Het is niet zijn eerste boek, maar wel zijn romandebuut. Jos de Wit (1954) publiceerde in 1996 de verhalenbundel Grensbewoners, waarvan het verhaal ‘Turkse koffie’ werd bekroond met de Rabobank-Lenteprijs, jawel. Grensbewoners werd welwillend ontvangen. Jos de Wit werd met name geprezen om de manier waarop hij ‘mensen neerzette’, en ‘spanning’ wist ‘op te bouwen’.

Dat is niet ten onrechte. In De Wits eerste roman, Herinneringen van een tomatenkweker, vertelt hij een meeslepend verhaal, in een eenvoudige, sobere toonzetting, met een scherp observatievermogen. Herinneringen van een tomatenkweker is het verhaal van een oude man die aan kanker lijdt en nog maar enkele weken te leven heeft. De morfine is zijn beste vriend: de pijn van de zich nog immer uitzaaiende kanker is zo hevig dat hij onder voortdurende verdoving wordt gehouden. In de paar uur tussen twee, zalige, verlossende morfine-injecties maakt de man een wandeling door de stad, zijn stad, de kleine stad waar hij zijn leven heeft doorgebracht. Maar tegelijkertijd wandelt hij door zijn eigen verleden: de plekken in de stad vallen samen met de plaatsen die in zijn herinnering opdoemen. ‘Herinneringen zijn verdraaiingen’, meent de man, en we zijn dan ook niet zeker in hoeverre het allemaal waar is wat hij de lezer meedeelt. Zijn sterke verhalen over de oorlog, zijn terugkeer vijftig jaar geleden uit die strijd, de woede van zijn landgenoten omdat hij een landverrader zou zijn, zijn affaire met het meisje Maria, het zijn allemaal gebeurtenissen die de man ons vertelt, maar die bij tijd en wijle door de manier waarop ze worden verteld (’s nachts, in eenzaamheid, tegen een hond) een surrealistisch karakter krijgen. We gaan twijfelen. Is deze verteller oprecht? En hij praat verder. 'Waarover praat een man die nog maar korte tijd te leven heeft tijdens de nacht, als iedereen van wie hij houdt slaapt, als het westelijk halfrond zich van de zon afkeert, als de wereld op het punt staat te vergaan, als de sterren zachtjes tegen de ruiten tikken, als de wind huilt in zijn hoofd? (…) Waarover praat zo'n man, terwijl hij wacht tot de morfine de pijn heeft overwonnen? De morfine, zijn trouwe bondgenoot in de strijd. Een verloren strijd.’ Het gevecht tegen de ziekte zal hij verliezen. Maar zijn verslag ervan is zo sterk als hijzelf zwak is. Mooi boekje.