Oud venijn

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog werd Boris Pasternaks Dokter Zjivago inzet van een propagandastrijd tussen de Sovjet-Unie en het Westen. Met een grote rol voor de CIA, zo blijkt nu.

Medium the zhivago affair

Tijdens de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel was het terrein rond het paviljoen van het Vaticaan bezaaid met blauwe linnen boekkaften. De namen van de vandalen stonden er niet bij, maar alles wees erop dat Russische bezoekers van het paviljoen dit op hun geweten hadden. In die blauwe kaft, handelsmerk van de in Slavische vakliteratuur gespecialiseerde Haagse uitgeverij Mouton Co, was een roman gehuld geweest die al enige tijd onderwerp van gesprek was in een van de spraakmakendste episoden uit de Koude Oorlog: Boris Pasternaks Dokter Zjivago. Het was de eerste Russischtalige editie van de roman.

Hoe het boek in het paviljoen van de Heilige Stoel belandde en daar aan Russische bezoekers werd uitgedeeld, is nu uitputtend door Petra Couvée en Peter Finn beschreven in hun fascinerende boek The Zhivago Affair: The Kremlin, the CIA, and the Battle over a Forbidden Book. Finn, correspondent bij The Washington Post en specialist op het gebied van de Amerikaanse nationale veiligheid, vond in de archieven van de geheime dienst onomstotelijke bewijzen dat de cia zich actief met de publicatie van Dokter Zjivago had bemoeid. Couvée, die al in de vorige eeuw bewijs had gevonden voor de betrokkenheid van zowel bvd als cia, nam de research in Rusland en Europa voor haar rekening.

Medium 464443667

Boris Pasternak (1890-1960) was vooral bekend als dichter toen hij eind 1945 begon aan wat zijn magnum opus zou worden: de levensgeschiedenis van Joeri Zjivago tegen de achtergrond van revolutie, burgeroorlog en de vestiging van het sovjetregime. Pasternak zal al meteen problemen hebben voorzien met de publicatie van zijn boek, daar het positieve verwijzingen naar het christelijke geloof bevatte en zijn hoofdpersoon bovendien niet echt warm loopt voor de uitkomst van de revolutie. Voor dergelijke politiek passieve helden met een zoekende, mystieke levensinstelling was geen plaats binnen het socialistisch realisme. Kort na de oorlog was er in de pers een ongekende haatcampagne losgebarsten tegen de ideologisch onbetrouwbaar geachte schrijvers Achmatova en Zosjtsjenko. Pasternak weigerde de twee in ongenade gevallen schrijvers publiekelijk te verketteren, met als resultaat dat hij zijn gedichten nauwelijks nog gepubliceerd kreeg. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met het vertalen van onder anderen Shakespeare. De rest van zijn tijd wijdde hij aan Zjivago.

Dat Pasternak aan de roman werkte, was een publiek geheim, want hij las vrienden regelmatig fragmenten uit het boek voor. Bij de kgb waren onmiddellijk de alarmbellen af gegaan: dit was een schadelijk boek waartegen actie ondernomen moest worden. Pasternaks immense populariteit maakte het echter onmogelijk hem al te hard aan te pakken, vandaar dat men bij zijn minnares Olga Ivinskaja aanklopte: in 1950 werd ze veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid wegens ‘contacten met personen die verdacht werden van spionage’. Pasternak werkte desondanks stug door aan zijn roman, ook tijdens Stalins laatste jaren, toen antisemitische campagnes met het ‘dokterscomplot’ leken af te stevenen op een nieuwe Grote Zuivering. Pasternak, zelf een jood die zich tot het christendom had bekeerd (een thema dat ook in zijn roman figureert), bleef ‘dankzij’ een hartaanval in de luwte. De dood van Stalin in 1953 en de daarop ingetreden ‘dooi’ brachten kortstondig verlichting, maar met het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 was alle hoop op publicatie van Dokter Zjivago in eigen land vervlogen. De roman werd van hogerhand afgewezen wegens onder meer het ‘hypertrofische individualisme’ van de hoofdpersoon.

