FBI-methoden sinds 11 september 2001

Oude man met bom

In de oorlog tegen het terrorisme boekt de Amerikaanse justitie resultaten met methoden die in Nederland verboden zijn. Tweehonderd vermeende home grown terroristen zijn inmiddels veroordeeld. Maar of die ook echt kwaad hadden kunnen uitrichten is de vraag. Neem de zaak United States versus Ronald Allen Grecula

WASHINGTON – De Nederlandse Irakees Wesam Al D. (alias Osama de Kapper) zit sinds 2 mei vast in de gevangenis van Amersfoort. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij aanslagen op Amerikaanse soldaten in de buurt van Fallujah. Het voornaamste bewijsmateriaal is een door hemzelf opgenomen filmpje. Daarop is te zien hoe hij samen met enkele andere mannen, allen met witte kapmutsen op het hoofd, mijnen verstopt om patrouillerende soldaten mee op te blazen. En ze scheppen daar natuurlijk ook over op. Inmiddels heeft Amerika om uitlevering verzocht.

Daar zal Wesam zeker worden veroordeeld. Want Amerikanen houden van resultaten, ook in de oorlog tegen het terrorisme. Als je de verklaringen van woordvoerders mag geloven, is al vier keer «de nummer drie van Al-Qaeda» opgepakt of doodgeschoten. President Bush verklaarde onlangs dat sinds 11 september 2001 «het onderzoek van de federale inlichtingendiensten tot vierhonderd aanklachten heeft geleid». De helft zou al zijn veroordeeld. Ook minister van Justitie Alberto Gonzales spreekt trots van tweehonderd veroordeelden. Dit blijkt schromelijk overdreven. Een zorgvuldige analyse, onder meer verricht door New York University, leert dat er in werkelijkheid slechts 39 verdachten werden veroordeeld op verdenking van medeplichtigheid bij het beramen van een terroristische aanslag. De overige 161 veroordeelden werden inderdaad opgepakt na 11 september, maar kregen uiteindelijk lichte straffen voor overtredingen die niets te maken hebben met terreur. Het gaat bijna altijd om schending van de immigratiewetgeving en valse verklaringen. Ook waren twintig van de tweehonderd veroordeelden betrokken bij fraude met vergunningen voor vrachtwagens, vergelijkbaar met de wetsontduiking van de leiding van Taxi Centrale Amsterdam. Die twintig waren overigens net als Wesam, de voormalige winnaar van een Carlo Boszhard Show, van Iraakse afkomst, waardoor ze nauwelijks opvielen in de categorie «terrorisme».

In Amerika is er weinig verbazing, laat staan ophef over de discrepantie tussen de cijfers van de regering en de universiteit. Het went. Bush beweerde in april immers nog dat Amerika 150.000 Irakezen heeft «opgeleid en toegerust» tot soldaat. Het Amerikaanse leger durft daarentegen maar vijftienhonderd opgeleide Iraakse manschappen de straat op te sturen. Maar met soldaten is het anders dan met terroristen. Van de laatste kun je er niet genoeg oppakken, alleen te weinig. Vandaar dat de na 9/11 geïntroduceerde terrorismewetgeving, de zogenoemde patriot act, kort na de aanslagen in Londen zonder moeite en nagenoeg ongewijzigd opnieuw – en dit keer permanent – door een meerderheid van de leden van het Huis van Afgevaardigden werd aangenomen. Begrijpelijk is ook dat geen Amerikaan er rouwig om is dat iemand als Iyman Faris achter de tralies verdwijnt, een vrachtwagenchauffeur die met plannen rondliep om Brooklyn Bridge op te blazen. En Ali Timimi, een geestelijk leider die in de staat Virginia moskeegangers opzweepte om naar Pakistan te gaan en vandaar mee te strijden in een heilige oorlog tegen Amerika. Zoals we in Nederland weten: één terrorist kan al een hele natie ontwrichten.

Toch knaagt er iets. Want zelfs onder de 39 overgebleven veroordeelde terroristen zitten merkwaardige, op z’n zachtst gezegd kleurrijke gevallen, waarvan de burger zich kan afvragen of ze kwaad hadden kunnen uitrichten – of dat nu de intentie van de veroordeelden was of niet.

