Oude herdershond

In Machten der duisternis speelt Anthony Burgess geestig met zijn onbetrouwbare ik-verteller, die ondertussen wel de vertolker is van een geweldige roman, waarin feit en fictie voortdurend worden vermengd en die bevolkt wordt door schitterende personages.

De meeste schrijvers willen niets liever dan dat hun boek wordt verfilmd. Harry Mulisch zag voornamelijk nadelen. Als iemand de film kijkt en daarna het boek leest, is zijn verbeelding al aan banden gelegd. En doet hij het andersom, dan wordt de leeservaring stukgemaakt. Maar het állerergste lot voor een schrijver was volgens Mulisch dat men door de film het boek vergeet. Hij noemde in een interview A Clockwork Orange als voorbeeld: ‘Iedereen zegt dat het een film van Stanley Kubrick is. Maar wie weet nog dat het een boek van Anthony Burgess is?’

Om daar nog een retorische vraag aan toe te voegen: wie wist dat Anthony Burgess (1917-1993) behalve A Clockwork Orange nog maar liefst 32 andere romans heeft geschreven? En dat terwijl hij zijn eerste roman pas op zijn 39ste publiceerde.

Zijn productiviteit was op stoom gekomen na een (vermeende) hersentumor. Nog altijd is niet duidelijk of die tumor er echt is geweest of verzonnen door hemzelf of door zijn ginverslaafde eerste vrouw, die volgens Burgess ‘almost philosophically unfaithful’ was. In ieder geval stopte hij met zijn baan als leraar in Maleisië en begon hij als een bezetene te schrijven. Dit combineerde hij met een intensief gebruik van drank en nicotine (op zijn hoogtepunt, als je het zo moet noemen, tachtig sigaretten per dag). Hij schreef dagelijks duizend woorden en dat zeven dagen per week – een regime waarmee het volgens Burgess statistisch gezien (maar dan ook alleen statistisch gezien) mogelijk was om ieder jaar Oorlog en vrede te schrijven.

Dit is trouwens een rekenfout, want daar zou hij zo’n anderhalf à twee jaar voor nodig hebben, maar goed.

Van die 33 romans wordt Earthly Powers (1980) – en dus niet A Clockwork Orange (1962) – over het algemeen gezien als zijn grootste prestatie. Het was dan ook het boek dat hij geschreven had ‘to really show what I could do’. Deze vermakelijke roman van 750 pagina’s is onlangs voor het eerst in het Nederlands vertaald door Paul Syrier en uitgekomen onder de titel Machten der duisternis.

Het boek is overigens verschenen bij uitgeverij Van Oorschot, tot voor kort mijn werkgever. Tijdens mijn laatste weken op kantoor klonk er voortdurend gelach uit de kamer van uitgever Mark Pieters. Hij was bezig met de redactie van Machten der duisternis.

Medium gettyimages 50540513
Anthony Burgess, hier in zijn huis, schreef dagelijks duizend woorden, zeven dagen per week © Marvin Lichtner / Life Images / Getty Iamges

Hoofdpersoon is de 81-jarige schrijver Kenneth Toomey die met zijn secretaris annex schandknaap Geoffrey in een Maltese villa woont. Geoffrey is nogal cholerisch aangelegd en beledigt voortdurend alles en iedereen, niet in de laatste plaats Toomey. In de eerste hoofdstukken wordt beschreven hoe hij tijdens een dinertje bij Britse diplomaten de wc van de ambtswoning onder braakt in verband met enthousiast drankgebruik. Na afloop bevinden ze zich weer in de Maltese villa, allebei lazarus. Geoffrey zit ‘het ontstemde klavecimbel verzuurde harmonieën te ontlokken’, terwijl Toomey met tikkende tanden tegen het glas probeert om een slok whisky te nemen. De schandknaap drijft de schrijver tot wanhoop.

Machten der duisternis telt 82 hoofdstukken. Dat hadden er eigenlijk 81 moeten zijn, evenredig aan de leeftijd van Toomey, maar Burgess kwam er pas bij het lezen van de drukproef achter dat hij een hoofdstuk te veel had.

De eerste tien spelen zich af in de Maltese villa, in 1971. Nadat Toomey zijn secretaris in het vliegtuig naar Chicago heeft gezet (dronken en scheldend gaat hij aan boord), wordt er in hoofdstuk 11 een sprong terug in de tijd gemaakt, naar 1916. Toomey is dan 26 en probeert tevergeefs een priester te ontlokken dat God begrip heeft voor zijn homoseksualiteit. Wat volgt is een chronologische beschrijving van Toomey’s leven, door hemzelf verteld, tegen de achtergrond van de twintigste-eeuwse wereldgeschiedenis. Hij waarschuwt de lezer wel: ‘In twee opzichten was mijn geheugen niet te vertrouwen: ik was oud en ik was schrijver. (…) In de triviale sfeer van aan de borreltafel vertelde biografische anekdotes is het zoveel gemakkelijker en zoveel bevredigender om vorm te geven, te herschikken, climax en ontknoping aan te brengen (…) en op applaus en de lach te spelen, dan verslag te doen van de naakte, alledaags-banale feiten.’ En dit is precies wat Burgess Toomey vervolgens honderden pagina’s laat doen: op applaus en de lach spelen, het ene na het andere sterke verhaal vertellend. Je zou kunnen zeggen dat Burgess met Earthly Powers het raakpunt heeft gevonden tussen ‘aan de borreltafel vertelde biografische anekdotes’ en briljante literatuur.

