‘De geschiedenis zal mij vrijpleiten.’ Aldus de zinsnede die Otelo Nuno Romão Saraiva de Carvalho regelmatig uitsprak tijdens het proces dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw tegen hem werd gevoerd. We zijn nu ruim 35 jaar verder, de man is zojuist gestorven maar gezien de honderden necrologieën die afgelopen weken over hem verschenen, aarzelt ‘de geschiedenis’ nog altijd. Voor andere zaken met betrekking tot deze voorman van de Portugese Anjerrevolutie geldt dat niet. Want alle necrologieën beklemtonen dat Saraiva de Carvalho een buitengewoon kleurrijk leven had, van grote betekenis was, onvermoeibaar, gedurfd, levenslustig, en voorop: een symbool van de twintigste-eeuwse vrijheidsstrijd van zowel de westerse als de koloniale bevolking.

Vooral dit laatste – de band van de man, die veelal kortweg Otelo wordt genoemd, met de wereld overzee – is een opmerkelijk element. Zo werd hij geboren in een van de Portugese koloniën in Afrika: Mozambique, augustus 1936. Dat gebeurde een paar jaar nadat Salazar in Portugal een autoritair regime had gevestigd, vergelijkbaar met dat van Franco in buurland Spanje. Otelo’s vader werkte voor dat regime, zij het in een vrij onbetekenende, ambtelijke functie. Net als Franco behield Salazar na de Tweede Wereldoorlog de macht, met als gevolg dat ook de zoon door het regime ingeschakeld werd. Daartoe volgde Otelo een officiersopleiding in Lissabon en werd uitgezonden naar twee Portugese koloniën: Angola en Guinee-Bissau. Dat gebeurde precies in de jaren dat de laatste grote koloniale vrijheidsstrijd losbarstte, de jaren zestig dus. Ook Otelo werd daardoor gegrepen; hij bleef Salazar weliswaar trouw (er zijn beelden van zijn tranen aan ’s mans doodskist, 1970) maar koos onder diens opvolger toch een radicaal andere richting. Vanaf dat moment ontwikkelde hij zich in korte tijd tot een van de voormannen van de zogenoemde Movimento dos Capitães, de ‘kapiteinsbeweging’, een organisatie van lagere officieren in het Portugese leger.

Het was deze organisatie die aan de basis lag van de ‘partij’ die verantwoordelijk was voor de belangrijkste ommekeer in de moderne Portugese geschiedenis: de illegale en revolutionaire politieke Movimento das Forças Armadas, mfa. De meeste van de officieren in die kapiteinsbeweging c.q. mfa hadden net als Otelo in ondergeschikte posities in de koloniën gevochten en ingezien dat er nieuwe tijden aangebroken waren. Hun grote voorbeeld was de laatste man onder wie Otelo in Guinee-Bissau diende: generaal Antonio Spinola. Deze bekleedde begin jaren zeventig een belangrijke functie in de Portugese regering maar werd ontslagen toen bleek dat ook hij anders dacht over de koloniale toekomst van het land. Zijn ideeën maakte Spinola in 1974 openbaar in het boek Portugal e o futuro (‘Portugal en de toekomst’). De belangrijkste stelling hiervan was dat Portugal alleen toekomst had nadat de koloniën vrijgemaakt zouden zijn. Het maakte Spinola kortstondig tot een politieke spil in de vrijheidsstrijd die precies op dat moment, april 1974, ook in het moederland losbarstte.

In deze Anjerrevolutie speelde Otelo de hoofdrol, hij werd het gezicht van de bloedeloze (vandaar Anjer-, naar de bloemen die zogezegd in de geweren gestoken zouden zijn) revolutie. Hij zat achter de knoppen van de radio waar vandaan de gebeurtenissen werden geregisseerd en werd de hoogste man van het militair commando dat er na de val van het oude regime voor moest zorgen dat de veranderingen ook daadwerkelijk werden doorgezet. Eenmaal zover maakte Otelo razendsnel carrière, werd bevorderd tot generaal, bezocht de man die internationaal model stond voor het type revolutie dat mensen als hij voorstonden (Fidel Castro) en maakte kortstondig zelfs deel uit van het driemanschap dat Portugal bestuurde.

Even maakte hij deel uit van het driemanschap dat Portugal bestuurde

Lang duurde dit allemaal niet. Kort na zijn bezoek aan Fidel probeerde Otelo, die het allemaal niet snel en niet ver genoeg vond gaan, nog een stap verder te zetten, werd gefrustreerd, gearresteerd en zelfs drie maanden gevangen gezet. Dat gebeurde in 1975. Vervolgens ging hij nog tweemaal, in 1976 en 1980, op voor de presidentsverkiezingen maar verloor beide keren, de tweede keer zwaar. Daarmee was zijn rol uitgespeeld.

Maar dat is niet het pijnlijkste. Pijnlijk vooral was dat hij in 1984 gearresteerd werd op verdenking van banden met, ja zelfs leiderschap van, een terroristische groepering die verantwoordelijk werd gehouden voor aanslagen, berovingen en dertien doden, de Forças Populares 25 de Abril (25 april is de datum van de Anjerrevolutie). Otelo ontkende elke betrokkenheid en bleef die ook ontkennen maar werd in 1985 niettemin veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

Vervolgens restte hem slechts naspel: herinnering, memoires, publicitair optreden, publicaties, films en, zelfs dat, een erotische clip met de jonge Engels-Portugese actrice Julie Sergeant voor een programma met de titel Sex Appeal. Die clip, raar maar waar, werd opgenomen ter herdenking van de Anjerrevolutie.

Het is niet het enige detail uit het kleurrijke leven van Otelo. Een ander detail is dat hij in de gevangenis een relatie kreeg met een van zijn bewaaksters, er vanaf dat moment twee vrouwen op nahield en regelmatig met beiden tegelijk te zien was. Vandaar dat hij in necrologieën steeds weer bigamist wordt genoemd. Formeel klopt dat niet: hij trouwde niet met zijn vriendin.

Het zijn slechts twee uit vele anekdotes. Belangrijk zijn ze niet. Belangrijk is wel het eerder genoemde, unieke feit dat in Portugal koloniale en nationale vrijheidsstrijd onlosmakelijk verbonden zijn en dat deze verbondenheid zich fraai weerspiegelt in het leven van één man: Otelo. Dat deze in eigen land vervolgens tot op de dag van vandaag door velen verketterd werd is eenvoudig te begrijpen.