‘We hadden het niet hoeven verbieden. Ik had het zelf moeten lezen. Het is helemaal niet antisovjet’

Ondertussen zong het nieuws over de voltooiing van Dokter Zjivago rond, en zo kwam het dat Pasternak benaderd werd door de Milanese uitgever Giangiacomo Feltrinelli, fabrikant, miljonair en grootfinancier van de communistische partij in Italië, die de roman wel in eigen land wilde publiceren. Pasternak was zich bewust van de risico’s die publicatie in het buitenland met zich mee kon brengen: Boris Pilnjak, ooit Pasternaks buurman in het schrijversdorp Peredelkino, had een dergelijk vergrijp in 1938 met de dood moeten bekopen. Niettemin ging Pasternak met Feltrinelli in zee. Via een Italiaanse kameraad werd het manuscript het land uit gesmokkeld. Het Kremlin, al snel door de kgb geïnformeerd, stelde alles in het werk om de Italiaanse editie tegen te houden. Pasternak werd fijntjes herinnerd aan het lot van Pilnjak, afgevaardigden van de Schrijversbond reisden af naar Italië om Feltrinelli op andere gedachten te brengen, de Italiaanse communistische partij werd in stelling gebracht, maar het mocht niet baten: Pasternak en zijn uitgever hielden voet bij stuk: november 1957 verscheen de Italiaanse vertaling, kort daarop gevolgd door vertalingen in andere Europese talen. Het boek vloog de winkels uit.

Pasternak kwam in de pers zwaar onder vuur te liggen. Hij had zich nooit openlijk tegen de Sovjet-Unie uitgesproken en Dokter Zjivago nooit bedoeld als een anticommunistisch manifest. Maar de westerse pers was er als de kippen bij om het boek te politiseren en vooral de nadruk te leggen op personages die zich negatief uitlieten over de verworvenheden van de revolutie. De Russen van hun kant waren met hun heftige reactie zelf ook debet aan het daverende succes van de roman, die anders misschien maar een klein lezerspubliek zou hebben aangetrokken. Saillant detail is dat veel van Pasternaks criticasters het boek niet eens hadden gelezen. Chroesjtsjov kon zich later, toen het al te laat was, wel voor zijn kop slaan toen hem ter ore kwam dat Dokter Zjivago absoluut geen boek was dat een contrarevolutie zou hebben ontketend; met het schrappen van zo’n vierhonderd woorden zou het geheel en al publicabel zijn geweest, zo werd hem verzekerd. ‘We hadden het niet hoeven verbieden. Ik had het zelf moeten lezen. Het is helemaal niet antisovjet’, verzuchtte hij.

Medium poster   doctor zhivago 05

De Amerikaanse inlichtingendienst zag niettemin al snel na het verschijnen van de vertaalde edities de propagandistische potentie van de roman: de Russische versie van het verboden boek moest koste wat het kost zijn weg vinden naar lezers in de Sovjet-Unie. Want de cia, zo schrijven Couvée en Finn, was dol op boeken: een goed boek met literaire kwaliteiten dat westerse waarden over het voetlicht bracht, was een wapen dat de autoriteit van het sovjetregime stukje bij beetje kon slopen. En daarbij keek men niet op een cent: de dienst spendeerde miljoenen dollars aan de verspreiding van ‘het goede woord’, en tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werden zo’n miljoen boeken het land binnengebracht. Het heeft in ons tijdperk van ontlezing iets ontwapenends dat een zo geduchte organisatie als de cia door roeien en ruiten ging om boeken als James Joyce’s A Portrait of the Artist as a Young Man Rusland binnen te smokkelen in de stellige overtuiging dat dit bij zou dragen aan de neergang van het communistische rijk van het Kwaad. Dokter Zjivago was een gouden kans.

Om niet ontmaskerd te worden als de drijvende kracht achter een Russische Dokter Zjivago wendde de cia zich tot Mouton Co, een kleine, onverdachte uitgeverij in een klein en onverdacht land, met het verzoek de roman in het Russisch te drukken. Het contact met Mouton Co was gelegd door de bvd, een vriendendienst aan de Amerikaanse collega’s, die in die periode zo’n vijftig van de bijna zevenhonderd agenten van de Nederlandse veiligheidsdienst financierden. Vervolgens waren medewerkers van het Vaticaanpaviljoen op de Brusselse Wereldtentoonstelling zo bereidwillig het blauwgekafte boek op het ‘Koude Oorlog-slagveld’ aan Russische bezoekers uit te delen. Het merendeel kwam uit hogere, door de autoriteiten betrouwbaar bevonden kaders. Om het vertrouwen niet te beschamen scheurden velen van hen uit voorzorg de blauwe kaft van het boek en verdeelden de pagina’s in pakketjes om ze onopvallend mee naar huis te kunnen nemen.

