Oud nieuws

DE NIEUWE Wereldorde van vredelievende staten, uitgeroepen door de Amerikaanse president Bush, was vanaf het eerste moment meer een slogan dan een realiteit. Toch sloot het aan op de overtuiging van veel politici en intellectuelen dat de wereld een somber hoofdstuk van zijn geschiedenis had afgesloten. Genoeg problemen bleven over, maar de waanzin van het leven onder de voortdurende dreiging van de totale vernietiging was in ieder geval voorbij. In boekhandels verschenen overzichtswerken van de ‘korte twintigste eeuw’, Francis Fukuyama verklaarde de geschiedenis voor beëindigd, en politieke commentatoren stortten zich in een verwoed debat over de vraag of de bipolaire machtsstructuur van de Koude Oorlog plaats had gemaakt voor een multipolaire wereld of voor een wereld onder Amerikaanse hegemonie.

Tekenen van het nieuwe elan en de veranderde machtsstructuur in de wereld bleven uit op de plaats waar zij het meest te verwachten zouden zijn: in de Russische en Amerikaanse atoombunkers. Er zijn geen nieuwe wapenreducties overeengekomen, de procedures voor het vechten van een nucleaire oorlog zijn onveranderd gebleven en beide landen beschikken nog altijd over zo'n 15.000 kernwapens. Het risico van een nucleaire oorlog wordt door sommige experts groter geacht dan tijdens de Koude Oorlog. Er waren het afgelopen jaar al een paar kleine aanwijzingen dat de nucleaire wapenwedloop op een laag pitje verder zou gaan, maar de afgelopen weken gaven een plotselinge versnelling te zien. De oude vijanden vervallen in vertrouwd gedrag. HET EINDE VAN de Koude Oorlog werd bezegeld met brede glimlachen, regelmatige ontmoetingen en ferme handdrukken. Clinton en Jeltsin lieten zich graag fotograferen en poseerden gewillig als dikke maatjes. De Navo oefende samen met Russische troepen en Rusland ontving economische steun en advies, plus de verzekering dat de uitbreiding van de Navo niet tegen Rusland gericht was. De ontspanning leek ook op militair vlak haar beslag te krijgen. Theatraal maakten de presidenten van de Verenigde Staten en Rusland bekend dat hun kernwapens op zee zouden worden gericht. Hun kernwapenarsenaal slonk gestaag en Clinton kondigde af dat de officiële doctrine van de Verenigde Staten voortaan luidde dat een nucleaire oorlog ‘ondenkbaar’ was en de kernmacht alleen moest dienen voor 'afschrikking’. De werkelijke betekenis van deze maatregelen was gering. Het richten van de kernwapens op de zee was puur een pr-maatregel, die praktisch geen enkele militaire waarde heeft. De verandering van de Amerikaanse doctrine was al evenzeer een cosmetische maatregel: afschrikking van een tegenstander is de basis van elke nucleaire strategie. De arsenalen aan kernwapens slonken op basis van het Start II-akkoord, dat in zijn huidige vorm door Bush en Jeltsin werd gesloten. De gevechtsprocedures zijn ongewijzigd. Zo hanteren beide landen nog de strategie van 'launch on warning’: nadat naderende raketten zijn gesignaleerd, moeten de eigen wapens worden gelanceerd voordat de vijandige inslaan. Dat betekent in de praktijk dat er vijftien minuten zijn voor het detecteren van een aanval, het bijeenbrengen van de president en zijn adviseurs, het nemen van een beslissing en voor het verspreiden van de codes. Hoe gevaarlijk dat is bleek in 1995, toen een Amerikaanse wetenschappelijke raket, gelanceerd vanuit Noorwegen, door een Russische radar werd aangezien voor een kernwapen. Tijdens een noodberaad activeerde Jeltsin het 'nucleaire koffertje’ met de lanceringscodes - de eerste keer in het nucleaire tijdperk dat het zo ver kwam. Vier minuten voor de deadline concludeerde de Russische leiding dat er geen sprake was van een verrassingsaanval. Het leek er een paar jaar op dat zowel Rusland als de Verenigde Staten zich schikten in een langzaam vorderende nucleaire ontspanning. Dat was echter schijn: beide landen gingen door met onderzoek naar nieuwe wapens, ondanks hun ondertekening van de Test Ban Treaty in 1996, het verdrag dat kernproeven verbiedt. Het Amerikaanse ministerie van Energie gaf sinds de val van de Sovjetunie nauwelijks minder uit aan onderzoek voor kernwapens. Er werden sinds de Koude Oorlog negen nieuwe centra voor nucleair onderzoek opgericht. De testen die in die centra worden uitgevoerd zijn computersimulaties, stralingstesten en niet-kritische kernproeven (zonder kettingreactie). Formeel houdt de VS zich dus aan de Test Ban Treaty, maar het nucleaire onderzoek is duidelijk