Oude wijn

Dit weekend overleed Tony Judt, die in zijn roemruchte boek Het land is moe links oproept om een nieuwe politiek te formuleren. Voorlopig is rechts Nederland aan zet. En hoe nieuw is die politiek?

EEN KABINETSFORMATIE gaat voor parlementair journalisten gepaard met veel hangen en wachten. Voor deuren van fractiekamers, voor de ingang van de Eerste Kamer, op terrassen op het Haagse Plein. Uiteraard wordt er onderling dan ook veel gepraat, gekletst en gespeculeerd.
Op de dag dat de CDA-fractie moest besluiten of ze met de VVD als regeringspartner en de PVV als gedogende partij in zee zou gaan, viel veelvuldig de term oude politiek. Wat verstonden we ook al weer onder oude, dan wel nieuwe politiek? De twee termen namen een vlucht toen Pim Fortuyn het politieke toneel betrad, maar dat is al weer ruim acht jaar geleden.
In de bedompte wachtruimte voor de deur van de CDA-fractiekamer werd de term oude politiek overduidelijk gebruikt als verwijzend naar achterkamertjespolitiek, gejongleer met woorden zodat je altijd nog alle kanten op kunt, het verkwanselen van principes en aan de kiezer gedane beloftes, en het willen hebben van macht om de macht in plaats van om het verwezenlijken van politieke idealen. Het is slechts één van de betekenissen die aan de term oude politiek kleven.
Nieuwe politiek betekende ten tijde van Fortuyn niet alleen bovenstaande allemaal niet, maar óók meer rechtstreekse invloed van de kiezer op overheidsbeleid en -benoemingen, minder migratie, minder marktdenken in de publieke sector, de terugkeer van het nationalistisch denken, soms ook het durven aankaarten als overheid van normen en waarden, maar bovenal het als politicus openlijk zeggen wat je denkt, weg van het politiek correcte consensusdenken. ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’, werd een gevleugelde uitdrukking.
Afgelopen weekend overleed de hoogleraar Europese geschiedenis Tony Judt (1948) aan de spierziekte ALS. In zijn laatste boek Het land is moe (Ill Fares the Land) roept Judt links op om een nieuwe politiek te formuleren. Voor hem was nieuwe politiek het herdefiniëren van de rol van de overheid, het zoeken naar nieuwe afspraken tussen overheid en burgers zodat de samenleving niet langer gevangen zou zitten tussen twee uitersten, de vrijemarkteconomie en de socialistische planeconomie. 'Zijn we ertoe veroordeeld voor altijd heen en weer geslingerd te worden tussen een niet goed functionerende vrije markt en de veelbesproken verschrikkingen van “socialisme”?’ vroeg hij zich af.
Judt wilde dat links nieuwe woorden en een nieuw maatschappijbeeld wist te vinden, zodat de mens niet langer wordt teruggebracht tot een economische eenheid die puur is gericht op het maximaliseren van zijn in geld uit te drukken eigenbelang, maar tot een wezen in wiens leven nu onbeduidende waarden zoals altruïsme en zelfopoffering een belangrijke rol spelen. Maar Links Nederland is niet aan zet bij de huidige kabinetsonderhandelingen. Het lukte haar niet een gezamenlijk en aansprekend antwoord op de oproep van Judt te formuleren. Waar Judt overigens zelf ook niet uitkwam. Geert Wilders en zijn PVV zijn wél aan zet en ook zij hebben het over nieuwe politiek. Met zoveel betekenissen die aan het begrip kleven, kan dat. De vraag is welke inhoud Wilders er daadwerkelijk aan gaat geven nu hij aanzit bij de kabinetsonderhandelingen, ook al zal zijn partij dan niet echt meeregeren maar gedogen.
Dat Wilders doet wat hij zegt, bleek één dag na de verkiezingen al niet waar te zijn, toen hij zijn blokkade voor het verhogen van de AOW-leeftijd ophief. Het was een staaltje kiezersbedrog en daarmee oude politiek.
Bij Wilders’ nieuwe politiek, in het verkiezingsprogramma althans, hoort ook het teruggeven van de macht aan de burgers, onder meer door het in het leven roepen van een bindend referendum en het door de burger laten kiezen van de minister-president of van rechters. In zijn eigen partij hebben diezelfde burgers echter geen enkele macht, voorwaar naar Nederlandse maatstaven een nieuwe vorm van politiek bedrijven. Het referendum of de gekozen minister-president of rechter zal er de komende jaren ook niet komen.
Als het hameren op minder immigratie en het stellen van eisen aan integratie nieuwe politiek is, dan mag Wilders zich met dat predikaat tooien. Maar hij is inmiddels niet meer de enige die daarop hamert, ook de VVD heeft zich op deze thema’s geworpen, het CDA is eveneens strenger geworden en het Nederlandse beleid is al niet meer waar Fortuyn destijds tegen fulmineerde. Is dat dan nog nieuwe politiek te noemen? Of komt het nieuwe kabinet met maatregelen zoals het uitzetten van criminelen met een dubbele nationaliteit of de plicht voor buitenlanders een assimilatiecontract te ondertekenen op straffe van uitzetting, zoals de PVV wil? Dat zou met het nodige sarcasme inderdaad nieuwe politiek te noemen zijn. Is het dan oude politiek als VVD en CDA zich daar om staatsrechtelijke en gezondverstandredenen tegen verzetten?
Nieuwe politiek is voor Wilders echter bovenal zeggen wat volgens hem politiek correct Nederland niet durft te zeggen over moslims en de islam. Van dat laatste hebben overigens steeds minder Nederlanders last, maar Wilders gaat altijd nog weer een stapje verder. Als gedoogpartner zal hij zich niet de mond laten snoeren, ook niet in het buitenland. De eerste testcase dient zich al aan, in september bij Ground Zero in New York, waar Wilders wil demonstreren tegen de bouw van een moskee.
Dat is slecht voor het Nederlandse bedrijfsleven, riep onmiddellijk CDA-oudgediende Hans Hillen. Dat was oude politiek: de koopmansgeest laten prevaleren boven principes. Daar is Wilders niet gevoelig voor, evenmin als voor het tegenovergestelde overigens, de oproep de vrijheid van godsdienst te respecteren. Of was de kritiek van Hillen en daarna die van CDA-fractieleider Maxime Verhagen vooral voor de eigen partijparochie bedoeld? Om de nog aarzelende CDA'ers te laten zien dat ze niet over zich heen laten lopen door Wilders.