Oude liefde

Klaus Harprecht, Arletty und ihr deutscher Offizier: Eine Liebe in Zeiten des Krieges, S. Fischer Verlag, 441 blz., € 24,95

Dat democratie niet altijd een goed idee is, blijkt uit de totstandkoming van de Europese Unie. Zonder de toenadering tussen Duitsland en Frankrijk was het in de jaren vijftig nooit tot de Europese Economische Gemeenschap gekomen, die later resulteerde in de nog altijd uitdijende EU. Als die Frans-Duitse samenwerking toen, zo kort na de Tweede Wereldoorlog, via een referendum afhankelijk was gemaakt van de instemming van de bevolking zou het proces van Europese eenwording nooit zijn begonnen. Het is verre van denkbeeldig dat Europa dan inmiddels geteisterd zou zijn door nieuwe oorlogen.

Toch waren er onmiddellijk na de oorlog, niet alleen in politieke kringen, mensen die streefden naar verzoening tussen de voormalige vijanden. De achttienjarige, krijgsgevangen Wehrmachtsoldaat Klaus Harpprecht was een van hen. Geboren in 1927 was hij opgegroeid in het Derde Rijk, zodat hem voorgehouden was dat de Duitsers de rechtmatige heersers der wereld waren, of althans behoorden te zijn. Na de verpletterende nederlaag duurde het enige tijd voordat de deuren naar de wereld opengingen en Harpprecht en zijn generatiegenoten de culturele rijkdom van het ‘vrije Westen’ ontdekten. Boeken, tijdschriften en grammofoonplaten ontsloten deze wereld, en uiteraard waren er de films.

Volkomen van zijn sokken was Harpprecht toen hij in Stuttgart Les enfants du paradis van Marcel Carné zag, met in een van de hoofdrollen de grote Franse actrice Arletty. De passie, romantiek, poëzie, melancholie en elegantie van deze film leken in niets op de films die onder toeziend oog van doctor Goebbels waren geproduceerd. Harpprecht was op slag verliefd op Frankrijk (al zou hij in 1999 zijn boek Mein Frankreich de ondertitel Eine schwierige Liebe geven) en als journalist, uitgever en speechschrijver van Willy Brandt zou hij zijn bijdrage leveren aan een betere verstandhouding tussen Duitsland en Frankrijk (en de andere buurlanden).

Na onder meer mooie biografieën van Thomas Mann en Marion Gräfin Dönhoff, de legendarische uitgeefster van Die Zeit, te hebben geschreven, heeft hij nu een boek gewijd aan een van zijn eerste grote liefdes: Léonie Marie Julie Bathiat (1898-1992), beter bekend onder haar artiestennaam Arletty. Deze uit een arbeidersgezin in een Parijse banlieue afkomstige zangeres en comédienne was in de jaren dertig uitgegroeid tot Frankrijks populairste actrice. Haar rol in de na de oorlog zo bejubelde maar tijdens de Duitse bezetting opgenomen film Les enfants du paradis wordt over het algemeen gezien als haar grootste prestatie. Op het moment dat deze inmiddels klassieke film gemonteerd werd, kort na de bevrijding van Parijs in augustus 1944, zat Arletty echter gevangen in Drancy, het kamp van waaruit de Franse joden waren weggevoerd en waar toen veel Franse collaborateurs geïnterneerd waren.

Zoals die film van Marcel Carné liet zien, was tijdens de Duitse bezetting het culturele leven in Frankrijk grotendeels doorgegaan en was er op sommige terreinen zelfs sprake van grote bloei. Omdat enkele Duitse functionarissen die belast waren met het toezicht op de cultuur zwaar francofiel waren, was er veel mogelijk. Sartre’s vermaarde toneelstuk Huis clos ging twee weken vóór de bevrijding van Parijs in première; een week later sloot de later door linkse jongeren zo vereerde filosoof zich aan bij het verzet. Er waren kunstenaars en intellectuelen die veel eerder en veel principiëler voor het verzet waren, zoals zij ook collega’s hadden die vol overtuiging voor het nationaal-socialisme kozen, maar de meesten van hen wisten door de mazen van de bezetting heen te glibberen.

Dat de beroemde Arletty na de bevrijding van Frankrijk werd opgepakt kwam niet zozeer door het feit dat ze de hele oorlog door had opgetreden - waarbij ze overigens weigerde onder Duitse regisseurs te spelen - maar doordat ze privé iets te vroeg begonnen was met de Frans-Duitse verzoening. Ze had namelijk enkele jaren een relatie met Hans Jürgen Soehring, een jurist die was ingedeeld bij de krijgsraad van de Luftwaffe en in die hoedanigheid in Parijs was gelegerd. Het door Hitler afgekondigde verbod op dergelijke relaties was uiteraard niet te handhaven, maar toen Soehring overmoedig werd en bij Goering informeerde of hij toch niet met zijn geliefde mocht trouwen, werd hij overgeplaatst naar het front in Italië.

Hoewel Arletty geen ernstige vorm van collaboratie ten laste gelegd kon worden, werd ze toch enige tijd opgesloten en kreeg ze een beroepsverbod van vier jaar opgelegd. Op de beschuldiging dat ze door haar liefdesaffaire 'verraad’ had gepleegd reageerde ze met de gevleugelde woorden: 'Mon coeur est français, mais mon cul est international.’ Overigens vierde zij vanaf 1948 weer triomfen als actrice - ze speelde onder meer in de verfilming van Huis clos - totdat ze eind jaren zestig blind werd.

Klaus Harpprecht heeft de controversiële liefdesgeschiedenis van Arletty gebruikt om een weids en fraai panorama te schilderen van het Franse culturele leven onder de Duitse bezetting. Niet alleen laat hij duidelijk zien welke gradaties er waren in de samenwerking met de Duitsers, maar ook beschrijft hij de ambivalente houding die sommige Duitse militairen aannamen. Ze vertegenwoordigden een regime dat niet deugde, maar probeerden toch zekere maatstaven van humaniteit en rechtvaardigheid te handhaven. Soms is Harpprecht iets te goedgelovig - bijvoorbeeld in het geval van Ernst Jünger - maar doorgaans is zijn verhaal heel genuanceerd en geloofwaardig en maakt hij duidelijk hoe dom en funest nationalisme is.