Oude man

Het Stedelijk Museum viert in september zijn eeuwfeest. Maar er lijkt iets mis met het imago van het instituut. Was het onder Sandberg en De Wilde echt veel spannender? En doet de ‘oude man’ Fuchs zelfs weer terugverlangen naar Beeren? Critici, kunstenaars, conservatoren en de directeur zelve geven hun mening.
DIT JAAR BESTAAT het Stedelijk Museum in Amsterdam honderd jaar. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het Stedelijk onder Willem Sandberg (directeur van 1945 tot 1962) uit tot een van de belangrijkste avantgardistische musea van de wereld. Vooral de Cobra-tentoonstelling baarde internationaal opzien. Onder Edy de Wilde (directeur van 1962 tot 1985) werd deze reputatie uitgebouwd met spraakmakende tentoonstellingen als Op losse schroeven, Fundamentele schilderkunst en De jonge Italianen. Over De jonge Italianen wordt nu nog met weemoed gesproken. Maar was dat terecht? Hoe vooruitstrevend was De Wilde? Of hoe saai?

Toen Wim Beeren directeur was (1985- 1992), waren er controversiele tentoonstellingen als Energieen, Horn of Plenty en Wanderlieder. Er werd veel gediscussieerd, men was fel voor of tegen. De tentoonstellingen van Beeren gaven in ieder geval een spannend beeld van wat er toen binnen de actuele beeldende kunst gebeurde. Maar wat gebeurt er eigenlijk in het Stedelijk van Rudi Fuchs? Hoe spannend is het Stedelijk nog?
Het lijkt rustig in de Paulus Potterstraat. Fuchs wil het traditionele moderne museum in ere herstellen. In het Stedelijk moet een wisselwerking ontstaan tussen actuele kunst en klassieke moderne kunst. Maar wordt er echt alleen nog maar geschilderd door een groep oudere meesters en wat jongeren, zoals de serie Coupletten doet vermoeden?
Nu al vindt er een herwaardering van Wim Beeren plaats en hoort men de mening verkondigen dat het onder zijn beleid eigenlijk toch wel spannend was. Wordt dat over tien jaar ook over Rudi Fuchs gezegd? Spannend of niet, over een ding is iedereen het eens: Fuchs kan kunst ‘mooi hangen’. Is het Stedelijk mooi en ongevaarlijk geworden? Fuchs zelve meent: 'Ik vind het Stedelijk reuze spannend. Als mensen vinden dat het Stedelijk saai is, moeten ze eens naar de Tate Gallery in Londen gaan. Daar maken ze tentoonstellingen van De Kooning, Matisse, Picasso. Allemaal prima, maar in het Stedelijk ligt de nadruk nog steeds op de avant-garde, op de jonge kunst en jonge kunstenaars. Niet omdat ze jong zijn, maar omdat ze dingen doen die we nog niet gezien hebben. Het kunnen ook oudere mensen zijn, die we vergeten zijn. Als mensen zeggen dat het Stedelijk saai is, bedoelen ze dat de kunst die er hangt onjuist is.’
ANNA TILROE, kunstcritica, oordeelt hard: 'Fuchs heeft het erbarmelijk gedaan in de afgelopen twee jaar wat de actuele kunst betreft. In het buitenland wordt er steeds minder positief over het Stedelijk gesproken door mijn collega’s. Er gebeurt heel veel in de Nederlandse kunst, maar dat vind ik niet terug in het Stedelijk en andere musea. Het Stedelijk treft de grootste blaam. Dan heeft De Wilde het toch beter gedaan met zijn jonge Italianen. Onder Beeren had ik nog het gevoel dat er begrip was voor het actuele in de kunst, een bepaalde mentaliteit in een periode. Het Stedelijk is een museum van hedendaagse kunst, van de kunst die nu speelt. Daar zie ik nu niets van terug.’
