Wie is de baas in Rusland?

Oud geld en nieuwe ambities in het Kremlin

Wie is de baas in Rusland? De naar rijkdom smachtende entourage van president Poetin of het bedrijfsleven dat onder diens voorganger Jeltsin de kas heeft mogen spekken? Winnaars staan nog niet vast.

MOSKOU — Fjodor Koezmin kijkt niet meer naar het Westen als lichtend voorbeeld. Terwijl de obers in een flonkerend restaurant aan de Koetoezov-boulevard om ons heen draaien met wijn en fois gras, zegt Koezmin onverhoeds over president Poetin: «Vladimir Vladimirovitsj heeft zijn taak vervuld. Hij kan nu wel gaan. Wel jammer dat de communisten geen goede leider hebben, want hun ideeën zijn niet slecht.»

Een verbazingwekkende bekentenis? Nee. Koezmin vertolkt een bredere onvrede over de Russische president. Poetin levert namelijk niet genoeg. Ook nu de communisten geen bedreiging meer zijn, past hij nog te veel op de winkel. In het gevecht tussen de Russische justitie en het olieconcern Joekos kristalliseert dit sluimerende conflict zich nu in het openbaar uit. Buiten Rusland is de aandacht daarvoor beperkt tot maximaal zeshonderd woorden, hoewel de gevolgen niet zijn te overzien.

Fjodor Koezmin, een zakenman van middelbare leeftijd uit de provincie die begin jaren negentig in Moskou zijn geluk is gaan beproeven, was drie jaar geleden een twijfel loze pleitbezorger van de president en geharnast tegenstander van de communistische partij. Het quasi-bankroet van Rusland in 1998 — toen de olieprijs op een dieptepunt stond, de regering van president Jeltsin haar schulden in binnen- en buitenland niet meer kon aflossen en de roebelkoers in elkaar klapte — had Koezmin veel geld gekost.

In maart 2000 ging hij goedgemutst naar de stembus. De economische beloftes van Poetin oogden redelijk. De privatiseringen van medio jaren negentig, toen enkele tientallen «oligarchen» zich voor een appel en een ei meester wisten te maken van de belangrijkste bodemschatten en zodoende hun entree maakten op de hitparades van de rijkste mannen ter wereld, zouden niet met terugwerkende kracht ongedaan worden gemaakt. De «status-quo» van dat moment stond buiten kijf. In ruil daarvoor zouden de nieuwe superrijken zich voortaan niet meer met de politiek bemoeien en zich aanpassen aan de «dictatuur van de wet» die de nieuwe president voor ogen had. Kortom, zand over het duistere verleden van de «roofbaronnen», voorwaarts naar een burgerlijk en legalistisch kapitalisme met gelijke kansen.

Theorie en praktijk van deze status-quo kunnen Koezmin nu echter niet meer bevredigen. De oligarchen hebben hun imperia in eigen land en over de grenzen verder kunnen uitbouwen. Hij is intussen niet verder gekomen dan doormodderen. Sterker nog, terwijl Poetin op het hoogste niveau het alleen heeft aangedurfd om de politiek actieve oligarchen Boris Berezovski (peetvader van Jeltsin en diens dochter Tatjana) en Vladimir Goessinski (eigenaar van de «onafhankelijke» televisiezender NTV en andere mediaconcerns) in ballingschap te jagen, heeft Koezmin afgelopen jaren politie en justitie op zijn dak gehad. Hij beperkt zich tegenwoordig daarom tot advieswerk, zodat hij nergens zijn eigen handtekening hoeft te zetten. Het woord dak is in dit verband goed gekozen. Want «dak» is in het Russisch een ander woord voor «protectie» bij al dan niet gewapende autoriteiten. Wie een «dak» heeft bij een der organen kan rustiger slapen.

Fjodor Koezmin is geen belangrijke zakenman. Maar hij staat niet alleen in zijn wrokkigheid. In en rond het Kremlin zijn veel machtiger lieden op zoek naar materiële bevrediging. Ze zijn ten dele afkomstig uit de geheime dienst FSB respectievelijk Sint-Petersburg, achterban én thuisbasis van president Poetin. Met de presidentsverkiezingen van maart 2004 in aantocht willen deze «tsjekisten», zoals ze in Rusland worden genoemd in een verwijzing naar de Tsjeka (de eerste KGB), hun deel eindelijk veiligstellen. Voor het «wilde kapitalisme» tijdens Jeltsin waren ze te laat. Net nu zij aan de beurt zijn, nemen de toen wel profiterende oligarchen afscheid van hun zakenverleden met westerse woorden als «transparantie» en «corporate governance». Als zij het voortouw houden, zit een «herverdeling» er niet meer in. Dat is een akelig perspectief. Iedereen weet namelijk dat de laatste fase van de privatisering, die in 2008 haar finale beslag moet krijgen met de verkoop van de circussen in het land, in dat geval niet zal verlopen volgens de Wet van Berezovski. Deze oligarch heeft medio jaren negentig de privatisering in drie etappes opgedeeld: eerst privatisering der winsten, vervolgens privatisering van de eigendommen en dan pas privatisering der schulden. Die laatste fase is uiteraard het minst aantrekkelijk.

