburg. Van midden januari tot midden maart volgend jaar.
Verder: het recente werk van de New Yorkse schilder Mike Glier (1953). Ik zag van hem onlangs in het Massachusetts Museum of Contemporary Art twee opwindende series (quasi-)abstract-expressionistische landschapsschilderijen. Heel verrassend: ik kende hem alleen van sociaal/politiek angehaucht figuratief werk. Abstract-expressionistisch én relevant voor deze tijd, kan dat? Ja, dat kan dus. Ik moet nog uitvinden of hij ergens in nabij-Europa getoond wordt.
Ik moest aan Glier denken, en aan hedendaagse kunst in het algemeen, en aan mezelf natuurlijk in relatie tot die hedendaagse kunst, toen ik in Awee Prins’ Heidegger-studie Uit verveling las: ‘Wij zijn voortdurend op de vlucht voor de verveling en op zoek naar “het interessante”. Maar juist in deze verstrooiende vlucht naar “het interessante” blijft het inter-esse – het werkelijk “zijn te midden van het zijnde” – uit.’
Ik moest in dit verband ook denken aan Renzo Martens (jonger dan vijftig, maar hij mag de uitzondering zijn). In het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam is van 16 november tot 4 januari een overzicht te zien van de films die hij maakte in Congo en Tsjetsjenië. Daar kijk ik naar uit, maar ik verheug me er niet op. Martens confronteert je op pijnlijke wijze met (onder meer) de zelfbetrokkenheid van veel hedendaagse kunst en hedendaagse kunstenaars. En met de rol die je als kunstconsument hebt: die van medeplichtige.

INFO:
Prijs voor de Jonge Kunstkritiek

Museum Jan Cunen in Oss
De Pont
Luuk Wilmering
Stedelijk Museum Bureau Amsterdam