Frank Gribling, beeldend kunstenaar en kunsthistoricus: 'Fuchs heeft een aantal kwaliteiten. Zo kan hij fantastisch presenteren. In Den Haag had hij binnen drie maanden dat stoffige, ingeslapen museum verbouwd en in stijl gebracht. De collectie werd door elkaar gegooid en opnieuw gepresenteerd. In het Stedelijk heeft Fuchs echter te weinig ruimte voor verrassende, nieuwe dingen tot zijn beschikking. Met Couplet heeft hij een goede formule gevonden, maar met de invulling ervan ben ik het niet eens. Ik zou meer gevoeligheid van hem verwachten voor wat er internationaal aan de hand is. Dat zit hem echt niet in een paar individuele kunstenaars die de toon aangeven. Fuchs heeft een paar toppers, de meesters van zijn generatie.’
Milco Onrust, galeriehouder te Amsterdam: 'Het Stedelijk is het ideale museum, en vooral zoals Fuchs het doet. Onder Beeren vond ik het Stedelijk doods, onbezonnen, slecht gepresenteerd en absoluut niet spraakmakend. Ik kan het Beeren niet vergeven dat het Stedelijk onder zijn bewind tot een smerige, rokende puinhoop is verworden. Onder Fuchs ziet het museum er ineens weer heel verzorgd uit. Ik hoor in het buitenland heel vaak dat er zo veel gebeurt in het Stedelijk. Alleen het aankoop- en bestedingsbudget zou groter moeten zijn.’
Marlene Dumas, beeldend kunstenares: 'Ik houd me niet zo bezig met het Stedelijk Museum, ik kom er niet vaak. Ik ging liever naar Fuchs toen hij nog in het Haags Gemeentemuseum zat. Nu ga ik liever naar Witte de Wit in Rotterdam. Wat Fuchs nu laat zien in het Stedelijk, is een beetje goulash. Ik vind het idee van jonge en oude kunstenaars door elkaar heel goed, maar je houdt er vaak een rommelig gevoel aan over. Fuchs in Den Haag vond ik spannender, zoals het werk van Karel Appel naast die Afrikaanse beelden. Maar het Stedelijk kan absoluut veel levendiger.’
Han Schuil, beeldend kunstenaar, hing onlangs met werk in Couplet 4: 'Het is voor een museumdirecteur nu veel moeilijker dan tien of twintig jaar geleden. Het is veel moeilijker om te scoren met tentoonstellingen. Mensen zijn verzadigd, hebben alles al gezien. In de postmoderne tijd, toen Beeren in het Stedelijk zat, was alles mogelijk. Die was altijd al gevoelig voor de tijdgeest. De Wilde had nog net geprofiteerd van de jonge Italianen. Fuchs was in de jaren zeventig gevoelig voor de tijdgeest. Je weet wat je krijgt als je Fuchs inhuurt. Je weet wat zijn voorliefdes zijn, die haal je automatisch binnen. Hij gaat niet iets heel anders doen. Je kan je wel afvragen of hij verrassend kan zijn.’
RUDI FUCHS: 'Men zegt nu dat De jonge Italianen zo verrassend waren. Achteraf bleek dat niets te zijn, althans minder dan het leek. Alleen Cuchi en Clemente zijn overgebleven. Wim Beeren heeft in Rotterdam wel eens een graffiti-tentoonstelling gemaakt. Dat vond iedereen prachtig, maar het zit nu allemaal in de kelder en komt er van zijn leven niet meer uit. Is dat dan verfrissend? Ik heb een beeldententoonstelling gemaakt in het Van Abbe in Eindhoven, De statua. Daar praatte iedereen over, zelfs Jhim Lamoree, mijn liefste vijand. Dat heb ik gewoon gemaakt, niet eens bij nagedacht. Ik wilde niet iets maken dat revolutionair was, dat vind ik een foute gedachte. Iedereen in dit land heeft zijn revolutie gehad: Als man sie da wiederfand, da waren sie in Widerstand. Je kunt de tijd niet voor zijn, je moet datgene tentoonstellen wat volgens je overtuiging goed is.’
