Oudere Amerikanen vergroten hun macht

New York – Joe Biden is 78, House Speaker Nancy Pelosi is 80 en de huidige en waarschijnlijk toekomstige leider van de meerderheid in de Senaat, Mitch McConnell is 78. Als de Democraten in januari beide run-offs in Georgia winnen, dan wordt de Senaat geleid door Chuck Schumer, met 70 jaar haast een jonkie.

De geriatrische leidende klasse heerst niet alleen in de politiek, maar bijvoorbeeld ook in de wetenschap en het bedrijfsleven. Zo is de gemiddelde leeftijd van nieuwe ceo’s van S&P 500-bedrijven sinds 2005 met veertien jaar toegenomen. De macht van ouderen komt ook naar voren in de inkomensverdeling. Amerikanen boven de 55 vormen minder dan een derde van de bevolking, maar ze bezitten meer dan twee derde van de rijkdom. Meer dan de helft van de leden van het Congres is miljonair. Nancy Pelosi bijvoorbeeld heeft een geschat vermogen van 115 miljoen dollar.

Vooral de oudere welgestelden leven langer dan ooit. En ze werken langer door: in 1999 was 23,4 procent van de beroepsbevolking ouder dan 65, in 2019 was dit toegenomen tot 36,9 procent. In de politiek speelt de rol van geld in het voordeel van ouderen. Ze hebben meer tijd gehad om een donornetwerk op te bouwen en zijn eerder bereid het risico te nemen een campagne zelf te financieren: de 78-jarige Mike Bloomberg spendeerde bijna een miljard dollar aan zijn vergeefse gooi naar het presidentschap.

Sommige commentatoren zien ook voordelen in de ouderenmacht. In The Washington Post wees bijvoorbeeld Charles Lane op het belang van wijsheid en ervaring na het chaotische Trump-tijdperk. De oudere generatie politici beleefde haar vormende jaren in de jaren zestig en zeventig, toen het rumoerig was op straat terwijl het Congres gematigd was en bereid tot compromis. Biden en zijn generatiegenoten zouden dan ook de juiste mensen voor dit moment zijn.

Journalist Derek Thompson ziet in The Atlantic echter vooral negatieve effecten: ‘Macht in de handen van oude, rijke mensen zal voorspelbaar leiden tot beleid dat ouderen en rijken begunstigt, ten koste van de minder bevoorrechten.’ Bovendien hebben ouderen in de regel minder voeling met de snel veranderende wereld en zijn ze ook om biologische redenen minder geschikt om een wereldmacht te leiden: ‘Onderzoek toont dat cognitief verval versnelt na je zeventigste.’ Dat lijkt vooral problematisch bij ’s werelds grootste uitdaging: klimaatverandering. ‘Deze crisis heeft behoefte aan bijdragen en ideeën van de generaties die er het meest door geraakt worden. Als leiderschap voor en door ouderen niet snel verdwijnt, zou de rest van ons daaronder kunnen lijden.’