Met name het olieconcern Joekos van Michail Chodorkovsky, lieveling van de westerse investeerders, is de «tsjekisten» een doorn in het oog. Chodorkovsky is hun «dak» ontstegen, hij is te groot geworden voor de staat. Joekos is dit voorjaar met een marktwaarde van bijna dertig miljard dollar het eerste olieconcern van Rusland. Op dinsdag 22 april, nota bene de 133ste verjaardag van Lenin, kondigt Joekos aan te fuseren met Sibneft, met een marktwaarde van ongeveer twaalf miljard de vierde. Samen passeren ze het semi-staatsgasbedrijf Gazprom nipt en rukken op naar de zevende plaats op de wereldranglijst van beursgenoteerde energieboeren. Dat is mooi. Aardiger is dat Joekos de belegger waar voor zijn geld biedt. De nominale winst mag weinig naam hebben, maar als percentage van inkomsten en activa staat Joekos op de eerste plaats van de ranglijst van het betrouwbare Amerikaanse zakenblad Fortune. Ter vergelijking: Exxon/Mobil moet genoegen nemen met een vijfde plaats. Nog belangrijker is dat Joekos/Sibneft met 2,3 miljoen vaten olie per dag de vierde olieproducent ter wereld kan worden: na Exxon/Mobil, Koninklijke/

Shell Groep en British Petroleum, dat eerder in 2003 een alliantie is aangegaan met het Russische TNK uit Tjoemen.

Maar het allerbelangrijkst is dat Chodorkovsky zich politieke uitspraken veroorlooft. Eind 2001 had hij zich al verzet tegen de productiebeperkende maatregelen die de Opec, waarvan Rusland overigens geen lid is, van Moskou had geëist om de olieprijs wat op te drijven. Begin 2003 is hij een stap verder gegaan. Het Kremlin moest zich niet verzetten tegen de oorlog om Irak, aldus Chodorkovsky, die in tegenstelling tot menig collega geen belangen in Irak heeft omdat hij gokt op expansie naar het Westen.

Ongeveer drie weken na de aangekondigde fusie concipieert Igor Setsjin in het Kremlin zijn eerste antwoord op deze provocaties. Setsjin is als adjunct-chef van het presidentiële apparaat verantwoordelijk voor «nationale strategie» en wordt door het serieuze weekblad Vlast (macht) omschreven als de «informele leider van de NV FSB» die de belangen behartigt van de tsjekisten uit Sint-Petersburg. Samen met een «politicotechnoloog» (een veredelde spindoctor) die werkzaam is voor het staatsoliebedrijf Rosneft zet hij zich aan een rapport voor Poetin. «In Rusland wordt een oligarchische staatsgreep voor bereid», schrijft Setjsin volgens Vlast. Hij onderscheidt twee soorten oligarchen: gevaarlijke en ongevaarlijke. De eerste categorie (onder anderen Chodorkovsky) is uit op politieke invloed in de nieuwe Staatsdoema, de volksvertegenwoordiging die op 14 december wordt gekozen, zodat Poetin na zijn herverkiezing in maart niet meer ongestoord kan regeren.

Het gaat deze groep niet om de president — wie dat wordt, staat vast — maar om de vraag wie hem in 2008 opvolgt. Mogelijk is dat volgens het Weekblad (een tijdschrift dat zich door Newsweek laat inspireren en dus wat slagen om de arm houdt) één van de redenen waarom de «Petersburgse tsjekisten» dit voorjaar Chodorkovsky een aanbod doen dat hij niet kan weigeren. Joekos moet een aantal «projecten» voor de parlementsverkiezingen financieren, bijvoorbeeld de campagne van de chauvinistische Volkspartij. In Rusland zet de macht vaak «achtergrond»-partijtjes in de markt (dat heet «verkiezingstechnologie») om bij de echte oppositie verwarring te zaaien en stemmen weg te kapen.