Anna Tilroe: 'Een directeur van het Stedelijk moet nieuwsgierig zijn, openstaan voor hedendaagse kunst. Dat doet Fuchs niet, dat zegt hij openlijk. Hij gedraagt zich als een oude man. Als je niet nieuwsgierig bent, word je al heel snel oud. Hij legt de kunsthistorie vast: hoe gaan we een kunstenaar inpassen in dat wat er al is? Dat zie je hem steeds doen bij die Coupletten: hij zet oudere kunstenaars neer, de jongeren worden daar aan aangepast. Dan lijkt het of er verwantschappen zijn. Zo maak je de kunst statisch. Waarom zie je nooit Mike Kelley, of Louise Bourgeois? Omdat die niet passen bij de rest van de collectie.’
Han Schuil: 'De traditionele rol van het Stedelijk was het laten zien van de avant- garde, nieuwe stromingen. Er is altijd behoefte aan stromingen, maar als ze er niet zijn, zijn ze er niet. De tijdgeest van nu is dat de kunst alle kanten op gaat. Dokumenta '82 werd door iedereen bejubeld en Fuchs doet nu in principe hetzelfde, met nieuwe maar ook oude kunstenaars. Trouw is geen slechte eigenschap voor een museumdirecteur. Maar er is meer dan wat er nu in het Stedelijk is. Ik vind dat fotografie bijvoorbeeld in het museum hoort, dat is een belangrijke kunststroming.’
Frank Gribling: 'Na de oorlog maakte het Stedelijk onder Sandberg aanvankelijk een inhaalmanoeuvre. Alles was nieuw. Sandberg heeft een aantal fantastische tentoonstellingen gemaakt, zoals die met Cobra. Onder De Wilde raakte het Stedelijk ingeslapen. Dat is tragisch geweest voor een hele generatie kunstenaars. De Wilde was een collectioneur met smaak die niets moest hebben van de zaken die aan de orde waren in de jaren zestig, zoals Pop Art en Formeel Realisme. Op het einde van zijn carriere heeft hij dat een beetje goed gemaakt, met bijvoorbeeld De jonge Italianen. Al had hij nooit veel feeling met jonge kunstenaars.’
RUDI FUCHS: 'De mens heeft alles al gezien, er is een grote informatiestroom. Kunst is populair geworden, heeft een heel ander karakter gekregen dan bijvoorbeeld in de tijd van De Wilde of Sandberg. De Dokumenta heeft niet meer dezelfde impact als destijds in 1958 of 1962. Ik zie geen dramatische nieuwe stroming. Het Stedelijk Museum laat bij tijd en wijle onbekende dingen zien. Dat wordt steeds moeilijker, er zijn veel meer musea en kunsthallen. Je kunt proberen zo snel mogelijk iets tentoon te stellen, zoals in het Boymans.
Maar moet een museum wel voortdurend meebewegen met de stroming? Het heeft toch een anker nodig. Anders raakt het op drift. Het kunstwerk heeft een eigen autonomie. Het Stedelijk Museum hoort een traditioneel museum te zijn. Het beheert verzamelingen, het vult verzamelingen aan. Tegelijkertijd laat het zien wat er gebeurt. Behalve dat het museum een beweging in de tijd doormaakt, maakt het zijn eigen geschiedenis. Wat vandaag gebeurt, bepaalt onze blik op het verleden. De geschiedenis begint vandaag. Ik heb een heel normale didactische behoefte. Ik ben een oude leermeester. Ik heb dan ook altijd ontzettend graag les gegeven aan de universiteit.
