Oude-vrouwtjesdrama’s

Toon Tellegen: Twee oude vrouwtjes. Uitgeverij Querido, 101 blz., f27,50
Oude vrouwtjes, wanneer denk je ooit aan oude vrouwtjes, tenzij je er eentje persoonlijk kent; en als je er twee bij elkaar ziet, associeer je ze niet gauw met hartstochtelijke strelingen, tongzoenen en amoureus gezwijmel.

Met drieenveertig verhaaltjes over evenzovele ouwe-vrouwtjesparen opent Toon Tellegen een maagdelijk gebied in de jungle van de emoties. Twee oude vrouwtjes zitten op een bank in de regen. Elk van beiden blijkt op iemand te wachten, in het algemeen. Ze besluiten op elkaar te wachten. ‘Het waren twee eenzame oude vrouwtjes. Ze hadden een leven van niets achter zich en nog maar weinig jaren voor zich en plotseling sloegen ze hun armen om elkaar heen en kusten elkaar hevig…’ Om elkaar onmiddellijk los te laten, zich geschrokken afvragend wat ze eigenlijk van elkaar willen en wat voor moeilijke beslissing dat is, liefde met elkaar te willen sluiten.
In het volgende verhaal gaat het om twee vrouwtjes die al lang heel veel van elkaar houden maar elkaar ook benauwen, zodat de een, nadat ze erom hebben geloot, de ander in een zak bij het grof vuil zet.
Of de twee, twee anderen, zijn zo aan elkaar gewend geraakt dat ze voor elkaar een soort meubelstuk zijn geworden - ook dat letterlijk, zoals in veel verhalen het geval is. En zelf houden ze zich ook strikt aan hun woord: 'Het ene vrouwtje zei plotseling - ze hadden het daar nooit over gehad: “Als ik doodga wil ik een klein zangkoor bij het voeteneind van mijn bed, en ik wil als laatste gerecht chipolatapudding. En als het kan wil ik een zoemende hommel achter de vitrages. Dat zal wel moeilijk zijn. Maar ik wil het wel. Je ziet maar.” ’ Het andere vrouwtje zet de pudding al in de diepvries, vormt met twee oude mannetjes die boven hen wonen een koortje en vangt hommels, maar die gaan voortijdig dood. Wanneer dan het ene vrouwtje sterft, trekt het andere de vitrage over het hoofd en doet een hommel na. Maar wat jammer dat ze ondertussen niet de hand van de stervende heeft kunnen vasthouden, en prompt heeft zij het gevoel dat ze zich heeft misdragen.
Deze drama’s spelen zich af in het bestek van een of twee pagina’s. En in honderd pagina’s komt er een heel scala van gevoelens aan de orde, natuurlijk die met ouderdom en dood zijn verbonden, maar meer nog de liefde en van de liefde alles: tafel en bed (een smal, ijzeren bed soms), het vel, handen en lippen, blikken en woorden, veel woorden en bijbehorende wanklanken, en daar het liefde van soms wel een halve eeuw betreft ook (plotselinge) haat, (groeiende) afkeer, overjarige misverstanden, jaloezie (tot over de dood) en allerhande ongeluk en verdriet.
Namen krijgen de vrouwtjes niet, ze horen tot een soort, maar gelijk zijn ze nooit. Bovendien wonen ze in heel verschillende huizen en wordt erbij vermeld in welke maand het is, zodat je je begint af te vragen of de wrijving tussen twee lichamen meer warmte voortbrengt in december dan in au gustus en wat het wonen in de stad of daarbuiten, in een zolderkamer of een ruim huis voor gevolgen heeft.
In de stad is er soms een oude bovenbuurman met wit haar, een die niet tegen het geluid van strelen of kussen kan, een die vraagt of hij aan hen mag komen, nul op het rekest krijgt en als zij zich vervolgens komen aanbieden zelf niet meer wil, of een die hen in een kast in hun huis opsluit waar ze in elkaars armen, denkend aan voorbije zomers, doodgaan.
Of een grote vrouw dringt binnen en weigert weg te gaan; onder dat schrikbewind vangen de vrouwtjes soms nog een glimp op van elkaar. 'Dan ging er een warm gevoel door hen heen. Het is maar goed, dachten ze dan, dat je gevoel nooit kan zien.’
Er is naast de dichter en de onovertroffen schrijver van dierenverhalen een derde Tellegen opgestaan. Is dit dan geen kinderboek? Nee, al lijkt de manier van vertellen op die van de dierenverhalen die voor alle leeftijden zijn. Het grote verschil is dat het hier om een andere wereld gaat, die van de duur, om oude liefde gaat het, hoe vitaal ook, om gewenning, herhaling, vermoeidheid, dus om duur, en daar hebben kinderen geen weet van.
Een waarschuwing tot slot: twee a drie verhalen daags, dan komen de verhalen het best tot hun recht, een overdosis werkt averechts.