Economie

Oude kranten

Stoer hoor, zo’n brandbrief aan de minister. Maar ook behoorlijk nutteloos. Afgelopen maandag stuurden hoofdredacteuren en uitgevers van kranten en opiniebladen (inclusief die van De Groene Amsterdammer) een open brief aan cultuurminister Roland Plasterk. Daarin een op het eerste gezicht moedig pleidooi voor eerlijke concurrentie tussen gedrukte media en de publieke omroep.
De omroepen ontvangen jaarlijks een half miljard euro aan subsidie van Plasterk, maar vinden het nodig om ook nog tweehonderd miljoen aan STER-gelden binnen te halen. Vetgemest door deze miljoenen gaan ze de concurrentie aan met uitgevers. Met glossy’s als Kassa (van de Vara), Maria (KRO), Eva (EO) en Vier! (NCRV) banjeren ze rond in de krappe markt voor verontwaardigde-consumenteninformatie en smakelijk vormgegeven zweverigheid. Bovendien pikken de omroepen reclamegelden in die anders deels naar de kranten zouden zijn gegaan. Kortom: oneerlijke concurrentie die de kranten – waarmee het toch al niet zo lekker gaat – op achterstand zet, vinden de hoofdredacteuren.
De brief eindigt met een oproep aan Plasterk om de Kamer een brief te schrijven waarin hij op de problematiek ingaat. Een opmerkelijk verzoek, want het parlement zelf zit helemaal niet op zo’n brief te wachten. Alleen de zeven GroenLinks’ers en negen PVV’ers zijn voor een reclamevrije omroep. De rest wil dat de STER blijft. Zelfs de liberalen van D66 en VVD zijn niet tegen reclame op de publieke netten. De tweehonderd miljoen aan inkomsten kan niet gemist worden, vinden zij. Ook liberalisme heeft blijkbaar z’n prijs. Geen wonder dat Plasterk de brief zonder politiek risico kon weglachen.
Er is meer mis met de op zichzelf goede brief van de hoofdredacteuren. Bijvoorbeeld de hypocrisie waarin de tekst is gedrenkt. Slechts enkele dagen voor de brandbrief waren dezelfde krantenbazen nog dolenthousiast over de acht miljoen euro aan financiële steun die Plasterk beloofde om de websites van de kranten te verbeteren. Het enige probleem dat ze zagen, was dat het bedrag eigenlijk een factor tien hoger zou moeten zijn. Geen woord in hun reactie over oneerlijke concurrentie van gesubsidieerde krantensites ten opzichte van andere nieuwssites. Die laatste mogen blijkbaar wel met overheidsgeld van de markt geblazen worden.
Met de oproep aan de minister tonen de krantenmensen weer eens aan dat ze een achterhoedegevecht voeren. In plaats van te klagen zouden de hoofdredacteuren bezig moeten zijn met het ontketenen van de revolutie waar zowel sector als lezers om smeken. Want anno 2007 is de krant een ouderwets, duur, onhandig, traag en lelijk ding geworden.
Vergis u niet, ik ben een verwoed krantenlezer met drie abonnementen. Maar zelfs ik zie dat de krant als nieuwsbron links en rechts is ingehaald door het internet. De krant brengt het nieuws van gisteren. De vis kan er nu vóór het lezen in worden ingepakt.
Wil de krant als nieuwsbron overleven, dan moeten de hoofdredacteuren twee drastische keuzes durven maken. De eerste is om hun websites prioriteit te geven als het gaat om de nieuwsvoorziening. Iedere primeur hoort eerst op de website. Alleen zo worden Volkskrant en NRC weer relevant.
Krantenjournalisten zullen dat niet leuk vinden, want hun scoop verdient natuurlijk een ereplaatsje linksboven op de voorpagina van de papieren krant. Maar dat is een kwestie van wennen. Bij de Wall Street Journal is het sinds kort een harde regel: eigen nieuws komt het eerst op de website en wordt nooit ‘opgespaard’ voor de krant.
De tweede verandering is nog ingrijpender. Ontsla de krantenjongen en geef alle abonnees een speciale krantenprinter cadeau. Sluit die aan op het internet en de abonnee kan op ieder moment van de dag een kakelvers krantje uitprinten. Vol nieuws van slechts enkele minuten oud en met achtergrondverhalen aangepast aan zijn of haar persoonlijke smaak. Papier en inkt worden wekelijks gebracht door de postbode of melkboer.
Zo’n opzet combineert de voordelen van internet (snelheid en flexibiliteit) met die van de krant (echt papier). En niet te vergeten: de adverteerder kan uitkiezen bij welke lezersgroep hij wel of niet in de krant wil staan. Hij kan de plek op de pagina variëren en op het laatste moment veranderingen doorvoeren. Kom daar maar eens om bij die ouderwetse STER.