Er is echter een groot verschil tussen een museum en kunstgeschiedenis, dat vergeten mensen vaak. Het museum is een sensuele plek, waar je langdurig naar dingen kunt kijken. Als je wilt weten hoe het zat met het kubisme of de videokunst in de jaren zestig, moet je een boek gaan lezen. In die boeken kun je precies dat plaatje naast een ander plaatje zetten. Maar dat kunnen wij hier niet, want het ene plaatje hangt misschien in Japan en het andere in Buenos Aires. Het museum is de plek waar vermeden moet worden dat men naar een ding kijkt. Want de essentie van een schilderij is dat je er naar kijkt, je je omdraait en vervolgens naar iets anders kijkt.’
Anna Tilroe: 'Fuchs confronteert kunstwerken met elkaar, die formalistische visie heeft hij nooit verlaten. Ethiek is vies. Culturen van etnische minderheden zijn nooit aan de orde gekomen in het Stedelijk, kunst van vrouwen ligt niet zo goed. Iemand heeft eens over Fuchs gezegd: Marlene Dumas bekijkt hij door zijn wimpers, dan ziet hij alleen de formele aspecten en niet de inhoudelijke.’
Fuchs: 'Mensen zullen regelmatig zeggen dat het Stedelijk saai, traditioneel, te gezapig of verzadigd is. We kunnen net zo goed de zaak leegruimen en elke avond een discussieavond houden over slachtofferkunst, de aids-bestrijding, Joegoslavie. Kan de kunst aan die zaken beantwoorden? Kunst geeft troost, als je het deftig wilt zeggen.’
Jan Hein Sassen, conservator van de collectie van het Stedelijk Museum: 'Inhoeverre moet beeldende kunst kritisch zijn, een boodschap hebben? Daar is geen echte polemiek meer over. Het zit niet in het nieuwe, maar in de manier waarop je het brengt. Wat is vernieuwend? Hoe lang houdt een cultuur dat vol? Beeren maakte meer los door zijn persoonlijkheid, Fuchs is een gemakkelijker mens. Je hoort nu opeens dat het onder Beeren minder saai was, met tentoonstellingen als Energieen en Wanderlieder. Beeren is van de generatie van bijvoorbeeld Pop Art, Fuchs houdt veel meer van het schilderen. Fuchs houdt niet zo van video en allerlei installaties, maar als het goed is, wordt het wel gekocht. Nu gaat hij bijvoorbeeld een werk van Kabakov kopen.’
Volgens Fuchs worden de Coupletten zeer enthousiast bediscussieerd in Amerika en Europese tijdschriften. Jhim Lamoree schreef afgelopen zaterdag in Het Parool: 'Een Couplet laat de zwemvesten leeglopen waarmee we ons drijvende houden in de mer a boire van de moderne en hedendaagse kunst, zonder nieuwe aan te bieden. Want daarvoor is een Couplet te intuitief en te weinig een systeem.’
Dorine Mignot, plaatsvervangend hoofd van de afdeling schilder- en beeldhouwkunst van het Stedelijk Museum: 'Het Couplet is een nieuwe formule, dat werkt de ene keer beter dan de andere keer. Je moet heel hard werken om dat goed te doen, het brengt veel beperkingen met zich mee. Daarom houden we er nu mee op.’
Han Schuil: 'Het is logisch dat de Coupletten niet zo'n indruk maken als bijvoorbeeld De jonge Italianen. Er hangen verschillende generaties bij elkaar, daar kan je nooit een echte draai aan geven. Je komt nooit met een nieuw beeld. De jonge Italianen, die overigens niet allemaal zo jong waren, veroorzaakten na de jaren zeventig met hun minimale en conceptuele kunst toch een sensatie. De afgelopen jaren had je de politiek correcte kunst. Misschien had Fuchs dat wel gebracht toen hij dertig was, maar op deze leeftijd niet.’