Neem Hemant Lakhani, een Britse textielhandelaar van Indiase afkomst. Twee jaar geleden werd hij opgepakt toen hij probeerde een luchtdoelraket te verkopen aan een FBI-agent die zich voordeed als een Somalische terrorist. Onlangs is de 69-jarige praktiserende hindoe schuldig bevonden. Er hangt hem nu een gevangenisstraf van vijftien jaar boven het hoofd. De Amerikaanse autoriteiten en Associated Press – en dus alle Nederlandse dagbladen – noemen hem een «Britse wapenhandelaar». In werkelijkheid blijkt hij slechts één keer eerder in zijn leven betrokken te zijn geweest bij een wapentransactie. Dat betrof de legale verkoop van elf pantservoertuigen aan de regering van Angola. En het kostte de man destijds bijna drie jaar om die deal rond te krijgen.

Maar het was kort na 11 september tijd om boeven te vangen. Een beroepsverklikker tipte de Amerikaanse geheime dienst. Hij dichtte Hemant de Arabische naam Hemad toe en beweerde dat de man een grote vis is, wiens zaken bij elkaar opgeteld goed zijn voor zo’n vierhonderd miljoen dollar. Hoewel de FBI al snel begreep dat de verklikker overdreef, werd kort na 11 september een onderzoek gestart. Dus nam de «Somalische terrorist» van de FBI contact op met Lakhani en vroeg hem om de raket. Lakhani groef toen zijn eigen graf door te verklaren bewondering te hebben voor Osama bin Laden. In het politieke klimaat van die dagen was dat genoeg: Lakhani hoefde alleen nog maar te worden betrapt. Na de bespreking met de FBI-agent probeerde hij een jaar lang tevergeefs een leverancier te vinden. Zo fantastisch waren zijn contacten in de internationale wapenhandel niet. Dat duurde de Amerikanen te lang, dus vroegen zij de Russische geheime dienst om Lakhani een draagbare SA18-raket aan te bieden. Daarmee kun je vliegtuigen op vijf kilometer afstand uit de lucht schieten. Dat vond Lakhani prachtig. Maar hij bleek niet bereid – of in staat – het geld te verzamelen om het eerste exemplaar te kopen, dat een opstapje moest worden naar de aankoop van tweehonderd raketten. Zelfs voor de aanschaf van dit eerste exemplaar schoot de Amerikaanse geheime dienst dus te hulp. Met tachtigduizend dollar Amerikaans belastinggeld kocht Lakhani zijn eerste raket, van Russische geheime agenten, voor geheime agenten uit Amerika.

De Russen hadden het ding al onklaar gemaakt voor de verkoop. De oude Lakhani zag dat niet. Hij bleek überhaupt niet veel te weten van het wapen. Op het filmpje dat de Russische geheime dienst van de verkoop had laten maken, is de oude Indiër te zien terwijl hij de raket aan de verkeerde kant oppakt. De Russen speelden het spel goed mee. Toen hij triomfantelijk in de kamer stond te draaien met het ding verkeerd om op zijn schouder, doken de geheime agenten geschrokken achter de bank.

Inmiddels heeft Lakhani enkele interviews gegeven vanuit de gevangenis. Daarin breekt hij telkens opnieuw in huilen uit. «Ik heb mijn naam te grabbel gegooid», jammert de vegetariër. Zelfs zijn eigen advocaat noemt hem een «idioot». Maar Bush noemde de veroordeling van Lakhani «een goed voorbeeld van wat wij doen om de Amerikaanse burger te beschermen». Vandaar dat Lakhani’s advocaat ook zei: «Vóór 11 september had er nooit zo’n zaak kunnen zijn. In dit geval heeft de regering opgetreden als een brandweerman die eerst de brand aansteekt, daarna aan de alarmbel trekt, dan de mensen redt en daarna roept: wat ben ik een held!»

In Nederland zou het niets zijn geworden met deze zaak. Uitlokking is er niet toegestaan. Infiltratie wel. Sinds de IRT-affaire is die opsporingsmethode geregeld in de BOB, de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden. Dus is het begrijpelijk als de zaak-Lakhani wordt afgedaan als een van de «Amerikaanse toestanden». Maar onverschilligheid doet geen recht aan de slachtoffers van terreurdaden. Indach tig toekomstige slachtoffers is er wel iets te zeggen voor «preventieve» gevangenisstraffen zoals die nu in Amerika worden gegeven. Maar gecombineerd met het verlangen resultaten te zien, is het gevaar daarvan ook duidelijk.