in strijd met de geest van het verdrag. De Russen laten zich overigens ook niet onbetuigd. Zij doen onder andere onderzoek naar nieuwe raketten en superkleine nucleaire wapens. Beide landen redeneerden dat onderzoek naar kernwapens moest doorgaan omdat zich altijd wel een omslag in de betrekkingen kon voordoen. Om dezelfde reden gingen zij ook nucleaire samenwerking aan met potentiële bondgenoten. Rusland werkt samen met India, Amerika met China. De samenwerking behelst in beide gevallen de verkoop van reactoren die niet voor militair gebruik bedoeld zijn, maar in de praktijk duiden zulke deals op een nucleair bondgenootschap. Rusland besloot bijvoorbeeld tot de verkoop van twee reactoren aan India een paar dagen nadat Indische atoomproeven een einde hadden gemaakt aan dertig jaar non-proliferatie. Het was een duidelijk signaal aan de VS, die op hun beurt de samenwerking met China verstevigden ondanks een schimmige verkoop van Chinees nucleair materiaal aan Iran. IN DE PRAKTIJK betekent het 'handelen uit voorzorg’ dat het strategische beleid van Rusland en de VS sinds de Koude Oorlog nauwelijks is veranderd, iets wat ook al duidelijk werd door de uitbreiding van de Navo. Wat de afgelopen jaren verschillend maakte van de Koude Oorlog, waren de goede politieke banden tussen de gewezen vijanden. Maar die blijken aan slijtage onderhevig. Naarmate Jeltsin zieker en de Russische democratie wankeler werd, groeide in Washington de weerzin tegen economische steun aan Rusland. De IMF-steun ging steeds opzichtiger verloren aan corruptie en het binnenhalen ervan werd voor Russische politici een prestigeslag. De economische crisis van de afgelopen herfst onderstreepte nog eens dat IMF-steun niet leidt tot structurele verbetering van de Russische economie en nieuwe leningen lijken dan ook voorlopig onwaarschijnlijk. Met het vooruitzicht op die leningen verdween de belangrijkste reden voor vriendelijkheid van Rusland jegens de VS. En ook het aantreden van een nieuwe regering onder oud-KGB-chef Primakov maakte de betrekkingen er niet beter op. De gestage afkalving van de relatie kwam in december tot uiting in de strategische betrekkingen tussen beide landen. Begin december besloot het Amerikaanse Congres om opnieuw te beginnen met onderzoek naar een verdediging tegen vijandelijke raketten in de ruimte, in de jaren tachtig begonnen onder Reagan onder de naam SDI. Officieel willen de VS zich hiermee verdedigen tegen een terroristische aanval of een aanval door een 'bandietstaat’. Dat is een tamelijk magere reden, want geen enkele terroristische organisatie beschikt over nucleaire wapens, laat staan intercontinentale raketten. En elke 'bandietstaat’ kan rekenen op vernietiging als ze zo'n aanval waagt. Maar de mogelijkheid van een aanval door een onberekenbaar regime maakt de VS wel chanteerbaar. Het besluit om opnieuw te beginnen aan het ruimteschild werd dan ook genomen nadat bekend was geworden dat Noord-Korea, dat al jaren nucleaire ambities koestert, een driestapsraket had afgevuurd die voor de kust van Alaska in zee stortte. Maar of het ruimteschild nu bedoeld is voor Russische raketten of niet, het geeft de VS natuurlijk wel een groot voordeel ten opzichte van hun oude vijand. En sinds de lancering van het project door Reagan staat SDI in Moskou symbool voor de Amerikaanse pogingen om door middel van superieure techniek een beslissend militair voordeel te behalen. Daarbij komt dat SDI zou betekenen dat de ruimte, die, aldus een stille overeenkomst, nooit is gebruikt voor directe militaire doeleinden, nu toch wordt gemilitariseerd. Een week na het SDI-besluit drongen de VS er bij Rusland op aan de voorgenomen verkoop van nucleaire installaties aan Iran te schrappen. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een week later plaatste Rusland tien Topol-M-raketten, een nieuw type lange-afstandsraket, en sloot het een formeel strategisch verdrag met India waarbij China ook werd uitgenodigd. Op 22 december waarschuwde premier Primakov bovendien dat een terugkeer naar de Koude Oorlog onder deze omstandigheden steeds dichterbij komt. Afgelopen week, ten slotte, lekten hoge Amerikaanse ambtenaren naar de pers dat Clinton op het punt staat de militaire uitgaven van de VS sterk te verhogen, hetgeen de eerste toename van het militaire budget sinds de Koude Oorlog betekent. ONDANKS DE nieuwe investeringen zijn de VS en Rusland op basis van Start II verplicht om hun arsenaal te verkleinen. In 