MILCO ONRUST: 'Er is niet meer zoiets als een stroming, zoals destijds de Jonge Italianen, de Jonge Duitsers. Bij Fuchs gaat het om andere waarden in de kunst, niet alleen om de actualiteitswaarde. Kunst heeft belang voor later. Daar heeft Fuchs een hele goede vorm voor gekozen met de Coupletten. Het concept van Coupletten laat toe dat hij een kunstenaar nu kan laten zien, maar ook over twee jaar. Fuchs is trouw aan zijn keuzes, maar hij toont niet alleen zijn vaste kring van kunstenaars. Bij hem gaat het om de eeuwige waarde van de kunst, om het maar heel gezwollen te zeggen. Fuchs gaat bij heel veel jonge kunstenaars in het atelier kijken, dat deed Beeren bijna niet. De aandacht waarmee Fuchs met het Stedelijk omgaat, is zeldzaam. Toen hij net aangesteld was in het Stedelijk richtte hij een paar zalen met werk van De Kooning in, werk dat ik vanaf 1978 regelmatig had gezien. Maar zo mooi als Fuchs ze daar presenteerde, had ik ze nog nooit gezien. Fuchs kan ongelooflijk goed hangen. Ik kom ruimschoots aan mijn trekken in het Stedelijk.’
Anna Tilroe: 'Het Stedelijk biedt hoofdzakelijk schilderen en beeldhouwkunst, de rest kom je niet tegen. Dat zie je ook bij de Coupletten. De echte vitaliteit, uitdrukkingen van de huidige wereld, zit niet in het schilderen of beeldhouwen, dat zit in de multimedia, in kunstenaars die werken met video en foto, met installaties.’
Fuchs: 'Er is een enorme splitsing in de kunstwereld gaande, daar praten wij in huis ook over, over dat wat zich buiten het schilderij begeeft. Ik vind niet dat het schilderij ouderwets is; het schilderij is eeuwig. Zolang er kunst bestaat, zal er geschilderd worden, zullen er beelden worden gemaakt. Vijf jaar na de Dokumenta van 1982 viel men mij aan - het zou alleen maar schilderkunst zijn geweest. Dat is gewoon niet waar, kijk naar de catalogus. Toen ik in Eindhoven met de Duitse schilders begon, zoals Immendorff, vond iedereen dat prachtig. Over Pyke Koch heb ik geen kwaad woord gehoord in de Nederlandse kritiek, terwijl je kunt zeggen: dat kennen we toch, het hangt in elk museum.’
Anna Tilroe: 'Het Stedelijk is er voor de hedendaagse kunst. Het is echter niet dynamisch maar statisch. Er gaat geen inspirerende werking voor jongere bezoekers van uit. Sociale kwesties in de Amerikaanse kunst, over sekse of ras, zie je niet in het Stedelijk. Ik geef les op de Rijksacademie. Die kunstenaars vervelen zich vaak bij de Coupletten, terwijl die een referentiepunt zouden moeten zijn voor jongere kunstenaars. In vergelijking met andere musea in de wereld is de inrichting van het Stedelijk overigens een juweel. Het is een genoegen om daar rond te lopen. Dat is ook een sterk punt van zijn Coupletten, die zijn smaak- en liefdevol.’
Han Schuil: 'Jonge kunstenaars kijken niet meer zo op tegen het Stedelijk als kunststudenten vijftien jaar geleden. Ze zijn een beetje gelaten. Hun referentiekader is zoveel groter geworden, ze gaan nu op schoolreisje naar New York. Dat was vroeger ondenkbaar. Het was voor Sandberg en De Wilde toen veel makkelijker.’
Milco Onrust: 'Het Stedelijk is ook voor oudere mensen. Daarom vond ik Breitner een slimme zet. Het is geen slechte formule om jonge avantgardistische kunstenaars te tonen op dezelfde verdieping met nogal stoffige kunst. Ik liep tijdens de Breitner- tentoonstelling rond, mensen komen dan van Breitner bij Han Schuil terecht en schrikken zich dood. Er moeten bezoekers in het museum komen, dat is ook de taak van Fuchs. Als de Alfa Romeo-tentoonstelling in de Beurs van Berlage of de Kunsthal in Rotterdam was geweest, was ik er niet heengegaan. Die nieuwe vleugel, waar de Alfa Romeo’s stonden, is afschuwelijk, net een garage. Die auto’s kwamen daar heel goed in uit.’