Neem het geval Ronald Allen Grecula, een 68-jarige man uit Bangor, Pennsylvania, die op 20 mei werd gearresteerd in Houston, Texas. Een moeilijk geval. Grecula heeft nog minder gedaan dan Lakhani, maar hij was veel van plan. Hij heeft geprobeerd, in de woorden van de aanklager, «een explosief te bouwen en te verkopen aan een geheim agent die zich voordeed als iemand die directe contacten heeft met terreurbeweging Al-Qaeda».

Opnieuw kwam de geheime dienst in actie na een tip. Dit keer van een voormalige cel genoot die samen met Grecula een gevangenisstraf had uitgezeten op Malta. De vermeende terrorist had zijn twee kinderen ontvoerd en naar het eiland gebracht. De kinderen waren toegewezen aan zijn ex-vrouw. Grecula was daar boos over. In de cel had hij opgeschept over zijn kennis en verteld dat hij een uiterst gevaarlijke «warme-fusiebom» kon maken. En dat hij redenen genoeg had om daarmee Amerikanen de dood in te jagen. Daarmee was de celgenoot naar de politie gestapt.

Maar hoe gevaarlijk is deze man, eigenaar van het bedrijfje Polysteel Betterworld Technologies, nu werkelijk? Oordeel zelf. Dat is mogelijk, want de FBI heeft transcripties vrijgegeven van de afgeluisterde gesprekken die Grecula voerde met zijn voormalige celgenoot en twee geheim agenten. Ook de jury moet in de rechtszaak op basis van deze teksten tot een oordeel komen.

«Ik ben wat mensen wel een onderzoeker noemen», zei Grecula op 15 mei tegen een geheim agent van de FBI die zich voordeed als contactpersoon van Al-Qaeda.

Grecula: «Ik heb gewerkt aan nieuwe energietechnologieën. En sommige daarvan noemt men wel ‹exponentieel›. De krachten die daarbij vrijkomen zijn groter dan alles wat vandaag bekend is. Op kernenergie na dan. Kernenergie is natuurlijk krachtiger, maar er is niets wat daar dichter bij in de buurt komt dan dit.»

Grecula: «Tuurlijk, het interessante aan deze technologie is dat het makkelijk geactiveerd wordt. Het is warme-fusietechnologie. Het is pure fusie. Over de chemische componenten kunnen we natuurlijk praten. Het heeft alles met fotomagneten te maken, omdat het hier over een elektro-chemisch systeem gaat. Het is een kwestie van het maken van het juiste toestel dat de gassen bevat. Die gassen zijn chloor en waterstof. En er is licht nodig om ze te ontsteken. De uitbreidingsratio met dit gas is extreem hoog; de snelheid waarmee de deeltjes door de lucht schieten is meer dan tweehonderdduizend meter per seconde. Bij een gewone bom, als de C4 die het leger gebruikt, of gewoon dynamiet, is de deeltjessnelheid onder de achtduizend meter per seconde. Dit is ongelooflijk spul.»

FBI: «Dat klinkt indrukwekkend.»

Grecula: «Ik zou een demonstratie kunnen geven. De meeste ingrediënten kun je gewoon kopen bij een groothandel voor lassers. Dat is het mooie ervan. Er is niets hightech aan. Terwijl het toch hightech is.»

FBI: «Ik begrijp het. Wel, mijnheer Grecula, ik zal met mijn partners praten en ze voorleggen wat u me heeft verteld.»

Grecula: «Vertel ze dat ze het risico moeten nemen om een tripje te organiseren. Want dat is de enige manier om het te doen. En hoe minder er op papier staat, hoe beter. Hoewel ik veel documentatie heb met betrekking tot de toepassing hiervan op motoren en zo meer. Het ironische is dat als die toepassingen ooit in ontwikkeling worden genomen, het een doorn zal zijn in de ogen van de grote oliemaatschappijen. Die zullen zich doodschrikken als er een prototype rondloopt dat zijn eigen brandstof regenereert, dat nooit meer naar de benzinepomp hoeft. Dat zou terroristisch zijn voor de grote oliemaatschappijen. Wel, dat verdienen ze.»

FBI: «Huh, de klant waarvoor ik werk houdt niet zo van Amerikanen. Helemaal niet zelfs. Dus als wij zaken doen, dan valt uw uitvinding in handen van mensen die uw land kwaad willen doen. Begrijpt u dat?»

Grecula: «Dat zal me een rotzorg zijn. Ik kan u één ding vertellen over deze technologie: ze benadert kernenergie in haar mogelijkheden, zoals nucleaire bommen, weet je.»

