Economie

Oude oplossingen

Stroperiger maar niet slechter. Dat geldt voor het beleid als het kabinet steun bij de oppositie moet zoeken en een overeenkomst met sociale partners wil sluiten. Het kabinet schuift oude oplossingen naar voren terwijl nieuwe problemen ontstaan zijn. Zo veel slechter wordt het beleid dan niet als Mark Rutte en Lodewijk Asscher moeten luisteren naar Ton Heerts en anderen.

Zo komt het voorstel om de WW-uitkering te verkorten en te verlagen uit tijden van lage werkloosheid en hoge participatie. In zo’n tijd kan het helpen om het arbeidsaanbod te stimuleren door mensen tijdig naar een baan te laten zoeken. Maar de tijden zijn drastisch veranderd: de werkloosheid is opgelopen en zal verder oplopen. Het Centraal Planbureau voorspelt inmiddels een leger van 575.000 werklozen in het volgende jaar. Het voorstel van een kortere en lagere WW-uitkering baat zeker niet, en schaadt wel.

Er is een niet zo denkbeeldig gevaar dat problemen op de arbeidsmarkt en huizenmarkt elkaar versterken. Voor veel huishoudens – naar schatting zo’n 700.000 – is de waarde van het eigen huis lager dan de uitstaande hypotheekschuld: ze staan ‘onder water’. Dit is de erfenis uit de tijd van uitbundige kredietverlening en overoptimistische verwachtingen over almaar stijgende huizenprijzen. Toch leidt deze erfenis (nog) niet tot grote betalingsproblemen of gedwongen huisuitzettingen. De reden is dat die huishoudens de rente op de hypotheekschuld uit het arbeidsinkomen kunnen betalen. Dat kan veranderen als de werkloosheid verder oploopt en als de werkloosheidsuitkering verkort wordt. Dan kunnen voor veel van die huishoudens de lasten van de hypotheekschuld te zwaar worden. Er dreigt het gevaar van een neerwaartse spiraal van oplopende werkloosheid, meer gedwongen huisverkopen, dalende huizenprijzen, wankelende banken, duurder krediet, lagere vraag en oplopende werkloosheid. Hoe groot dit gevaar is, laat zich lastig becijferen. Maar laten we het risico maar niet nemen.

Ook het voorstel om de ontslagvergoedingen aan te pakken komt uit vroegere tijden. Volgens een enquête denkt zo’n 79 procent van de economen dat de werkloosheid onder vijftig-plussers op korte termijn zal stijgen. Dat is inderdaad zeer aannemelijk. Zeker in slechte tijden zal het bedrijven aantrekkelijk lijken om oudere en duurdere werknemers in te ruilen voor jongere en goedkopere. Veel kans op een nieuwe baan heeft de ontslagen vijftig-plusser niet.

Voor veel ontslagen vijftig-plussers wacht een treurig traject van een (verkorte en gekorte) werkloosheidsuitkering en uiteindelijk armoedige bijstand. Vreemd is daarom dat de publieke en politieke aandacht in eerste instantie gaat naar werkloosheid onder de jeugd. De ontslagen ouderen krijgen vrijwel geen kans meer, terwijl de net afgestudeerde jongeren die vroeger of later wel krijgen. De jaren tachtig tonen dat de generatie van net afgestudeerden geen permanente schade van de hoge jeugdwerkloosheid heeft geleden.

Ondertussen is de oude oplossing voor flexibiliteit op de arbeidsmarkt volkomen uit de hand gelopen. In Nederland is de flexibiliteit gezocht in tijdelijke contracten, oproepkrachten, uitzendwerk en tijdelijke, kleine baantjes (minder dan twaalf uur). Het aandeel van tijdelijk werk is opgelopen van elf procent in 1996 naar achttien procent in 2008. Denemarken en de Verenigde Staten staan weliswaar bekend om hun flexibele arbeidsmarkten maar kennen een beduidend kleiner aandeel. Alleen landen als Portugal en Spanje kennen een groter aandeel. De tijdelijke werknemers worden slecht betaald en slecht opgeleid, en kennen weinig zekerheden. Als eerste vliegen ze in een ronde van bezuinigen en efficiency-slagen eruit. In Nederland is de flexibiliteit ook gezocht in zelfstandigen zonder personeel. De zzp’ers vormen zo’n veertien procent van de totale werkgelegenheid. Wederom, dit aandeel is lager in Denemarken en de Verenigde Staten en hoger in Portugal en Spanje. Het zijn ook de zzp’ers die de economische terugslag als eerste voelen.

Nederland heeft een hogere flexibiliteit op de arbeidsmarkt maar heeft die flexibiliteit uiterst raar en ongelijk verdeeld. Nivelleren van deze grote ongelijkheid zou een groot feestje kunnen zijn. Maar het is nog wachten op een uitgewerkt kabinetsvoorstel.

De aloude eisen van de FNV passen uitstekend in de nieuwe tijd. Er is bovendien wat te verwachten van een kabinet dat draagvlak wil en moet bouwen. Het ledenparlement van de FNV zou gek zijn geweest om Ton Heerts niet op pad te sturen. Maar, om de grote ongelijkheid in werkzekerheid te nivelleren, zal het stelsel van ontslagbescherming ingrijpend anders moeten. Het is onduidelijk of Ton Heerts van zijn verscheurde achterban hiertoe de ruimte heeft gekregen.

Het arbeidsmarktbeleid zal van handreikingen en concessies stroperiger maar niet slechter worden. Of het veel beter wordt, is een andere vraag.