RUDI FUCHS: 'De 450.000 toeschouwers die we jaarlijks binnen krijgen, krijg je niet alleen met Gunther Forg. Daarom heb je af en toe Breitner of Alfa Romeo nodig, daar schaam ik me niet voor. Althans, ik schaam me er niet voor als de gemeenteraad er zich niet voor schaamt. Op het moment dat de gemeenteraad zegt tevreden te zijn met driehonderdduizend bezoekers, als financiele basis voor het Stedelijk, dan zijn wij misschien een hoop gelukkiger. Over Breitner heb ik overigens geen kwaad woord gehoord. Er zijn mensen die zeggen: moet dat nou? Breitner hebben wij ook gemaakt omdat het Breitner is en omdat mensen er recht op hebben. Het museum is ook voor oudere mensen. Wij kunnen ons dank zij Breitner en Alfa Romeo veroorloven dingen te laten zien die niet populair zijn. Dat is het grote probleem van de Kunsthal in Rotterdam, daar kunnen ze dat nooit, die worden automatisch in de richting van de mode en de tijdgeest gedrongen.’
Han Schuil: 'De nieuwe vleugel is geschikt voor Alfa Romeo, maar Breitner is niet voor het Stedelijk. Het ziet tijdens zo'n Breitner-tentoonstelling grijs van de bejaarden, maar die bezoeken de afdeling moderne kunst niet. Je trekt mensen op die manier niet naar een museum; je verdient er hoogstens geld mee. Ik heb begrepen dat Fuchs zelf niet zo dol op Breitner is.’
Fuchs: 'Breitner was een traditionele tentoonstelling, gemaakt door zeer bekwame kunsthistorici van de Vrije Universiteit. Ik wilde een Breitner-tentoonstelling maken omdat ik Breitner een buitengewoon curieuze schilder vind. Het is een schilder aan het begin van deze eeuw die bewust niet modern wilde worden, die ophield met schilderen toen hij niet meer wist wat hij er mee aan moest. Dat vind ik dus een interessante man.’
HAN SCHUIL: 'De directeur van het Stedelijk heeft de absolute macht. De conservatoren zijn ingeslapen omdat ze nooit macht hebben gehad. Fuchs zou veel meer tegenwerk moeten krijgen van hen, dat zou voor hem ook spannender zijn. Ik weet eigenlijk helemaal niet welke conservatoren er in het Stedelijk werken. Ook een jong iemand met frisse plannen staat uiteindelijk in dienst van de directeur. Dat lijkt me frustrerend. Onder Beeren hadden ze geen centje macht, die kon niets delegeren, wilde alles zelf doen. Fuchs laat misschien de dingen meer over aan de conservatoren, maar ik vraag me af of het niet al te laat is. Ze schrijven ook veel te weinig essays.’
Fuchs: 'Er zou een groter verloop moeten zijn onder conservatoren, maar zo is de Nederlandse organisatievorm nu eenmaal. En het Stedelijk is voor conservatoren een begerenswaardige post. Mensen zitten hier tot hun pensioen. Voor de hele museumwereld zou het beter zijn als er een grotere mobiliteit zou zijn onder conservatoren. Als er een conservator naar mij toekomt met een uitstekend idee voor een tentoonstelling en hij of zij is werkelijk gepassioneerd, dan gebeurt het ook. Tenzij ik er totaal tegen ben, zoals met Kelley. Ik vind Mike Kelley gewoon niet goed.’
Jan Hein Sassen: 'Als je als conservator enthousiast bent over iets, luistert Fuchs naar je. Je kunt ook gewoon tegen hem zeggen: ik ben het er niet mee eens. Maar dan zegt Fuchs: ik doe het lekker toch. Men verwijt ons weleens dat wij ons nooit laten zien, maar waarom zouden we dat moeten? Door wat we tonen, zijn we toch al polemisch genoeg?’