2003, als de termijn van het verdrag afloopt, zullen beide landen over 3500 actieve lange-afstandswapens beschikken. De Russische president Jeltsin wil al een Start III, dat dat aantal tot 2500 moet terugbrengen. Maar wederom is die ogenschijnlijke vooruitgang minder mooi dan zij lijkt. Er is bijvoorbeeld geen grens gesteld aan het aantal korte-afstandsraketten en aan reservewapens. Beide landen zullen in totaal over zo'n 10.000 wapens blijven beschikken. Daarnaast wordt het Russische initiatief vooral ingegeven doordat onder de huidige bepalingen de VS een grotere groeicapaciteit hebben in het geval van een omslag in de vreedzame betrekkingen. Bij een verdere vermindering van het aantal actieve lange-afstandswapens is die groeicapaciteit meer gelijk. Zelfs bij de inkrimping van de arsenalen spelen strategische overwegingen dus een rol. En er worden ook niet alleen wapens weggehaald: de verwijdering van oude wapens is gekoppeld aan de plaatsing van nieuwe. In essentie betekent de inkrimping van de arsenalen dus in feite een modernisering. De nieuwe wapenrace draait om kwaliteit, niet om kwantiteit. De productie van nieuwe wapens ligt dan ook veel lager dan tijdens de Koude Oorlog: de nadruk ligt op het vergroten van de groeicapaciteit, het verbeteren van het huidige arsenaal en het ontwikkelen van technieken om nieuwe wapens te ontwikkelen zonder de Test Ban Treaty te schenden. De wapenrace is des te gevaarlijker omdat Rusland er geen geld voor heeft. Rusland besteedt veel te weinig geld aan de beveiliging en het onderhoud van zijn oude arsenaal, mede omdat een groot deel van het beschikbare geld voor de nucleaire macht wordt gebruikt voor nieuwe systemen. Omdat een nucleaire aanval op een andere kernmacht zelfmoord betekent, ligt het grootste gevaar voor een nucleaire oorlog in een ongeluk: een lancering door een technische fout of door sabotage. Door de economische problemen van Rusland is het risico op een ongeluk met een Russisch wapen veel groter dan tijdens de Koude Oorlog. De bemanningen van nucleaire bases zijn officieel elitetroepen, maar delen nu in de malaise van het leger. Het vermoede aantal zelfmoorden en pogingen tot diefstal op Russische nucleaire bases is schrikbarend, evenals de omvang van problemen als alcoholisme en depressiviteit. Toenmalig minister van Defensie Rodionov waarschuwde vorig jaar dat Rusland snel het punt kan bereiken waarop zijn raketten en nucleaire systemen niet meer kunnen worden gecontroleerd. Tevens heeft het verval van het Russische leger, onderstreept door het drama in Tsjetsjenië, ertoe geleid dat de Russische leiders zich afhankelijk zijn gaan voelen van het nucleaire arsenaal. Rusland heeft zijn belofte ingetrokken om nooit als eerste partij kernwapens te gebruiken in een conflict. De Verenigde Staten hebben zich het eerste gebruik nooit ontzegd en maakten afgelopen december, na een Duits verzoek tot heroverweging, nog eens duidelijk dat ook niet te zullen doen. In december legden de VS in een nota vast 'bandietstaten’ die met biologische of chemische wapens dreigen, eventueel nucleair te zullen straffen - een opmerkelijke stap, omdat het de drempel voor het gebruik van kernwapens sterk verlaagt. DE WERELD IS na het einde van de Koude Oorlog niet veiliger maar eerder onveiliger geworden. Als antwoord op de onzekerheid van de nieuwe tijd houden de militaire strategen vast aan wat zij kennen en wachten ze tot de tijd zich weer aan hen zal aanpassen. Maar de militairen krijgen de ruimte van hun regeringen. Vreemd genoeg zijn juist de democratische vertegenwoordigingen grotendeels verantwoordelijk voor het voortzetten van de wapenwedloop, omdat het Congres en de Doema voortdurend druk uitoefenen op hun regering om in militaire zaken een 'hardere’ houding aan te nemen. Uiteindelijk ligt ook daar de oorzaak van de onveranderde rivaliteit niet. Die ligt bij de Russische bevolking, waarvan een groot deel met zijn nieuwe keuzevrijheid niets anders wist te beginnen dan het terugeisen van het gevoel van collectieve grootsheid dat de armzaligheid van het leven altijd vergezelde. En die ligt bij de Amerikaanse bevolking, waarvan een groot deel niet weet hoe je het buitenland spelt, maar wel vindt dat dat buitenland moet buigen voor de morele superioriteit van hun natie. Maar misschien is dat een te hard oordeel over de doorsnee-Rus en de doorsnee-Amerikaan. Het beëindigen van de geschiedenis is geen simpele opgave voor de kleine mens.