FBI: «Ja.»

Later, in hetzelfde gesprek:

Grecula: «We moeten een training beginnen, een opleiding organiseren. Dan laten we zien hoe het moet en dan kan iedereen het daarna doen, begrijp je?»

FBI: «Oké.»

Grecula: «En dan kunnen ze ermee aan de slag. Het hangt er natuurlijk van af hoe groot ze het willen hebben. Ik probeer nu juist erachter te komen… wel, ik heb een afspraak met een chemicus en ik kom net terug van een groothandel in lasmateriaal. Ik heb inmiddels het chemieboek over de gassen. Dat bestudeer ik nu.»

Op 17 mei belt Grecula nog eens met zijn voormalige celmaat. Ook dit gesprek heeft de FBI afgeluisterd en vrijgegeven.

Grecula: «Ik wil dat jij mijn rechterhand wordt in Parijs. Jij zegt tegen die gasten: ‹Deze vent weet verdomd goed waar hij mee bezig is, en het belangrijkste is, hij heeft een fucking hekel aan de motherfucking regering van de UNITED STATES!› Oké?»

Maat: «Oké, oké.»

Grecula: «En vergeet ze niet te vertellen dat ik in de gevangenis heb gezeten en zo. En dat ik dit spelletje ken.»

Maat: «O ja, dat laat ik ze weten. Ik zal ze vertellen dat je een gangster bent waar niet mee valt te spotten.» (gelach)

Het werd geen Parijs, maar Houston, Texas. Daar, in hotel AmeriSuites, 300 Ronan Park Place, in kamer 307, spreekt Allen Grecula met de agent van de FBI, die zich nog altijd voordoet als een handlanger van Al-Qaeda. Kennelijk als een Russische handlanger van de terreurorganisatie. Passages uit de getranscribeerde conversatie:

Grecula: «Uiteindelijk komt het hier op neer: mijn land heeft me alles afgepakt. Ze hebben me geslagen, gemarteld, mijn kinderen afgepakt.»

FBI: «U bent gemarteld?»

Grecula: «Wel, op mentaal vlak dan. Ik ben beland in de situatie van Spartacus. U kent het verhaal van Spartacus? Romeinse geschiedenis? Hij vormde een leger en vocht tegen Rome. Hij werd gemarteld in de gevangenis, ze sloegen hem in elkaar, ze pakten zijn familie af, vermoordden zijn vrienden, enzovoort. Dus op een bepaalde manier kun je wel zeggen dat ik Spartacus ben. Ik heb geen enkele loyaliteit ten aanzien van Amerika.»

FBI: «Wij voelen hetzelfde. Mijn klanten houden ook niet erg van Amerika – zwak uitgedrukt. Ik wil dat je dat weet. Ik houd ook niet van Amerika om wat het uitspookte met de Sovjet-Unie.»

Grecula: «Mijn eerste zorg is dat ik mijn kinderen terugkrijg. Ik begrijp van weggestreept dat zij Al-Qaeda daar iets aan kunnen doen…»

FBI: «Alles is mogelijk. En het is niet erg moeilijk wat jij vraagt. Maar wacht nog even, eerst dit. Het belangrijkste voor mijn klant is de bom. Jij zei: ja, die is heel explosief.»

Grecula: «Zie je deze tank hier? Zo hoog, zo breed. Als we deze nu hadden gevuld met waterstof en chloor, dan zou dit hotel er nu niet meer zijn. Dan zou hier slechts een grote krater zijn. Niets zou meer overeind staan.»

In afwachting van de komst van een «lid van Al-Qaeda», een collega van de FBI-agent, wordt gesproken over het oprichten van een laboratorium.

Grecula: «Wat ik heb meegenomen is informatie over de dingen die ik in het verleden heb gedaan. En wat ik zou kunnen doen in de toekomst, als technicus. Mijn kennis is niet perfect, maar ik kan mijn voordeel doen met de allerbesten; topwetenschappers uit de hele wereld. Die hebben eerder voor me gewerkt. Ik kan ze opnieuw benaderen en zeggen dat ik een opdracht voor ze heb. Ik zal ze voor hun adviezen betalen. Ik ken echt ongelooflijk veel mensen. Bovendien kunnen ze eraan werken zonder over de bom te weten.»