Milco Onrust: 'Er lopen talloze conservatoren in Nederland rond, dus ook in het Stedelijk, waarbij de liefde voor de kunst heel ver te zoeken is. Het zijn ambtenaren, grijze muizen, dat is een tragische zaak. Ik ken er veel die er niets van terecht brengen. Terwijl ze genoeg ruimte hebben. Toen Fuchs net was aangesteld, heeft hij een vergadering gehouden met alle conservatoren. Onder Beeren hadden die mensen veel minder te vertellen. De conservatoren durven niet met hun eigen liefdes bij de directeur aan te komen, ze zijn gewoon bang om voor mietjes versleten te worden. Ik heb ze bij mij over de vloer gehad. Dan zeiden ze: kijk eens, wat een prachtig werk. Als ik dan zei: raad het dan bij je directeur aan, zeiden ze: nee, die zal het wel niets vinden.’
Anna Tilroe: 'De conservator komt met voorstellen, maar als de directeur bijvoorbeeld geen liefde heeft voor fotografie of video, dan heeft dat geen zin. Video is een buitengewoon belangrijke kunstvorm, daar moeten de conservatoren iets mee doen. Ze moeten verkenners zijn, die daar ook de ruimte voor krijgen.’
RUDI FUCHS: 'De critici berijden hun eigen stokpaardjes, ik berijd de mijne. Ik berijd echter ook allerlei andere paarden. Ik heb namelijk te maken met conservatoren, Anna Tilroe en Jhim Lamoree niet. Er is in Amsterdam een inner circle met een heel esthetische houding, die vindt het allemaal maar niks wat ik doe. Misschien vonden die het bij Beeren en De Wilde ook saai. Natuurlijk ben ik gevoelig voor kritiek. Het houdt me bezig, je wilt toch dat zo veel mogelijk mensen het aardig vinden wat je doet.’
Jan Hein Sassen: 'De kunstkritiek zit op een dood spoor, er is geen echte polemiek meer. Men is bang de plank mis te slaan, men is bang voor posities. Waar blijft de Hermans van de kunstkritiek?’
Han Schuil: 'De ideale directeur bestaat niet. Ik houd niet van museumdirecteuren die achter van alles aan rennen, die de hele dag hun neus in de kunsttijdschriften steken en daar nieuwe trends uit oppikken. Ik denk dat Fuchs ideaal is om confrontaties te brengen. Toen Fuchs net benoemd werd, zei ik dat hij degelijk is, maar meer om zich heen moet kijken naar jongere kunst. Hij heeft gezegd dat hij jonge schilders die geen ontzag meer hebben voor het modernisme, geen ballast meer hebben, interessant vindt. Ik hoop dat hij die meer de kans gaat geven in het Stedelijk.’
Dorine Mignot: 'Er is absoluut meer aan de hand dan je nu in het Stedelijk ziet. Ik mis de discussie wel eens. Het Stedelijk heeft niet langer de positie die het vroeger had. Dat vind ik jammer, maar ik weet zeker dat die terugkomt. Het Stedelijk is een zeer machtig instituut. In Amsterdam weet iedereen veel van kunst, er wordt veel naar het Stedelijk gekeken. Het Stedelijk heeft een sociale functie.’
Fuchs: 'Een museum moet er ook voor zorgen dat dingen niet vergeten worden. Misschien is dat wel een drijfveer van me geworden. Ik vind dat er veel ontdekt wordt maar tegelijkertijd veel meer wordt vergeten. Dat wat vergeten wordt, is niet populair, anders zou het niet vergeten worden. Je hoort nu sommige mensen zeggen dat het onder Beeren eigenlijk wel spannend was. Misschien zegt men dat over tien jaar ook wel over mij.’