Oud zeer op het Kroatische voetbalveld

Zagreb – In 1999, rond de laatste editie van de voetbalwedstrijd Kroatië-Joegoslavië, werd de Joegoslavische speler Dejan Savicevic voor zijn hotel in Zagreb door een voorbijganger uitgekafferd. De speler ging er eens goed voor staan en schold op zijn beurt de passant de huid vol. De scène werd vereeuwigd in de prachtige film Het laatste Joegoslavische elftal van Vuk Janic.

Kroatië-Joegoslavië is tegenwoordig Kroatië-Servië, een speciale voetbalvete. Dat geldt ook voor de editie die deze week wordt gehouden. Voor de 22 spelers in het veld en de tien miljoen landgenoten die meekijken. De landen zitten aan elkaar vast, door culturele overeenkomsten, door een geschiedenis van innige samenwerking en oorlogen. De eigen identiteit wordt benadrukt door het spelen tegen ‘de ander’.

Er is sinds de vorige wedstrijd veel veranderd. In ’99 kenden de spelers elkaar van dichtbij, uit de Joegoslavische nationale elftallen voordat het land uiteenviel. Dat is over, de spelers van toen zijn gestopt. Die verwijdering geldt voor de landen als geheel. Een nieuwe generatie spelers en supporters beschouwt de wederpartij als een ander land, niet meer als een voormalige federatiegenoot. Sommigen opperen zelfs voorzichtig dat Kroatië-Servië vrijdag een normale interland is.

Dat is voorbarig. Dan zouden niet alle kranten al weken op de wedstrijd vooruitblikken. Ook zou Uefa-baas Michel Platini de premiers van beide landen niet persoonlijk hebben benaderd om zijn bezorgdheid over de wedstrijd uit te spreken. En de Servische bondscoach Siniša Mihailovic, zelf op het veld in ’99, zou niet expliciet hebben gezegd dat het niet de bedoeling is dat zijn spelers een tegenstander in zijn ballen knijpen, zoals een teamgenoot in 1999 deed.

Op het veld zullen de emoties waarschijnlijk wel onder controle blijven. Wat er buiten de lijnen gebeurt, blijft onzeker. Beide landen hebben een harde kern van hooligans die zich niet door sportieve belangen laten sturen. Vooral Servische relschoppers hebben een reputatie sinds ze twee jaar geleden hun eigen keeper belaagden. De veiligheidsmaatregelen rond de wedstrijd zijn extreem.

De Kroatische bondsvoorzitter Davor Šuker, ook van de partij bij de vorige wedstrijd, doet zijn best om het thuispubliek tot rede te manen. ‘We moeten ons goed gedragen als we straks in Belgrado goed willen worden behandeld.’

Hij zou willen dat hij een toverstafje had om te voorkomen dat de 45.000 Kroatische fans straks door het Servische volkslied heen fluiten. Die hoop is ijdel, maar de Serviërs moeten dat vooral niet persoonlijk opvatten: ‘Dat uitfluiten doen ze bij Engeland of Frankrijk ook’, aldus Šuker.