Nikkelkoning Vladimir Potanin is dat jaren geleden ook gevraagd. Hij trok toen 140 miljoen uit zijn zak. Chodorkosvky daarentegen weigert, aldus bronnen van zowel het Weekblad als de onafhankelijke Novaja Gazeta. Dat is een vorm van hoogmoed. Bovendien valt er volgens Setsjin ook nog wel iets te zeggen over de diepgang van hun Russische patriottisme. Vlast citeert letterlijk: «Opmerkelijk is dat hun gezinnen buiten de grenzen van Rusland wonen en hun erfgenamen in den vreemde hun opleiding genieten. Veel wijst erop dat de meerderheid van de oligarchen niet persoonlijk noch in gezinsverband banden heeft met de belangen van Rusland als geopolitieke en etnoculturele essentie.» Hier steekt een klassiek jaloers, om niet te zeggen antisemitisch, sentiment de kop op. Een maand later kan dat al worden uitgebuit als grootaandeelhouder Roman Abramovitsj van Sibneft niet de vaderlandse trots Spartak Moskou koopt maar de Londense voetbalclub Chelsea.

Het wachten is alleen nog op objectievere redenen. Dat is geen probleem. De bureauladen van justitie, FSB en Belastinginspectie liggen vol met compromitterend materiaal tegen wie dan ook. Tijdens de regering van Jeltsin was het tuig aan de macht. En dat tuig weet zo niet alles dan toch heel veel van elkaar.

Er duikt in juli eerst een dossier op over de privatisering van een kunstmestbedrijf in 1994, waarbij Chodorkovsky een vijfde van de aandelen schielijk heeft ontvreemd. Een oneffenheid is dat het jaartal ruim buiten de in 2000 afgekondigde «dictatuur van de wet» valt. Staatsonderneming Rosneft levert het volgende motief door bij de procureur-generaal langs te gaan met de klacht dat Joekos haar negentien procent van de aandelen van een olie- en gasbedrijf aan de rivier Jenisei heeft ontstolen. Een volksvertegenwoordiger doet er een schepje bovenop met een aangifte dat Joekos in 2002 voor twee miljard dollar belasting heeft ontdoken, kortom, na de status-quo en wel onderworpen aan de nieuwe burgermoraal.

De justitiële colonne komt in beweging en is niet meer te stuiten. De tweede man van Joekos wordt van zijn ziekbed gelicht en opgesloten in de Lefortovo-gevangenis. Chodorkovsky wordt ontboden voor verhoor. Zijn hoofdkantoor wordt een nacht lang ondersteboven gekeerd bij een zoektocht naar belastend materiaal. En op vrijdag 18 juli maakt de procureur-generaal ook nog eens bekend dat er strafrechtelijk onderzoek wordt gedaan naar een aantal moorden op gezagsdragers ongeveer vijf jaar geleden, waarin Joekos de hand moet hebben gehad. Het concern op zijn beurt heeft intern de noodtoestand afgekondigd. Achter elke topman staat een schaduwmanager die hem kan vervangen als de oorlog escaleert.

Het scenario lijkt verdraaid veel op de verkiezingscampagne van 1996. Aan de vooravond van zijn tweede ambtstermijn stond president Jeltsin er toen beroerd voor. De overwinning kon de communistische leider Zjoeganov nauwelijks ontgaan, ondanks zijn bureaucratische imago. In ruil voor spotgoedkope opties op de nog te privatiseren onder nemingen hielpen de oligarchen in augustus 1995 de president uit de eerste brand en spekten zij de staatskas van Jeltsin. Tijdens de jaarlijkse conferentie later in Davos, waar Zjoeganov een geziene gast is, gooiden ze het definitief op een akkoordje. Hun televisie zenders en andere media steunden Jeltsins campagne God Verhoede (lees: dat de communisten terugkomen) massief. Chodorkovsky was er steeds bij maar liet het woord voeren door collega Potanin omdat, legde hij uit aan The Financial Times, «wij (lees: joodse Russen) het volk al te veel ergeren».

Voor de groep van etatisten en gewapende machten die Jeltsin in 1995/96 omringden, was dit een bedreigende alliantie. De presidentiële garde van Jeltsin, zijn trouwe lijfwacht, ging in de aanval. Banken werden wegens corruptie met getrokken pistool bestormd. Plannen om de verkiezingen uit te stellen, werden uitgetekend. Jeltsin zelf dreigde tussen hamer en aambeeld vermorzeld te worden. Maar toen puntje bij paaltje kwam en zijn hart steeds slechter begon te tikken, koos hij eieren voor zijn geld en stapte bij de oligarchen in.