Achter alle grappen verschuilt zich de tragiek van Toomey, voor wie ‘thuis’ ‘het heerlijkste woord ter wereld’ is

Toomey’s leven bevat hier en daar overeenkomsten met Burgess’ eigen cv. In de periode dat hij aan Earthly Powers werkte, dacht hij dan ook na over het schrijven van zijn autobiografie – wat hij uiteindelijk pas jaren later zou doen (in twee delen). Maar Toomey is bovendien losjes gemodelleerd naar William Somerset Maugham (1874-1965). Burgess wilde vanuit een ik-perspectief over een homoseksueel schrijven. Om zich te kunnen verplaatsen in iemand met een andere geaardheid had hij een bestaand iemand nodig. En om tussen twee haakjes geen misverstand te laten bestaan over zijn eigen heteroseksuele viriliteit had Burgess een keer beweerd dat hij met vrouwen van zo’n beetje iedere nationaliteit had geslapen maar nooit met een Britse.

Deze perspectiefuitdaging spiegelt Burgess door Toomey als beginnend schrijver een roman te laten publiceren die barstte van de ‘heteroseksuele hartstocht’. ‘Ik vertelde niemand dat ik de meer intieme scènes uitsluitend had weten te verwoorden door me ze als homoseksueel voor te stellen, hoewel dit soms niet was meegevallen doordat er voortdurend (…) bungelende borsten in de weg zaten.’

Later in het boek – Toomey is dan op Sardinië – ontwaakt hij ’s ochtends vroeg naast een Italiaanse, zonder enig idee wie zij is en wat ze in zijn bed doet. De avond ervoor heeft hij in een klein wijnlokaal ‘kleurloze sterke drank’ gedronken ‘die naar oude herdershond rook’. ‘Ze nam mijn hand en bracht die resoluut naar haar clitoris.’ Toomey probeert zich zonder succes te verplaatsen in een van zijn heteroseksuele personages.

Hoewel de wereldberoemde Toomey een fictionele schrijver is, komen er veel bestaande auteurs in het boek voor. Norman Douglas, Ernest Hemingway (over wie Burgess een biografie publiceerde), Henry James, James Joyce – ze worden allemaal (mild of minder mild) bespot. Maar het grappigste is hoe Toomey zichzelf voortdurend belachelijk maakt. Zijn boeken worden ontzettend goed verkocht maar hij noemt ze zelf ‘een hoop onzin eigenlijk’.

Nu en dan geeft hij een hilarische inhoudsbeschrijving van een van zijn werken, waarbij hij opmerkingen plaatst als: ‘U heeft het misschien wel gelezen.’ Ook komt er een hoofdstuk in het boek voor dat bestaat uit een hoofdstuk van een boek van Toomey. Hij laat het lezen aan (de bestaande schrijver) Ford Madox Ford, die oordeelt: ‘Je hele stijl ruikt naar vuile overhemden en zweetsokken. Je mag dan je brood verdienen met het schrijven van boeken, maar ga die boeken alsjeblieft geen literatuur noemen.’

Zo speelt Burgess geestig met zijn onbetrouwbare ik-verteller, want deze belachelijke schrijver van pulpboeken (die in nazi-Duitsland ‘vrij populair’ waren) is ondertussen wel de vertolker van een geweldige roman, waarin feit en fictie voortdurend worden vermengd, die zich afspeelt in zo’n beetje de hele wereld en bevolkt wordt door schitterende personages, zoals de zuipgrage, vechtlustige en gokverslaafde priester Carlo.

Maar Burgess speelt in Machten der duisternis niet alléén maar op de lach. Achter alle grappen, briljante dialogen en grandioze scènes verschuilt zich de tragiek van Toomey, voor wie ‘thuis’ veelzeggend ‘het heerlijkste woord ter wereld’ is. Dit thuisgevoel ervaart hij voor het eerst in zijn leven in Maleisië, als hij platonisch en volmaakt gelukkig samenleeft met de tropenarts Philip. Opmerkelijk genoeg voelt hij zich niet alleen niet seksueel aangetrokken tot Philip maar kan hij bovendien helemaal niets interessants of opzienbarends in diens persoonlijkheid ontdekken. Desalniettemin beschouwt hij hem als zijn ‘grote liefde’.

Wanneer deze idylle bruut wordt beëindigd, komen de humor van Burgess, het drama van Toomey en het hoofdthema van Machten der duisternis samen: het kwaad op aarde. Eerst vallen Toomey en Philip ten prooi aan homohaat op de Europese club. Ze zien zich genoodzaakt om Maleisië te verlaten. Maar nog voor het zo ver komt overlijdt de tropenarts, door kwade oosterse krachten. Dit hartverscheurende einde van Toomey’s Maleisische episode levert tegelijkertijd (en dit zegt veel over de schrijver Burgess) een van de belachelijkste en grappigste scènes op: Carlo die met agressief exorcisme de kwade krachten te lijf gaat. Helaas lukt het hem niet om de arme, ingoede tropenarts te redden.

Carlo redt niet lang daarna wel een ander mens. In een ziekenhuis in Chicago, in het bijzijn van Toomey. Dit medische wonder leidt aan het einde van Machten der duisternis tot een ontluisterende ontknoping, die niet alleen de sleutel van het verhaal vormt maar ook de centrale gedachte van de roman uitdraagt: de machten der duisternis regeren op aarde.

Burgess heeft de toon in de roman sluipenderwijs ernstiger gemaakt, zo ongeveer vanaf de dood van de tropenarts. We zijn dan in de jaren twintig en de Tweede Wereldoorlog moet nog komen. De grappen worden iets spaarzamer en de verschrikkingen nemen toe. En dan is er uiteindelijk die duivelse ontknoping, waardoor het lachen je ten slotte toch nog volledig vergaat. Wat een meesterlijk boek.