Media

Oud nieuws

Vorig jaar juni had het Amerikaanse satirische programma The Daily Show een korte reportage over The New York Times (zie www.thedailyshow.com d.d. 10 juni 2009). Het werd een hilarische uitzending, vooral omdat de geïnterviewde medewerkers en journalisten van de krant volstrekt serieus bleven. Het mooiste moment komt als de maker van het item de - wat heet - assistant managing editor van de krant vraagt waarom ‘aged news’ beter is dan 'real news’. De man - grauw uiterlijk, das met speld, achter stapel kranten - kijkt alsof hij net een bloempot op z'n kop heeft gekregen en zegt dat hij de term 'aged news’ nog nooit gehoord heeft. Nou ja, verklaart de interviewer, de krant biedt toch aged news, alles wat erin staat is van gisteren. Toon me één artikel over iets wat vandaag gebeurd is? De manager probeert zich er nog wel uit te redden, maar de grap is geslaagd: The New York Times brengt oud nieuws. Hetzelfde suggereerde Jeroen Pauw vorige week woensdag in een gesprek met een van de nieuwe eigenaren van de NRC-kranten, Derk Sauer. Hoe hij het in z'n hoofd haalde iets te kopen wat eigenlijk alleen maar oud nieuws brengt. Oud nieuws? Sauer pakte de krant van die dag en zei dat het exemplaar net van de pers was. Net van de pers? spotte Pauw. Hoe laat dan? Een uur of vier vanmiddag, antwoordde Sauer. En hoe laat is het nu? Elf uur. De kijker mocht zelf de conclusie trekken.
Het is ondertussen een cliché: dat het slecht gaat in krantenland. Overnames, ontslagen, dalende oplages, bittere vooruitzichten. Als de ontwikkeling zich doorzet, krijgt Philip Meyer, auteur van The Vanishing Newspaper, gelijk en gooit de laatste uitgeputte lezer binnen afzienbare tijd de laatste krant in de haard. Meyer vermoedde in 2006 dat zoiets in 2043 zou gebeuren. Anno 2010 lijkt het een optimistische inschatting.
Al heb ik het niet zo op koffiedikkijkerij, twee zaken lijden geen twijfel. Om te beginnen dat eerst de tv en vervolgens de digitalisering het ons bekende communicatiewereldje in relatief korte tijd volledig op z'n kop hebben gezet. Twintig jaar geleden (tot 1987 hadden we slechts twee Nederlandse kanalen) was tv niet meer dan een informatiebron en leefde bijna iedere behoorlijk opgeleide Nederlander met krant en weekblad. Daarnaast consumeerden zij/wij ook tv. Voor degenen die sindsdien groot geworden zijn, is het anders. Zoals uit een recent onderzoek (Jongeren, nieuwsmedia & betrokkenheid, te vinden via www.krantindeklas.nl) weer eens blijkt, vertonen nieuwe generaties een volstrekt ander mediapatroon: zij grazen. 'De hele dag door worden links en rechts kleine beetjes genomen.’ Van die beetjes is de krant slechts één van de bronnen, niet de belangrijkste. Bovendien, zo leert een willekeurige treinreis, is hij in negen van de tien gevallen gratis. Revolutie in het mediawereldje dus. Dat staat vast. Maar, al is dat moeilijker aantoonbaar, vast staat ook dat een percentage van de mensheid altijd nieuwsgierig zal blijven naar wat in de omgeving gebeurt en dat een groot deel van de rest er bijzondere interesses op nahoudt, van paddenstoelen tot de buurman/vrouw. Gedurende lange tijd was het de krant die de maatschappelijke en het tijdschrift c.q. lokale sufferdje dat de bijzondere nieuwsgierigheid bevredigde. Zij hadden daarbij in zekere zin zelfs een monopolie. Dat is door die mediarevolutie fundamenteel veranderd.
Maar, volgende vraag, is dat erg? Is het niet juist mooi als we voor de bevrediging van onze nieuwsgierigheid geen bomen meer hoeven te kappen, dure machines moeten laten stampen? Gedrukt papier is toch slechts een middel. Het gaat om het doel: informatie, hobbyisme, burgerschap wat mij betreft, bevrediging van nieuwsgierigheid. Als dat doel sneller, eerder, beter en goedkoper bereikt kan worden, bijvoorbeeld in de vorm van een plastic krant of reader die je ’s morgens oplaadt, so what? Het is hoogstens wennen.
Als een en ander klopt, is het verbazingwekkend dat er zo veel geklaagd wordt over het oude dat verdwijnt en zo weinig gejubeld over de mogelijkheden die geboden worden. Het is een bekend fenomeen, maar toch. Want kijk je naar die mogelijkheden, dan kun je niet anders dan constateren dat het toch vooral de vorm is die verandert terwijl de inhoud dezelfde blijft. Er wordt meer gegraasd dan vroeger. Dat is waar. Het enorme aanbod maakt dat mogelijk. Maar datzelfde aanbod doet ook de betekenis toenemen van een medium dat op goede, betrouwbare en boeiende wijze voor verschillende doelgroepen orde in de chaos brengt. Dat is precies wat 'de krant’ altijd gedaan heeft, in de zeventiende en achttiende eeuw alleen met letters, in de negentiende en twintigste eeuw met letters en plaatjes, tegenwoordig steeds vaker met letters, stille of bewegende plaatjes en geluid, allemaal door elkaar. Krant, crossmedia? Papier, plastic? So what. We hebben het er alleen moeilijk mee omdat onze gewenning in de weg staat. Voor de boodschap maakt het geen verschil. Dat weten we al sinds Plato met z'n vrienden over de markt flaneerde en met woord, beeld en geluid, real life, de wereld in kaart bracht. Dát is pas oud nieuws.