Dat het bijna-faillissement van Rusland in 1998 een van de gevolgen was van deze zogeheten «aandelen voor leningen deal» met de oligarchen vergeten de meeste participanten bij voorkeur. Zij waren aan de vooravond van de «default» getipt en konden hun schaapjes tijdig op het droge brengen. Maar de eerlijkheid gebiedt vast te stellen dat Chodorkovsky zijn leven stap voor stap heeft gebeterd. Uit welgebleken eigenbelang, uiteraard, maar dat laat onverlet dat Joekos de eerste Russische onderneming op Angelsaksische leest is: met niet-Russen in de raad van bestuur, accoun tancy et cetera.

Dat justitie en politie het juist op hem hebben gemunt, overstijgt dan ook het simpele scenario van een afrekening binnen de nieuwe elite. Het gaat om meer. De verschillende ondernemersverenigingen in Rusland hebben daarom een alarmklokje laten luiden en een beleefde brief aan het Kremlin geschreven. Premier Kasjanov heeft vorige week in het verre Novosibirsk gewaarschuwd voor de nadelige gevolgen voor het investerings klimaat. En deze week opperde een Westers georiënteerde parlementariër een wapen stilstand. Want de aanval op Joekos heeft het bedrijf niet alleen zeven miljard dollar aan beurswaarde gekost, maar ook anderen verleid hun kapitaal in veiligheid te brengen. De Centrale Bank heeft in een paar weken tijd de goud- en valutareserves met bijna een miljard zien verdampen. De brief van de patroons bonden wacht echter nog op antwoord. Het oordeel van de toch al bungelende premier is evenmin beslissend. Bungelen is de nood lottige rol van elke premier, zeker als er verkiezingen in aantocht zijn en de president oog in oog met de kiezers een zondebok voor vervlogen beloftes goed kan gebruiken.

Maar Poetin zelf zwijgt. Over de economie spreekt hij ongeveer twee keer per week. Deze maand heeft hij zelfs zijn meest ambitieuze plan ooit gelanceerd: de verdubbeling van het bruto binnenlands product binnen tien jaar, een voornemen dat zonder olie en andere grondstoffen op voorhand potsierlijk is omdat de Russische economie behalve wapens en een beetje telecommunicatie weinig heeft te bieden. Maar over de Joekos-affaire heeft Poetin nog geen woord gezegd. Het recht moet zijn beloop hebben, is zijn redenering.

Juist dat voedt de achterdocht nu. Aan theorieën over het wat en vooral het waarom is geen gebrek. De gerespecteerde financieel-economische commentator Joelia Latynina, zeker geen vriendin van de oligarchen, komt maar liefst tot vier versies: variërend van het scenario dat Poetin zelf heeft besloten druk op de ketel te zetten tot de suggestie dat er binnen het Kremlin een machtsstrijd gaande is tussen de dorstige Petersburgse tsjekisten en de burgerlijke entourage van de president, die zelf nog niet heeft gekozen. Maar alle versies hebben volgens Latynina één ding gemeen: de vele gewapende machten in Rusland, met name in de FSB, eisen hun deel in de volkshuishouding op. Ze willen zich niet meer laten afschepen met de fooien die ze tot nu toe kregen. Ze wensen in de laatste etappe van de privatisering zelf aan de knoppen te zitten, zodat ze bij de eerste twee stadia in de Wet van Berezovski (privatisering van de winsten en eigendommen) niet wederom de boot missen. Zij claimen een vorm van «investerings klimaat beheersing», zoals het in Moskou wordt genoemd. Ze vormen een «absurde junta», aldus Latynina. Hun «berekening is cynisch», aldus Joekos zelf.

Cynisch is het zeker. Maar zo «ongerijmd» als Latynina dat vindt, is het niet. Vijfentachtig jaar na dato appelleert de bolsjewistische leuze «onteigen de onteigenaars» nog altijd aan een sentiment, zeker als dat parool in juridische termen wordt gegoten. De status-quo van Poetin is rationeel verstandig maar emotioneel nog niet rechtvaardig. De verjaringstermijn is erg kort en niet van toepassing op kleine zakenlui als Fjodor Koezmin.

In de «verkiezingstechnologie» zijn dat geduchte wapens. De beloning op korte termijn is bovendien groot. Met een olieprijs van ruim 25 dollar per vat kan een kind de was doen. Als dat feest voorbij is, zien de winnaars wel weer.