Oude dia’s

Joan Didion, auteur van The Year of Magical Thinking, wilde in 1970 een stuk schrijven over het Amerikaanse Zuiden, omdat daar ‘de toekomst van Amerika lag’. Met haar man, schrijver John Gregory Dunne, vertrok ze voor een maand naar de Golfkust. Het essay kwam er nooit.

Onlangs verscheen wel South and West: From a Notebook. Die titel is enigszins misleidend: het eerste gedeelte van het boek bevat niet de notitieblokjes van die reis, evenmin is het alsnog dat essay. De tekst bevindt zich ergens tussen aantekeningen, bespiegelingen op diezelfde aantekeningen en een voltooid essay in. De schrijver is in veel van haar stukken even strak als altijd, maar hanteert soms ook een nieuwe losheid. Het is niet ongewoon op een bladzijde een paragraaf te lezen die af aanvoelt, om onder aan diezelfde bladzijde te zien: ‘NOTE: The curious ambivalence of the constant talk about wanting industry. Is not wanting industry the death wish, or is wanting it?’, of een correctie (parafrase): ‘Denk nu dat dit café in een andere plaats was.’ Het tweede gedeelte van het boek bestaat uit twaalf pagina’s aantekeningen over het Amerikaanse ‘Westen’, aan de hand van een rechtszaak waarin een rijke erfgenaam meewerkte aan een gewapende overal, vintage Didion dus.

Didion is onze verslaggever, met haar tics en obsessies: angst voor slangen, chronisch wantrouwen in de medemens

‘Onaffe’ boeken vormen een klein maar interessant genre, met zijn eigen vragen. Of het nu The Last Tycoon van Fitzgerald of de vierde Millennium-roman van Stieg Larsson betreft: het is onmogelijk het boek zo te krijgen als de auteur het zou hebben ‘gewild’. Dit boek is anders in de zin dat de schrijver zelf heeft besloten het uit te geven. Volgens mij omdat het onaffe niet alleen in het verzamelde materiaal of de behandeling daarvan zit, maar reeds in de uitvoering (en dat is nu makkelijker te zien dan toen). Beide teksten beginnen vanuit een autobiografische behoefte het ‘Zuiden’ en het ‘Westen’ van de VS te begrijpen. Maar het lukt niet. Tegen het einde van het eerste gedeelte schrijft Didion: ‘The way in which all the reporting tricks I had ever known atrophied in the South.’ Geen afspraken in de bruidswinkelsectie van een warenhuis dus, geen bezoek aan de ‘Miss Mississippi Hospitality Contest Semifinals’, geen gesprekken met de lokale hippiejeugd. Wel lunches in de country club met de lokale elite, rondleidingen door stadskernen door lokale, succesvolle en via-via-bevriende (witte) ondernemers, restaurantbezoeken. Minder focus op couleur locale, meer van Joan Didion (er is bijvoorbeeld heel weinig interactie met het zwarte gedeelte van de bevolking van het Zuiden, wel gaat het vaak over de man-vrouwverhouding).

De tekst lijkt nog het meest op een literaire road trip. De hoofdstukjes zijn vernoemd naar plaatsnamen (‘New Orleans to Biloxi, Mississippi’, ‘Past Christian to Gulfport’, ‘A Sunday Lunch in Clarksdale’), Didion is onze verslaggever, met haar gebruikelijke tics en obsessies: angst voor slangen, een chronisch wantrouwen in de medemens, een beklemming die elke observatie omsluit. De blik van Didion is even intens als altijd – maar in het Zuiden is ze veel meer buitenstaander dan in New York of Californië, haar observaties zijn derhalve meer en minder interessant. Het is de blik van buiten, soms blijft die blik wat oppervlakkig, minachtend haast, soms is die neerbuigendheid nodig om de juiste machtsverhoudingen bloot te leggen.

Medium joan didion aup
Joan Didion is de meester van le mot juste © Brigitte Lacombe

Didion zit in kapsalons en hoort gesprekken over woontrailers die ’s nachts niet afkoelen; ze komt in laundromats waar vrouwen automatisch één front vormen tegen bazige mannen; ze beschrijft de vuurvliegjes die ’s nachts oplichten; de restaurants met hun slechte eten; de brede straten met huizen die diep op het terrein liggen en de dinner parties die daar plaatsvinden. Een man vraagt Didion wie haar heeft toegestaan deze reis te maken. Ze begrijpt niet wat hij bedoelt. ‘You are married, aren’t you?’

Didion is een van de helderste Amerikaanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Ze kan in een halve paragraaf zo scherp een landschap, situatie of personage schetsen dat ze snel kan schakelen, en met weinig veel kan zeggen. Ze schrijft met een ogenschijnlijke eenvoud die het herschrijven bemantelt: ze is de meester van le mot juste (soms een werkwoordsvorm, zoals ‘atrophied’, of de beschrijving van de wind die opsteekt, ‘sudden and violent’). De botsing tussen twee werelden staat in het boek centraal, die van het Noorden en het Zuiden: ras is in elk gesprek een onderwerp, de sprekers zijn altijd wit, bevoorrecht en bezig het Zuiden te verdedigen. Het ‘vismaatje’ van een witte plantage-erfgenaam die op het erf woont noemt de eigenaar nog altijd ‘Mister’ en de vrouw ‘Miss’.

Het is begrijpelijk waarom dit boek nu uitkomt: door het vantage point van de tijd zijn deze beelden geen observaties van het ‘nu’, maar een blik in het ‘toen’ (zoals het ontdekken van een doos dia’s van de jeugd van je ouders interessanter is dan de polaroids van gisteravond). De lezer kan ook aan het werk: de definitie van middle class is sinds 1970 verschoven, of Didions eigen succes kleurt hier haar perceptie, zoals al haar omstandigheden natuurlijk die perceptie kleuren. Dat is tegelijkertijd de kracht en de tekortkoming van het boek: Didion mijdt de plaatsen met een groot vliegveld, zoals Jackson, omdat ze bang is daar direct op het vliegtuig te stappen, naar New York of Californië: ‘I knew I would not last ten minutes in Jackson without telephoning Delta or National and getting out.’ Dat dit een privilege is, voorbehouden aan de lucky few, dat lijkt een blinde vlek te zijn – maar dat is het volgens mij niet. Anders had ze het stuk wel eerder afgemaakt, of deze ‘notitieboekjes’ niet zo uitgegeven.

Kritiek op Didion is soms dat elke plek die zij beschrijft op het punt staat uit elkaar te vallen: New York, Californië, het Zuiden. Dat ze zelf onderdeel van die verkromming is, schijnt sommige van de lezers te ontgaan. Dit boek is aan iets begonnen en heeft het toen verlaten – maar het is van belang om te zien wat dat was: het in kaart brengen van het Zuiden van Amerika. Niet alleen voor de schoonheid van de breakdown daar, maar ook voor het begrip ervan. Opgroeien in het Zuiden moet ooit een droom zijn geweest. Dat die droom voor anderen toen ook een nachtmerrie was – en dat nu voor velen is geworden, velen voor wie het niet zo gemakkelijk is ervan weg te lopen als voor Joan Didion, dát toont dit boekje goed aan.