Oud denken

In een vorig leven zou ik me druk hebben gemaakt over het feit dat er geen vrouwelijke schrijvers genomineerd zijn voor de Libris Literatuur Prijs. Geen Vonne van der Meer, Hedda Martens, Yolanda Entius, Hanna Bervoets of Maartje Wortel op de lijst. Schreven in 2011 allemaal betere romans dan - pak ‘m beet - Jeroen Brouwers. Staan overigens ook niet op de shortlist van De Gouden Uil. Geen enkele vrouw, ook daar. Wel weer dat kitschboek van Jeroen Brouwers. Ik haal m'n schouders erover op. Je hebt boeken en je hebt jury’s.

Ik werd gevraagd om commentaar. Nee hoor, geen commentaar, vraag Gerrit Komrij maar om commentaar, geen zin. Het is allemaal een kwestie van smaak, toeval, pech, oogkleppen.

Waarover ik me vroeger ook druk had gemaakt was als Nico Dijkshoorn zogenaamd grappig uit ging pakken over Madonna, alsof die zijn oma had kunnen zijn. En hoe oud was-ie zelf ook alweer? Met z’n gitaar. Morsige vent, type omhooggevallen sukkel met vervelende maniertjes, ik weet niet wat hem bezielt en ik hoef het niet te weten ook. Ik zou me ook nog eens kapot hebben geërgerd aan de dienstdoende tafeldame in hetzelfde tv-programma die alleen maar dociel en parelend bleef lachen, in plaats van hem te castreren met haar blik.

Nog een pijnpuntje van afgelopen week dat ik in mijn huidige bestaan helemaal sereen aan me voorbij kon laten gaan: het decolleté dat Heleen Mees tentoonspreidde toen ze te gast was bij Pauw & Witteman. Ik weet niet meer waarom ze daar zat, vroeg me alleen maar af wat ze met die borsten wilde behalve ze in het gezicht duwen van Bram Moszkowicz, maar ik vroeg het me niet af op een kwaaie manier. Ik kon de borsten daar laten waar ze hoorden, het waren tenslotte de mijne niet.

Wat ook helemaal niks meer met mij te maken had: het nieuwtje dat de columns én de boeken van Sylvia Witteman verfilmd gaan worden. Good for her, gelukkig hoef ik mijn eigen succes nooit meer af te meten aan die van willekeurig welke andere vrouw en gun ik iedere andere vrouw het volle licht in de ogen. Ditzelfde geldt voor Saskia Noort.

Saskia Noort heeft niets met jou te maken. Madonna heeft niets met jou te maken. Ook Heleen van Royen: niks met mij te maken. Ik zeg het wel eens hardop tegen mezelf, want dit zijn taaie processen.

Tijd om lekker te gaan lachen. Theo Maassen is in topvorm, zegt mijn zus. Die heeft toen ze naar zijn laatste show ging van het begin af aan ‘gegierd’. Ik zat in Carré naast een vrouw die ook de hele tijd aan het gieren was. Maar ook zo’n drie pakjes per dag wegpafte, schat ik zo. Bovendien vond ze Theo eigenlijk te grof. Dus ze gierde, maar tegelijkertijd wilde ze laten horen dat ze diep van binnen geschokt was. Kindermisbruik, de anus van Najib Amhali, de matras van Eindhoven, poepsporen achter de eikel, Linda de Mol met haar kut als een partytent… Wohohohohoho. Het is een armzalige poging om dat veelkantige geluid naast me weer te geven. Ondertussen leidde het me behoorlijk af van een toch al tamelijk saai gebeuren. Theo had al zijn grappen van tevoren bedacht en was ook niet meer echt van de wijs te brengen. In een Borat-achtige monoloog zweepte hij de zaal op tot een collectief fascisme, althans: dat was het idee. Maar toen er van ergens uit de nok een hoog giechelend ‘ik niet hoor’ klonk toen hij net had gezegd dat wij tot de culturele elite van Nederland behoorden, vertrok hij geen spier maar ging gewoon door met zijn lesje.

Dat had – pak ’m beet – Freek toch anders opgelost.

De man die de kaart moet trekken, zei mijn zus, dat was Fred.

Fred is mijn zwager.

En ja, er was weer een man die de kaart moest trekken. Gerard heette hij, maar hij had ook Fred kunnen heten.

De show eindigde met Theo die een verhaal vertelt over zijn dochtertje. Sowieso vormde zijn huiselijke situatie een rode draad. Vreemd genoeg vond ik er op het moment weinig aan, maar moest ik om sommige dingen met terugwerkende kracht lachen.

Hielp hij een oud vrouwtje naar de overkant, bleek het zijn vriendin te zijn.

Wohohohohohohoho.

Was het toch die vrouw naast me die ter plekke de boel voor me verpestte?

In een vorig leven had ik gedacht aan hoe Coot van Doesburgh onlangs in een interview het type humor van Theo Maassen en Hans Teeuwen had gekenschetst: ‘Het is allemaal van: kijk eens wat ik allemaal durf te zeggen en daarmee zó niet-grappig. Typisch negatieve heteromannenhumor.’ Maar ik dacht niet meer in mannen en vrouwen. Ik keek gewoon naar Theo Maassen die als klapstuk van de avond met zijn rug naar het publiek stond. Hij boog zich voorover en trok zijn billen uit elkaar. Hij ging ons zijn poepgaatje laten zien. De vrouw naast me had het niet meer. Terwijl hij er toch gewoon zijn broek bij aanhield.