FBI: «Ik haal mijn partner er nu bij. Maar nogmaals: dit zijn serieuze mensen, gevaarlijk. Ik wil ze niet zomaar praatjes verkopen. Al-Qaeda is serieus. En deze mensen houden niet van Amerikanen, begrijp je dat?»

Grecula: «Laat me dit over Amerikanen zeggen, oké? Ik heb medelijden met de goede burgers van dit land, de boeren en de winkeleigenaars. Er bestaan zeker goede Amerikanen. Maar deze regering is verdorven en slecht, het ergste wat ik in mijn leven heb gezien. Ze willen democratieën stichten midden in de islamitische wereld. Democratieën zijn oké, als ze goed worden bestuurd. En er is geen reden waarom Irak en Iran, als zij een democratie zouden willen zijn, dat niet zelf zouden kunnen regelen. Daar hebben ze ons niet voor nodig. De VS hebben hun weg daar naar binnen gevonden omdat Saddam Hoessein een idioot is. Ik bedoel, die heeft het niet slim gespeeld. Als ik in zijn schoenen had gestaan, had ik het niet zo gespeeld. En Amerika heeft nu zijn smerige poten gezet in een heilige plaats, Mekka. Amerika zal daarvoor boeten.»

Nadat de tweede FBI-agent, de «man van Al-Qaeda», de hotelkamer is binnengekomen, vraagt die, na enige plichtplegingen: «Zo, vertel me eens iets over jezelf, Ron.»

Grecula: «Eh, ik heb een technologie waarin u, denk ik, wel geïnteresseerd bent. Je kunt het eigenlijk gewoon bouwen met spul uit een gereedschapswinkel. Ik ben in een situatie beland, zoals ik net al tegen uw collega zei… Kent u het verhaal van Spartacus? Hij vormde een leger en ging oorlog voeren tegen zijn eigen land, omdat zijn land hopeloos corrupt was geraakt, niet meer te repareren. Rome was er in die dagen zo slecht aan toe dat Constantijn, toen die keizer werd, naar Constantinopel uitweek. De Verenigde Staten zijn maar in één ding geïnteresseerd: werelddominantie. Eén regering in de hele wereld. Ik voel geen enkele loyaliteit ten aanzien van Amerika…»

FBI2: «Wij houden net zo weinig van Amerikanen als jij. Oké? Het enige waar wij in geïnteresseerd zijn is het vermoorden van een hoop Amerikanen. Vind jij dat oké?»

Grecula: «Daar kan ik tegen.»

FBI2: «Kun je daarmee leven?»

Grecula: «Ja.»

FBI2: «Kan dit een gebouw opblazen en een hoop Amerikanen vermoorden?»

Grecula: «Gemakkelijk.»

FBI2: «In orde, Ronald. Ik ga met mijn mensen praten en dan nemen we contact met je op. Maar eerst moeten we jouw antecedenten checken.»

Grecula: «Je mag alles nagaan. Ga je gang.»

FBI2: «We zullen elkaar weer ontmoeten.»

Grecula werd gearresteerd nadat hij opnieuw een groothandel met benodigdheden voor lassers had bezocht, overigens zonder iets te kopen. Na zijn arrestatie werd in zijn huis lithiumnitraat gevonden en een schakelaar die zowel kan dienen om een peertje te doen oplichten als om een bom tot ontploffing te brengen.

De FBI heeft de transcripties vrijgegeven om de zaak van de aanklager kracht bij te zetten. Maar het is de vraag of deze lectuur de zaak van de aanklager helpt. Zou deze oude man, die meent ’s werelds energievraagstuk in zijn eentje te kunnen oplossen, op eigen kracht een lid van Al-Qaeda hebben weten te vinden vanuit een piepklein stadje in Pennsylvania? We zullen het nooit weten, want hij draait de bak in. Al-Qaeda-leden zullen slim genoeg zijn geen contact op te nemen met een veroordeelde.

Rest nog één vraag: kon hij eigenlijk wel een bom maken? De nieuwe vriend van zijn ex-vrouw, Meriles, geen vriend van Grecula, zei na de arrestatie: «Hij raaskalde altijd al over het einde van de wereld en dat hij een nieuwe energiebron kon ontwikkelen. Maar we hebben nooit gedacht dat hij stom genoeg was om het zo ver te laten komen.» Dat wist Grecula zelf waarschijnlijk ook niet, maar de mogelijkheid werd hem geboden. En het ministerie van Justitie zet weer een kruisje.