De publicatie van Dokter Zjivago in het Russisch maakte de weg vrij voor de toekenning van de Nobelprijs aan Pasternak, en zo geschiedde ook. Pasternak aanvaardde de prijs en schreef in een telegram aan het Nobelcomité: ‘Dankbaar, blij, trots, onthutst.’ Een foto van Pasternak die met zijn familie op de toekenning van zijn prijs toostte, ging de hele wereld over. Het Kremlin beschouwde de beslissing van het Nobelcomité als een politieke provocatie, en in de landelijke pers (de Literatoernaja Gazeta voorop) werd tegen de schrijver een bijna hysterische, ongegeneerd antisemitische hetze ontketend. Nadat Pasternak ook nog eens uit de Schrijversbond was gezet (volgens sommigen moest hij ook meteen maar het land uit gegooid worden), ging hij overstag en schreef hij alsnog aan het Nobelcomité dat hij afzag van de prijs. De hele affaire stuwde de verkoopcijfers van het boek tot ongekende hoogten op, maar terwijl in Italië zijn door Feltrinelli beheerde royalty’s zich ophoopten, kampte de schrijver zelf met geldgebrek. Ook van zijn wereldfaam kon hij niet lang genieten: in 1960 stierf hij. Ivinskaja werd datzelfde jaar nog gearresteerd en tot zeven jaar werkkamp veroordeeld wegens haar betrokkenheid bij het smokkelen van Pasternaks royalty’s naar Rusland.

Geruchten over de bemoeienis van de cia bij de Mouton-editie van Dokter Zjivago hadden al meteen na de verschijning van Dokter Zjivago de kop opgestoken, maar Finn en Couvée hebben nu eindelijk de onweerlegbare bewijzen boven tafel gekregen en gereconstrueerd hoe het allemaal in zijn werk ging. Daarbij ontzenuwen zij de veelgehoorde suggestie dat de cia eropuit was Pasternak de Nobelprijs te bezorgen. De onderscheiding was vooral een prettig bijeffect van de hele operatie. Alle naspeuringen van de twee auteurs hebben een subliem boek opgeleverd, een spannende Koude Oorlog-thriller over dichters en spionnen, moed, lafheid, goeieriken, slechteriken en alles daar tussenin. De Werdegang van uitgever Feltrinelli, om maar iets te noemen, die zich van miljonairszoon uit een fascistisch milieu ontpopte als communist, daarna vanwege de Pasternak-affaire in conflict raakte met Moskou, na een flirt met Fidel Castro vervolgens aansluiting zocht bij de Rode Brigades en ten slotte in 1972 om het leven kwam toen een bom waarmee hij een hoogspanningsmast in een voorstad van Milaan had willen opblazen voortijdig afging. En een ereplaats is uiteraard ingeruimd voor Pasternak zelf, in een bijzonder overtuigend portret van een ietwat wereldvreemde, maar ook trotse en moedige man die in de zwartste tijden zijn rug recht wist te houden.

In Rusland is het stof rond de hele affaire al lang en breed neergedwarreld. Jevgeni Pasternak nam in 1989 in Stockholm namens zijn vader alsnog de gouden medaille voor de Nobelprijs in ontvangst. Dokter Zjivago wordt tegenwoordig vrijelijk gelezen en verkocht. Maar het oude venijn komt soms nog bovendrijven. In de Literatoernaja Gazeta, de krant die destijds voorop liep in de hetze tegen Pasternak, werd onlangs naar aanleiding van de nu bewezen rol van de cia met sarcastische voldoening geschreven: ‘Kennelijk hadden de “treiteraars” die de auteur “het leven zuur maakten” het toch niet helemaal mis. Maar ze hebben hem niet het land uit gezet en zelfs niet uitgesloten uit het Literaire Fonds.’ Waar halen ze het lef vandaan.


_ Peter Finn en Petra Couvée - The Zhivago Affair: The Kremlin, the CIA, and the Battle Over a Forbidden Book_. Pantheon, 386 blz., € 23,95. Verschijnt volgende week als De zaak Zjivago bij Nieuw Amsterdam

Beeld: (1) Boris Pasternak wist in de zwartste tijden zijn rug recht te houden (Hulton Archive/Getty Images). (2) Poster van de film Doctor Zhivage van David Lean, 1965